Boek I · Hoofdstuk 10
De enige echte God
Inhoud van dit hoofdstuk · 3 secties
God openbaart zich ook in de Schrift als schepper
Ik heb gezegd dat in het bouwwerk van de wereld en in alle schepselen duidelijk zichtbaar is wat we over God moeten weten. Maar ik heb ook gezegd dat we God nog vertrouwelijker en nog beter leren kennen uit het Woord. Daarom is het nu de moeite waard om na te gaan of God zich in de Schrift net zo openbaart als Hij zich eerder heeft uitgetekend in wat Hij gemaakt heeft. Ongetwijfeld een uitgebreide materie, als we ons er grondig in zouden willen verdiepen. Maar ik zal er genoegen mee nemen een kort overzicht te geven. Voor vrome mensen moet dat voldoende zijn om te weten wat ze in de Schriften vooral over God moeten zoeken. Dan kunnen ze zich bij dat onderzoek op een vast doel richten.
Ik ga het nog niet hebben over het bijzondere verbond, waarmee God het nageslacht van Abraham apart heeft gezet van de andere volken. In zijn genade adopteerde Hij hen – zijn vijanden – als zijn kinderen. Zo liet Hij zich ook toen al zien als verlosser. Maar we gaan ons nu nog alleen bezig houden met de kennis van God die niet verder gaat dan de schepping van de wereld. We komen nog niet toe aan de kennis van Christus als middelaar. Ik zal zo meteen wel een aantal passages uit het Nieuwe Testament moeten aanhalen. Want ook daaruit wordt Gods macht als schepper bewezen, evenals zijn voorzienigheid in het onderhouden van de oorspronkelijke natuur. Maar ik wil toch dat de lezers weten wat ik wil gaan behandelen. Want ik wil niet dat ze de grenzen die ik hun stel te buiten gaan.
Kortom, laat het voor dit moment genoeg zijn om te weten hoe God, de maker van hemel en aarde, de wereld die Hij geschapen heeft, bestuurt. In alles wat ik ga zeggen, worden zijn vaderlijke goedheid en zijn welwillendheid geprezen. Ook ga ik voorbeelden geven van zijn strengheid, om aan te tonen dat Hij rechtvaardig is als Hij de misdaden wreekt, vooral als Hij geduld heeft met koppige mensen en dat niets oplevert.
In de Schrift zien we dezelfde eigenschappen van God als in de schepping
Op bepaalde plaatsen in de Schrift wordt God voor ons extra duidelijk beschreven. Het is dan alsof we een beeld te zien krijgen van hoe Hij er in het echt uitziet. Want toen Mozes Gods uiterlijke verschijning beschreef, wilde hij blijkbaar kort samenvatten wat de mensen allemaal over God moeten weten. ‘Jehova,’ zegt hij, ‘Jehova, God, barmhartig en genadig, geduldig en vol medelijden en trouw, die barmhartigheid bewijst aan duizenden, die zonde en misdaad vergeeft, voor wie de onschuldige niet onschuldig is, die de zonde van de vaders vergeldt aan hun kinderen en kleinkinderen.’ Exodus 34:6-7
Let erop dat hier verkondigd wordt dat God eeuwig is en dat Hij bestaat in zichzelf. Want die verheven naam – Jehova – wordt tweemaal herhaald. Vervolgens worden Gods goede eigenschappen genoemd. Daarin wordt niet beschreven wie Hij in zichzelf is, maar hoe Hij is voor ons. Dat we God zo leren kennen, berust dus op eigen ervaring, niet op een loze speculatie die nergens op gebaseerd is. Verder horen we dat hier dezelfde goede eigenschappen opgenoemd worden die schitteren aan de hemel en op de aarde, zoals we hiervóór gezien hebben: zijn welwillendheid, zijn goedheid, zijn rechtvaardigheid, zijn oordeel en zijn betrouwbaarheid. Want deze eigenschappen en Gods macht zitten in de naam Elohim – ‘God’.
Ook de profeten duiden God met dezelfde bijnamen aan als ze zijn heilige naam volledig willen laten uitkomen. Ik wil niet veel passages aanhalen. Een psalm moet voor ons nu maar genoeg zijn. In Psalm 45 worden de belangrijkste van Gods goede eigenschappen zo nauwkeurig vermeld, dat er niets aan lijkt te ontbreken. En toch wordt daar niets gezegd dat we niet ook in de schepping kunnen zien. Uit eigen ervaring leren we dus dat God precies is zoals Hij zich in zijn Woord bekendmaakt.
In het boek Jeremia verklaart God hoe Hij wil dat wij Hem kennen. Daar geeft Hij ons een beschrijving die minder compleet is. Maar toch komt het helemaal op hetzelfde neer. ‘Laat wie zich beroemt,’ zo zegt Hij, ‘zich erop beroemen dat Ik de HEER ben, die barmhartigheid, recht en rechtvaardigheid doe op aarde.’ Jeremia 9:24 (9:23); 1 Korinthiërs 1:31 Dat zijn de drie dingen waarvan het het hardst nodig is dat we die kennen: Gods barmhartigheid, want alleen daarop is onze redding gebaseerd. Gods recht, want dat oefent Hij elke dag uit tegenover slechte mensen en in de eeuwige ondergang wacht hun een nog zwaarder oordeel. En Gods rechtvaardigheid, want daardoor worden de gelovigen beschermd en gekoesterd in overvloed. Als je die drie dingen bij elkaar neemt, dan bewijst deze profetie dat je alle reden hebt om je in God te beroemen.
Toch worden Gods betrouwbaarheid, macht, heiligheid of goedheid op die manier niet overgeslagen. Want hoe zouden we Gods rechtvaardigheid, barmhartigheid en oordeel kunnen kennen, als die kennis niet gebaseerd was op Gods betrouwbaarheid? En hoe zouden we kunnen geloven dat God de aarde bestuurt door zijn oordeel en zijn rechtvaardigheid, als we geen idee hadden van zijn macht? En waar komt Gods barmhartigheid anders vandaan dan uit zijn goedheid? Ten slotte, als alles wat God doet barmhartigheid, oordeel en rechtvaardigheid is, dan is daarin ook zijn heiligheid duidelijk zichtbaar.
Wat we uit de Schrift over God kunnen leren, dient dus geen ander doel dan wat we over Hem kunnen leren uit de schepping. Het nodigt ons namelijk eerst uit om God te vrezen en vervolgens om op Hem te vertrouwen. Want we moeten Hem leren dienen met een volmaakt onberispelijk leven, door hem oprecht te gehoorzamen. En we moeten leren om volledig afhankelijk te zijn van Gods goedheid.
De Schrift verwerpt alle andere goden
Maar mijn bedoeling is om hier de kern van de algemene leer samen te vatten. In de eerste plaats moet het de lezers opvallen dat de Schrift ons tot de echte God leidt en daarbij alle goden van de heidenen uitdrukkelijk uitsluit en verwerpt. Want in vrijwel elke tijd zijn er overal valse godsdiensten geweest. Toch is de naam van de enige God overal bekend en beroemd geweest. Want zelfs als mensen een grote menigte goden dienden, gebruikten ze de naam van God toch in het enkelvoud, als ze spraken uit hun aangeboren, natuurlijk godsbesef. Alsof ze toch met de enige God tevreden waren.
Justinus de Martelaar heeft dat verstandig opgemerkt. Hij heeft daarom een boek geschreven over de alleenheerschappij van God. Met veel getuigenissen toont hij aan dat in ieders hart het besef ingebeiteld was dat er maar één God is. En Tertullianus bewijst hetzelfde op grond van de algemeen gebruikelijke manier van spreken.
Maar de mensen zijn allemaal zonder uitzondering uit ijdelheid vervallen tot valse verzinsels. Daardoor zijn ze in hun overwegingen dwaas gemaakt. Romeinen 1:21 Het besef dat ze van nature van de enige God gehad hebben, heeft daarom als enig effect dat ze geen excuus hebben. Want zelfs de meest wijzen onder hen laten openlijk blijken hoe sterk ze dwalen. Ze willen dat een of andere god hen helpt en daarom roepen ze onzekere goden aan. Ze hadden misschien minder absurde ideeën over Jupiter, Mercurius, Venus, Minerva en andere goden dan de ongeletterde massa. Toch waren ze zelf ook niet vrij van het bedrog van Satan. Want ze beeldden zich in dat God meerdere naturen heeft.
Ik heb eerder al gezegd dat alle uitvluchten die de filosofen zo slim hebben bedacht de schuld van hun afval niet uitwissen. Allemaal hebben ze Gods waarheid bedorven. Als Habakuk alle afgoden vervloekt, beveelt hij daarom dat we God moeten zoeken in zijn tempel. Habakuk 2:20 Want de gelovigen mogen geen andere goden toelaten dan de enige God die zich in zijn Woord geopenbaard heeft.
Voetnoten
- 72
Justinus de Martelaar († ca. 165), apologeet.
- 73
Quintus Septimus Florens Tertullianus (ca. 200), theoloog en apologeet.
Voetnoot 72
Justinus de Martelaar († ca. 165), apologeet.
Voetnoot 73
Quintus Septimus Florens Tertullianus (ca. 200), theoloog en apologeet.
Johannes Calvijn, Institutie — Onderwijs in de christelijke godsdienst. Nederlandse bewerking door Gerrit Veldman. Bron: de aangeleverde PDF, samengesteld door Matthijs voor de Institutiekring van Depositum Custodi.