Boek III · Hoofdstuk 1

Het werk van de Heilige Geest

Inhoud van dit hoofdstuk · 4 secties
  1. 1De Heilige Geest is de band tussen Christus en ons
  2. 2Christus deelt de Geest uit
  3. 3Benamingen voor de Geest in de Schrift
  4. 4De Geest geeft geloof

De Heilige Geest is de band tussen Christus en ons

Nu moeten we bekijken hoe wij de goede dingen krijgen die de Vader aan zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft – dingen die Christus niet gekregen heeft om zelf te gebruiken, maar om de mensen rijk te maken die arm zijn en het nodig hebben. Om te beginnen moeten we weten dat we helemaal niets hebben aan wat Christus geleden en gedaan heeft om het menselijk geslacht te redden, zolang Christus buiten ons blijft en wij van Hem gescheiden zijn. Om ons te laten delen in wat Hij van de Vader gekregen heeft, moet Hij dus van ons worden en in ons komen wonen. Daarom wordt Hij ons hoofd genoemd Efeziërs 4:15 en de eerstgeborene van veel broers. Romeinen 8:29 En aan de andere kant wordt er over ons gezegd dat wij in Hem geënt worden Romeinen 11:17 en dat wij Hem aantrekken. Galaten 3:27 Want zoals ik gezegd heb, al die dingen die Hij bezit, hebben voor ons geen enkele betekenis totdat we met Hem samengroeien tot één geheel.

Het klopt dat wij dit krijgen door geloof. Maar we zien dat niet iedereen zonder onderscheid de gemeenschap met Christus omhelst die het evangelie ons aanbiedt. Daarom is het logisch om verder te kijken en onderzoek te doen naar het verborgen werk van de Geest. Want door de Geest komt het dat wij kunnen genieten van Christus en al zijn goede gaven.

Eerder heb ik al het eeuwige God zijn en het wezen van de Geest behandeld. Nu zal ik me beperken tot dit specifieke onderwerp dat Christus zo in water en bloed is gekomen, dat de Geest van

Hem getuigt om te voorkomen dat we het behoud mislopen dat Hij voor ons verdiend heeft. Want, zo wordt er gezegd, er zijn drie getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Geest. En zo worden er ook drie getuigen genoemd op aarde: het water, het bloed en de Geest. 1 Johannes 5:6-8 Niet voor niets wordt het getuigenis van de Geest twee keer genoemd. Want we merken dat de Geest als een zegel of waarmerk in ons hart gestempeld staat. Zodoende bezegelt de Geest de afwassing en het offer van Christus.

Daarom zegt Petrus ook dat de gelovigen zijn uitverkoren in de heiliging door de Geest, om gehoorzaam te zijn en om besprenkeld te worden met het bloed van Christus. 1 Petrus 1:2 Met die woorden waarschuwt hij ons dat onze ziel gereinigd moet worden door de verborgen besprenkeling door de Geest. Anders zou dat heilige bloed voor niets vergoten zijn.

En daarom zegt Paulus, als hij het heeft over de reiniging en de rechtvaardiging, dat we aan die beide dingen deel krijgen in de naam van Jezus Christus en door de Geest van onze God. 1 Korinthiërs 6:11

In de kern komt het hierop neer: de Heilige Geest is de band waarmee Christus ons daadwerkelijk aan zich verbindt. Daarop slaat ook wat ik in het vorige boek geleerd heb over zijn zalving.

Christus deelt de Geest uit

Dit onderwerp is zeer de moeite waard om te kennen. En om het extra helder te krijgen, moeten we beseffen dat Christus bij zijn komst op een bijzondere manier voorzien was van de Heilige Geest. Hij moest ons namelijk apart zetten van de wereld en ons bij elkaar brengen in de hoop op de eeuwige erfenis. Daarom wordt de Heilige Geest ‘de Geest van de heiliging’ genoemd. 1 Petrus 1:2; Romeinen 1:4; 2 Thessalonicenzen 2:13 Want niet alleen houdt Hij ons in leven en voedt Hij ons door middel van een algemene kracht die te zien is in zowel het menselijk geslacht als alle andere ademende wezens. Hij wordt de Geest van de heiliging genoemd omdat Hij de wortel en het zaad is van het hemelse leven in ons.

Als de profeten hoog opgeven van het Koninkrijk van Christus, zijn hun meest lovende woorden daarom dat dan de overvloed van de Geest nog rijker zal floreren. Interessanter dan alle andere passages is een passage bij Joël: ‘Op die dag zal Ik mijn Geest uitgieten over alle mensen.’ Joël 2:28 (3:1) De profeet lijkt de gaven van de Geest daar te beperken tot de dienst van het profeteren. Maar op een beeldende manier geeft Hij toch maar aan dat God, door hen met zijn Geest te verlichten, leerlingen zal maken van hen die eerder nog geen deel hadden aan de hemelse leer en het zonder die leer moesten stellen.

Verder geeft God ons de Heilige Geest omwille van zijn Zoon. Toch heeft Hij de complete volheid van de Geest toevertrouwd aan zijn Zoon, om die royaal te bedienen en uit te delen. Daarom wordt de Geest het ene moment de Geest van de Vader en het volgende moment de Geest van de Zoon genoemd. Paulus zegt: ‘Jullie zijn niet in het vlees, maar in de Geest.

Tenminste, als de

Geest van God in jullie woont. Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, dan hoort hij niet bij Hem.’ En op basis daarvan wekt hij de hoop op een volledige vernieuwing: Hij die Christus uit de doden heeft opgewekt, zal onze sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest. Romeinen 8:9-11 Want er is niets absurds aan om de Vader de eer toe te kennen voor zijn gaven – ze komen immers van Hem – en toch tegelijk ook Christus dezelfde eer toe te kennen. Want de gaven van de Geest zijn aan Hem toevertrouwd en Hij deelt ze uit. Daarom nodigt Christus iedereen uit die dorst heeft om bij Hem te komen drinken. Johannes 7:37 En Paulus leert dat ieder de Geest krijgt in overeenstemming met de maat waarin Christus die gave gekregen heeft. Efeziërs 4:7

Bovendien moeten we weten dat de Geest niet alleen de Geest van Christus genoemd wordt omdat Christus als het eeuwige Woord door dezelfde Geest verbonden is met de Vader. De Geest wordt ook de Geest van Christus genoemd in diens hoedanigheid als middelaar. Want als Christus niet voorzien was van de kracht van de Geest, zou Hij tevergeefs naar ons toe gekomen zijn. Dat bedoelt Paulus als hij Christus de tweede Adam noemt die uit de hemel gegeven is als een Geest die levend maakt. 1 Korinthiërs 15:45 Paulus zet daar het speciale leven dat de Zoon alleen de zijnen inboezemt, zodat ze één zijn met Hem, tegenover het natuurlijke leven waar ook de verworpenen in delen. En als Paulus de gelovigen de genade van Christus en de liefde van God toewenst, knoopt hij daar het delen in de Geest aan vast. 2 Korinthiërs 13:13 Want als je geen deel hebt aan de Geest, kun je Gods vaderliefde en ook Christus’ goedheid niet proeven. Daarom zegt hij ergens anders ook: ‘Gods liefde is in ons hart uitgestort door de Heilige Geest die ons gegeven is.’ Romeinen

5:5

Benamingen voor de Geest in de Schrift

Het is goed om nu de benamingen op te noemen waarmee de Schrift de Geest tooit als het gaat over het begin en over de volledige vernieuwing van ons volmaakte geluk.

Om te beginnen wordt de Geest ‘de Geest van adoptie’ genoemd, omdat Hij er voor ons van getuigt dat God ons goedgezind is, zonder dat wij dat verdiend hebben. Want God de Vader heeft ons in zijn eniggeboren Zoon omhelsd om onze

Vader te zijn. Ook geeft de Geest ons de moed om vol vertrouwen te bidden. Sterker nog, Hij zegt ons de woorden voor, zodat wij zonder aarzeling durven roepen: ‘Abba, Vader!’ Romeinen 8:15; Galaten 4:6

Om dezelfde reden wordt de Geest ‘een waarborg en zegel van onze erfenis’ genoemd. 2 Korinthiërs 1:22; Efeziërs 1:13-14 In deze wereld leven wij als vreemdelingen. We zijn hier net doden. Maar de Geest maakt ons vanuit de hemel levend. Daardoor kunnen we er zeker van zijn dat ons behoud veilig is onder Gods trouwe bescherming.

De Geest wordt daarom ook ‘leven vanwege de rechtvaardigheid’ genoemd. Romeinen 8:10 Ook wordt de Geest meer dan eens

‘water’ genoemd, omdat Hij ons in het verborgen besprenkelt en ons vruchtbaar maakt, zodat we scheuten van rechtvaardigheid voortbrengen. Bijvoorbeeld bij Jesaja: ‘Ieder die dorst heeft, kom naar het water!’ Jesaja 55:1 En: ‘Ik zal mijn Geest gieten op het dorstige en stromen op het droge.’ Jesaja 44:3 Dat komt overeen met de uitspraak van Christus die ik zojuist aanhaalde: ‘Als iemand dorst heeft, dan moet hij bij Mij komen.’ Johannes 7:37 Maar soms wordt de Geest ‘water’ genoemd omdat Hij in staat is om te reinigen en te zuiveren, zoals bij Ezechiël. Daar belooft de Heer zuiver water om het vuil van zijn volk af te wassen. Ezechiël 36:25

De Geest krijgt ook de benaming ‘olie’ of ‘zalving’, omdat Hij de levenskracht herstelt en in stand houdt in degenen die Hij met het vocht van zijn genade overgoten heeft. 1 Johannes 2:20-27

Aan de andere kant wordt de Geest ook een ‘vuur’ genoemd en terecht, want Hij loutert en zuivert ons voortdurend van onze zondige begeerten en laat in ons hart liefde voor God en een vrome ijver ontbranden. Lucas 3:16

Ten slotte wordt de Geest voor ons beschreven als de fontein waaruit alle hemelse rijkdommen naar ons toe stromen. Johannes 4:14 Of als Gods hand, waardoor Hij zijn macht uitoefent. Handelingen 11:21 Want Hij blaast zijn kracht in ons. Zo geeft Hij ons goddelijk leven. Dan drijven wij niet meer onszelf aan, maar worden we geregeerd door wat Hij doet en waar Hij ons toe aanzet. De goede dingen in ons zijn zodoende vruchten van zijn genade. Maar zonder Hem hebben we geen andere gaven dan een verduisterd verstand en een bedorven hart.

Ik heb al duidelijk uitgelegd dat Christus in zekere zin passief blijft afwachten zolang ons hart nog niet gericht is op de Geest. Want voordat het zover is, zien wij Christus alleen maar buiten ons. Het doet ons niets. Hij blijft dan ook op een grote afstand van ons. We weten immers dat je alleen maar iets aan Hem hebt als Hij je hoofd is Efeziërs 4:15 en je eerstgeboren broer Romeinen 8:29 en als je Hem aangetrokken hebt. Galaten 3:27 Alleen als we zo met Hem verbonden zijn, zorgt dat ervoor dat Hij wat ons betreft niet voor niets gekomen is onder de naam ‘verlosser’. En dat is de bedoeling van dat heilige huwelijk waardoor wij hetzelfde vlees krijgen als Hij en hetzelfde gebeente en daarom één zijn met Hem. Efeziërs 5:30 Dat Christus zo één met ons wordt, dat doet Hij alleen door de Geest. Door de genade en de kracht van diezelfde Geest worden wij zijn ledematen. Daardoor zijn wij onderworpen aan Hem, terwijl andersom wij Hem in bezit hebben.

De Geest geeft geloof

Maar het geloof is het belangrijkste dat de Geest doet. Een groot deel van wat je op veel plaatsen leest om duidelijk te maken hoe sterk de Geest is en wat Hij doet, slaat daarom op het geloof. Want alleen door geloof brengt Hij ons in het licht van het evangelie. Johannes de Doper leert bijvoorbeeld dat degenen die in Christus geloven het voorrecht gekregen hebben dat ze kinderen van God zijn – kinderen die niet geboren zijn uit vlees en bloed, maar uit God. Johannes 1:12-13 Johannes zet dus God tegenover vlees en bloed. Op die manier verklaart hij dat het een bovennatuurlijk geschenk is dat zij die anders ongelovig zouden blijven, door geloof Christus aannemen.

Dat klopt met het antwoord van Christus aan Petrus: ‘Vlees en bloed hebben je dat niet geopenbaard, maar mijn Vader in de hemel.’ Mattheüs 16:17 Ik noem dat nu alleen even kort, want ik heb dat ergens anders al uitgebreid behandeld.

Het klopt ook met de uitspraak van Paulus dat de Efeziërs de Heilige Geest van de belofte gekregen hadden als zegel of waarmerk. Efeziërs 1:13 Paulus laat zien dat de Geest als leraar vanbinnen werkt zodat de belofte van ons behoud doordringt in ons hart. Anders zou die belofte een slag in de lucht zijn of afketsen op onze oren. En ook zegt Paulus dat de Thessalonicenzen door God zijn uitverkoren om geheiligd te worden door de Geest en om te geloven in de waarheid. 2 Thessalonicenzen

2:13 De context waarin hij dat zegt, maakt in het kort duidelijk dat het geloof zelf alleen maar van de Geest afkomstig is.

En Johannes legt dat nog duidelijker uit: ‘Dat Christus in ons blijft, weten we door de Geest die Hij ons gegeven heeft.’ 1

Johannes 3:24 En: ‘Dat wij in Hem blijven en Hij in ons, weten we omdat Hij ons zijn Geest gegeven heeft.’ 1 Johannes 4:13

Daarom heeft Christus aan zijn leerlingen de Geest van de waarheid beloofd. De wereld kan die Geest niet krijgen, Johannes 14:17 maar de leerlingen konden zo de hemelse waarheid bevatten. En Christus wijst Hem speciaal de taak toe om wat Hij zelf met zijn mond geleerd had hun in gedachten te brengen. Want het zou tevergeefs zijn om blinden licht aan te bieden als de Geest van het inzicht de ogen van het verstand niet zou openen. Daarom kun je Hem inderdaad de sleutel noemen waarmee voor ons de schatkamer van het hemelse koninkrijk ontsloten wordt. En zijn verlichting kun je de scherpte van ons verstand noemen, zodat we kunnen zien.

Daarom geeft Paulus zo hoog op van de bediening van de Geest, 2 Korinthiërs 3:5-6 dat wil zeggen: prediking die geestelijk levend maakt. Want het roepen van de leraren zou geen effect opleveren als Christus, de innerlijke leermeester, niet zelf door zijn Geest degenen naar zich toetrok die Hem door de Vader gegeven zijn. Johannes 6:44; 12:32; 17:6

Ik heb gezegd dat ons behoud volledig te vinden is in de persoon van Christus. Om ons deel te laten krijgen aan Hem, doopt Hij ons daarom in de Heilige Geest en met vuur. Lucas 3:16 Zo verlicht Hij ons zodat we zijn evangelie gaan geloven en zo laat Hij ons opnieuw geboren worden zodat we nieuwe schepselen zijn. En als we gereinigd zijn van onze goddeloze smerigheid, wijdt Hij ons als heilige tempels aan God.

Johannes Calvijn, Institutie — Onderwijs in de christelijke godsdienst. Nederlandse bewerking door Gerrit Veldman. Bron: de aangeleverde PDF, samengesteld door Matthijs voor de Institutiekring van Depositum Custodi.