Boek I · Hoofdstuk 6
God kennen uit de Schrift
Inhoud van dit hoofdstuk · 4 secties
De Schrift is een speciaal geschenk
Voor de ondankbaarheid van de mensen bestaat dus geen enkel excuus. Ieder kan met eigen ogen zien hoe schitterend de hemel en de aarde zijn. Dat is meer dan genoeg. En daarom stelt God heel het menselijk geslacht in staat van beschuldiging. Want Hij laat aan iedereen, zonder uitzondering, zijn goddelijke majesteit zien, afgebeeld in de schepselen.
Toch is het nodig dat er een ander en beter hulpmiddel bij komt om ons op de juiste manier naar de schepper van de wereld zelf te leiden. Niet voor niets heeft God daarom het licht van zijn Woord aan dat van de schepping toegevoegd. Daardoor kunnen mensen Hem zo leren kennen dat ze gered worden. En dit voorrecht heeft Hij verleend aan hen die Hij dichter om zich heen wilde verzamelen. Met hen wilde Hij vertrouwelijk omgaan.
God zag dat alle mensen in hun geest ronddoolden en nergens rust of zekerheid vonden. Daarom koos Hij de Joden uit tot zijn eigen kudde en zette Hij een hek om hen heen. Want Hij wilde niet dat ze zouden vergaan zoals de anderen. En niet voor niets houdt Hij ons door hetzelfde middel bij de zuivere kennis van Hem. Want als Hij dat niet zou doen, zouden zelfs zij die steviger lijken te staan dan anderen al snel omvallen.
Immers, als je oude mensen of mensen met een oogkwaal of anderen die slechte ogen hebben een boek voorhoudt, dan zien ze wel dat er iets geschreven staat. Maar ze kunnen nauwelijks twee woorden onderscheiden. Zet je hun echter een bril op, dan kunnen ze met behulp daarvan prima lezen. Zo zet de Schrift de kennis van God, die zich anders verward in onze geest bevindt, voor ons op een rijtje. Ze verdrijft de duisternis en toont ons duidelijk de echte God.
Het is dus een speciaal geschenk als God niet slechts stomme leermeesters gebruikt om de kerk te onderwijzen, maar ook zijn mond opendoet. En als Hij niet alleen verkondigt dat er een God is, die wij moeten dienen, maar ook vertelt dat Hijzelf die God is, die wij moeten dienen. En als Hij de uitverkorenen niet alleen leert om op te kijken naar God, maar ook laat zien wie die God is naar wie ze op moeten kijken.
Vanaf het begin heeft God daarom zijn kerk niet alleen de algemene bewijzen gegeven, maar ook zijn Woord. Want daardoor kunnen we beter en met meer zekerheid onderscheidden wie Hij is. Zonder twijfel is dit het hulpmiddel waardoor Adam, Noach, Abraham en de andere aartsvaders in staat waren God vertrouwelijk te leren kennen en waardoor zij zich tot op zekere hoogte onderscheidden van de ongelovigen.
Ik heb het nog niet over de speciale geloofsleer waardoor zij de hoop op het eeuwige leven leerden kennen. Want om van dood levend te worden, moesten ze God niet alleen als schepper, maar ook als verlosser kennen. En ze hebben Hem ook zeker op beide manieren leren kennen uit het Woord. Want het ging in deze volgorde: eerst kregen ze te horen wie de God is die de wereld geschapen heeft en bestuurt. En daarna kregen ze daarbij ook een diepere kennis. Daardoor leerden ze God niet alleen kennen als schepper en als enige bewerker en rechter van alles wat er gebeurt. Ze leerden Hem nu ook kennen als verlosser in de persoon van de middelaar. En alleen deze laatste kennis maakt dode zielen levend.
Maar omdat we nog niet toegekomen zijn aan de val van de wereld en het bederf van de natuur, ga ik nu ook het redmiddel nog niet behandelen. Mijn lezers mogen dus bedenken dat ik het nog niet heb over het verbond waardoor God de kinderen van Abraham als zijn eigen kinderen heeft geadopteerd. En ook nog niet over dat deel van de leer waardoor de gelovigen altijd afgescheiden zijn geweest van de goddeloze heidenen, omdat die leer Christus als fundament heeft. Ik heb het er nu alleen over hoe je uit de Schrift kunt leren dat de God die de wereld geschapen heeft, door duidelijke kenmerken met zekerheid te onderscheiden is van al die andere, verzonnen goden. De volgorde brengt ons daarna vanzelf op het juiste moment bij de verlossing.
Ik zal wel veel bewijzen uit het Nieuwe Testament aanvoeren en ook andere uit de wet en de profeten, waar Christus uitdrukkelijk genoemd wordt. Maar toch is dat dan steeds bedoeld om aan te tonen dat God ons in de Schrift geopenbaard wordt als de schepper van de wereld. En om te laten zien dat ons verteld wordt wat we over Hem moeten weten, zodat we niet langs omwegen gaan zoeken naar een of andere onzekere godheid.
God heeft zijn Woord gegeven
De ene keer leerden de aartsvaders God kennen doordat Hij zelf met hen sprak of door een visioen. Dan kregen ze dus een boodschap rechtstreeks uit de hemel. Een andere keer liet Hij hen door de dienst van mensen horen wat ze aan hun nakomelingen moesten doorgeven. Maar ongetwijfeld waren ze er in hun hart vast van overtuigd dat deze leer waar was. Ze wisten zeker dat wat ze geleerd hadden van God zelf afkomstig was. Want God zorgde er altijd voor dat zijn Woord werd aangenomen met een ontwijfelbaar geloof. Een geloof dat meer zekerheid geeft dan alle andere opvattingen.
En God wilde dat de waarheid van de leer zonder onderbreking in de wereld zou blijven bestaan, alle eeuwen door. Uiteindelijk wilde Hij daarom dat de goddelijke uitspraken, die Hij aan de aartsvaders in bewaring had gegeven, als het ware op openbare borden ingebeiteld zouden worden. Daarom is de wet afgekondigd. En de profeten werden er later als uitleggers aan toegevoegd.
Ik zal later, op de juiste plek, behandelen dat de wet veel verschillende functies heeft. Mozes en alle profeten hadden vooral als taak gekregen om de mensen te leren op welke manier de verzoening tussen God en mensen tot stand gebracht wordt. Daarom noemt Paulus Christus ook het einddoel van de wet. Romeinen 10:4 Toch herhaal ik opnieuw dat de Schrift niet alleen de eigenlijke leer van geloof en bekering vertelt en Christus als middelaar presenteert. De Schrift voorziet ook de enige echte God, die de wereld geschapen heeft en bestuurt, van betrouwbare kenmerken. Daardoor kunnen we goed onderscheiden wie Hij is en hoeven we Hem niet te verwarren met de menigte aan valse goden.
De mens moet zijn ogen dus weliswaar goed de kost geven om de werken van God te bekijken. Want de mens is in dit schitterende toneel neergezet als toeschouwer. Maar hij moet vooral zijn oren spitsen om naar het Woord te luisteren. Want daar zal hij meer aan hebben.
Daarom is het geen wonder dat mensen die in duisternis geboren zijn, steeds meer in hun domheid verharden. Want maar heel weinig mensen tonen nieuwsgierigheid naar het Woord van God en beperken zich daartoe. De meeste mensen gaan zich liever te buiten in hun nieuwsgierigheid naar nutteloze dingen.
We moeten het dus zo zien: als we verlicht willen worden door de ware godsdienst, dan moeten we uitgaan van de hemelse leer. Niemand kan ook maar iets proeven van de juiste en gezonde leer, als hij niet in de leer is geweest bij de Schrift. Want uit de Schrift leren we het begin van de ware kennis, als we aanvaarden wat God daar over Zichzelf heeft willen getuigen. Immers, niet alleen een volmaakt en in alle opzichten volledig geloof wordt geboren uit gehoorzaamheid. Ook de juiste kennis van God wordt daaruit geboren. En God heeft op dit punt door zijn bijzondere voorzienigheid zeker voor de stervelingen willen zorgen, in alle tijden.
Het Woord is een onmisbare routebeschrijving
Want de menselijke geest glijdt gemakkelijk uit en vergeet God. Mensen zijn sterk geneigd tot allerlei vormen van dwaling en willen telkens heel graag nieuwe godsdiensten verzinnen. Als we dat beseffen, kunnen we begrijpen hoe nodig het was dat de hemelse leer vastgelegd werd. Want dan zou de leer niet verloren kunnen gaan als ze vergeten werd. Dan zou ze niet kunnen verdwijnen door dwalingen of bederven door de brutaliteit van mensen.
Het is dus duidelijk dat God zijn Woord gebruikt heeft als hulpmiddel voor iedereen die Hij ooit effectief heeft willen onderwijzen. Want Hij voorzag dat zijn beeld zoals dat was ingeprent in de schoonheid van de wereld, te weinig effect had. Als we oprecht ons best doen om God zuiver te zien, is het handig om de juiste weg te volgen. Ik zeg dus dat we naar het Woord moeten gaan. Daar wordt God voor ons correct en levensecht beschreven zoals Hij zich laat zien in wat Hij gemaakt heeft. Want wat Hij gemaakt heeft, moet niet beoordeeld worden volgens ons verkeerde oordeel, maar volgens het richtsnoer van de eeuwige waarheid.
Als we daarvan afwijken, zoals ik zo pas zei, zal het ons nooit lukken om de eindstreep te halen, al rennen we ook nog zo hard en al doen we ook nog zo ons best. Want we volgen de verkeerde weg. We moeten namelijk bedenken dat het licht van Gods gelaat voor ons net een doolhof is. De apostel Paulus noemt dat licht ontoegankelijk. 1 Timotheüs 6:16 We kunnen de weg niet vinden als we niet door de routebeschrijving van het Woord naar dat licht geleid worden. Daarom is het nog beter om kreupel deze weg te volgen, dan via een andere route heel snel te lopen.
Ook David leert meermalen dat valse godsdiensten uit de wereld verwijderd moeten worden. Dan kan de zuivere godsdienst opbloeien. Daarom spreekt hij over God als degene die regeert. Met het woord ‘regeren’ doelt hij dan niet op de macht die God bezit en die Hij uitoefent in het bestuur van de natuur. Hij doelt ermee op de leer, waarin God voor zichzelf het wettige gezag opeist. Psalm 93; 96; 97; 99 Want dwalingen kunnen pas uit het hart van mensen gerukt worden, als eerst de ware kennis van God erin geplant is.
Gods wet bezongen in de Psalmen
Daarom vermeldt dezelfde profeet eerst dat de hemel vertelt van Gods eer, dat het uitspansel verkondigt wat God met zijn handen gemaakt heeft en dat de vastgestelde volgorde van dag en nacht zijn majesteit prijst. Om vervolgens het Woord te noemen: ‘De wet van de HEER,’ zegt hij, ‘is volmaakt en bekeert de ziel. Het getuigenis van de HEER is betrouwbaar en geeft de eenvoudige wijsheid. De bevelen van de HEER zijn rechtvaardig en verblijden het hart. Het gebod van de HEER is zuiver en verlicht de ogen.’ Psalm 19:2; 19:8-9
Hij weet wel dat de wet ook andere functies heeft. Maar toch geeft hij aan dat de algemene betekenis van de wet is, dat het een bijzondere leerschool vormt voor Gods kinderen. Want tevergeefs nodigt God alle volken uit om naar Hem te komen door de hemel en de aarde te bekijken.
Daarop doelt ook Psalm 29. De profeet spreekt daar eerst over de verschrikkelijke stem van God, die in donderslagen, windvlagen, regenbuien, stormen en orkanen de aarde teistert, bergen laat beven en ceders afbreekt. Maar aan het eind van die psalm voegt hij eraan toe dat Gods lof bezongen wordt in de tempel, omdat de ongelovigen doof zijn voor alle stemmen van God die weerklinken in de lucht. Psalm 29:9 Zo eindigt hij ook een andere psalm, waarin hij de vreselijke golven van de zee beschreven heeft: ‘Uw getuigenissen zijn zeer betrouwbaar. De heiligheid is een sieraad voor uw huis, tot in lengte van dagen.’ Psalm 93:5
Vandaar dat Christus tegen de Samaritaanse vrouw zei dat haar volk en alle andere volken niet wisten wat ze aanbaden en dat alleen de Joden de echte God dienden. Johannes 4:22 Want de menselijke geest kan in zijn zwakheid God op geen enkele manier bereiken, als hij niet door zijn heilig Woord geholpen wordt. Daarom kon het niet anders of alle stervelingen – uitgezonderd de Joden – leefden in zinloze dwalingen, omdat ze God zochten zonder de hulp van zijn Woord.
Johannes Calvijn, Institutie — Onderwijs in de christelijke godsdienst. Nederlandse bewerking door Gerrit Veldman. Bron: de aangeleverde PDF, samengesteld door Matthijs voor de Institutiekring van Depositum Custodi.