Boek III · Hoofdstuk 16
Kritiek op de rechtvaardiging door geloof
Inhoud van dit hoofdstuk · 4 secties
Rechtvaardigheid en heiliging zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden
Met deze ene uitspraakkan ik ook gemakkelijk de onbeschaamdheid weerleggen van sommige goddelozen. Zij lasteren dat ik de goede daden onderuithaal en de mensen ervan afbreng om hun best daarvoor te doen, als ik zeg dat ze niet gerechtvaardigd worden op grond van hun daden en hun behoud niet verdienen. Verder lasteren ze dat ik de weg van rechtvaardigheid te gemakkelijk maak als ik leer dat die ligt in gratis vergeving van zonden. Ze zeggen dat dit een lokmiddel is waarmee ik mensen die daar uit eigen beweging al sterk toe geneigd zijn, verleid om te zondigen. Deze laster wordt volgens mij door dezeeneuitspraakal voldoende weerlegd. Toch zal ik beknopt op beide punten reageren.
Deze goddelozen beweren dat rechtvaardiging door geloof een eind maakt aan goede daden. Ik zal nu maar niet zeggen wat voor mensen dat zijn die zo hun best doen voor goede daden en ons belasteren. Van mij mogen ze net zo ongestraft lasteren als ze de hele wereld besmetten met hun losbandige onreinheid. Ze huichelen dat ze het erg vinden dat goede daden van hun hoge positie verdreven worden, terwijl geloof zo luisterrijk verheven wordt. Maar wat zullen ze zeggen als blijkt dat goede daden juist opgericht en stevig verankerd worden? Want ik fantaseer geen geloof dat leeg is van goede daden of een rechtvaardiging die zonder goede daden kan bestaan. Het verschil is alleen dat ik erken dat geloof en goede daden onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, maar dat ik de rechtvaardiging toch plaats in geloof en niet in goede daden.
Waarom ik dat doe, kan ik gemakkelijk uitleggen als we ons alleen maar naar Christus keren.Geloofis op Hemgericht en van Hem krijgt het al zijn kracht. Waarom worden we nu door geloof gerechtvaardigd? Omdat we door geloof Christus’ rechtvaardigheid vastpakken. En alleen door die rechtvaardigheid kunnen we met God verzoend worden.Maar deze rechtvaardigheid zouden we niet kunnen vastpakken zonder tegelijk ook de heiliging vast te pakken. Want Christus is ons gegeven als rechtvaardigheid, wijsheid, heiliging en verlossing.1 Korinthiërs 1:30Christus rechtvaardigt dus niemand die Hij niet tegelijk ook heiligt. Want deze goede gavenzijnmet elkaar verbonden door een blijvende en onbreekbare band. Hij verlost dus wie Hij met zijn wijsheid verlicht. Hij rechtvaardigt wie Hij verlost. En Hij heiligt wie Hij rechtvaardigt.
Maar de discussie gaat nu alleen over rechtvaardigheid en heiliging. Laten we daar dus nog even bij blijven staan. Ook al maak ik onderscheid tussen die twee, toch bevat Christus ze allebei in zichzelf, zonder dat ze van Hem gescheiden kunnen worden. Dus, wil je Christus’ rechtvaardigheid krijgen? Dan moet je eerst Christus in bezit hebben. Maar je kunt Hem niet in bezit hebben zonder deel te hebben aan zijn heiliging. Want Hij kan niet in stukken gescheurd worden. De Heer laat ons alleen van deze gave genieten door zichzelf te geven. Daarom schenkt Hij ze allebei tegelijk, de een nooit zonder de ander.
Zo is duidelijk hoe waar het is dat we niet zonder onze daden, maar toch ook niet door onze daden gerechtvaardigd worden. Want het delen in Christus, waardoor we gerechtvaardigd worden, bevat evengoed heiliging als rechtvaardigheid.
Niets verdienen is geen reden om geen goede daden meer te verrichten
Ook dit is heel onjuist: dat het hart van de mensen ervan afgebracht wordt om graag goed te doen als ik hun de waan ontneem dat ze er iets mee verdienen.
In het voorbijgaan moet ik de lezers er hier op wijzen datdit een dwaze redenering van hen is: er is een beloning, dus is er ook verdienste. Ik zal dat later uitleggen. Ze kennen niet het principe dat God, als Hij een beloning toekent aan onze daden, niet minder royaal is dan wanneer Hij ons het vermogen schenkt om goed te doen.Maar dit stel ik liever uit tot ik eraan toe ben.Nu is het genoeg om te laten zien hoe zwak hun kritiek is. Ik zal dat op twee manieren doen.
In de eerste plaats dwalen ze volledig als ze beweren dat we er helemaal niet voor hoeven te zorgen dat we ons leven goed inrichten als ons geen beloning in het vooruitzicht gesteld wordt. Want als het er alleen maar om zou gaan dat mensen God dienen met het oog op een beloning en hun arbeid aan Hem verhuren of verkopen, dan levert ons dat maar weinig op. Hij wil dat wij Hem gratis dienen en gratis liefhebben. Hij prijst juist een dienaar, zeg ik, die niet ophoudt Hem te dienen, ook al is alle hoop op een beloning hem ontnomen.
In de tweede plaats, als mensen aangespoord moeten worden, kan niemand scherpere prikkels gebruiken dan de prikkels die voortkomen uit het einddoel van onze verlossing en roeping. Het Woord van de Heer gebruikt zulke prikkels als het leert dat je heel goddeloos en ondankbaar bent als je van jouw kant niet Hem liefhebt die ons eerst heeft liefgehad.1 Johannes 4:10; 4:19 Het bloed van Christusreinigtons geweten van dode daden om de levende God te dienen.Hebreeën 9:14 Hetiseen onwaardige heiligschennis als we, eenmaal gereinigd, ons opnieuw met vuilheid besmeuren en zo dat heilige bloed ontheiligen.Hebreeën 10:29 We zijnverlost uit de hand van onze vijanden om Hem te dienen zonder vrees, in heiligheid en rechtvaardigheid, alle dagen van ons leven voor zijnogen.Lucas 1:74-75 We zijn bevrijdvan zonde om met een vrije geest rechtvaardigheid te dienen.Romeinen 6:18 Onze oude mensisgekruisigd, zodat wij zouden opstaan in een nieuw leven.Romeinen 6:4-6
Ook leertGodsWoorddatwij, als we met Christus gestorven zijn – dat hoort zo als we zijn ledematen zijn – de dingen moeten zoeken die boven zijn. In de wereld moetenwevreemdelingen zijn. We moeten ons hart opheffen naar de hemel. Daar is onze schat.Kolossenzen 3:1-3; Mattheüs 6:20 Wanthierin blijktde genade van de Heer:datwe afzien van alle goddeloosheid en wereldse begeerten,maarnuchter, heilig en vroom leven in deze tijd, vol verwachting van de gelukkige hoop en de verschijning van de glorie van onze grote God en redder.Titus 2:11-13Daarom zijn we niet bestemd om woede over ons af te roepen, maar om door Christus de redding te krijgen.1 Thessalonicenzen 5:9We zijn tempels van de Heilige Geest en het is niet toegestaan om die te ontheiligen.1 Korinthiërs 3:16-17; 2 Korinthiërs 6:16; Efeziërs 2:21 In de Heer zijn we geen duisternis, maar licht en daarom horen we te leven als kinderen van het licht. We zijn niet geroepen tot onreinheid, maar tot heiligheid, want dat isGodswil: onze heiliging. Daarom moeten we ons onthouden van verboden begeerten.Efeziërs 5:8-9; 1 Thessalonicenzen 5:3-7Onze roeping is heilig.2Timotheüs 1:9We kunnen er alleen aan beantwoorden met een rein leven. We zijn van zonde verlost om te gehoorzamen aan rechtvaardigheid.Romeinen 6:17-18
Zouden we nog enthousiaster tot liefde aangespoord kunnen worden dan door het argument van Johannes?Wijmoetenelkaar liefhebben zoals God ons heeft liefgehad.1 Johannes 4:10-11En dat dit het verschil is tussen de kinderen van God en de kinderen van de duivel en tussen de kinderen van het licht en de kinderen van de duisternis?Ze wonen in liefde.1 Johannes 3:10; 2:10-11 En ook door dit argument van Paulus?Als weons aan Christus vastklampen,zijn weleden van één lichaam, die onderling elkaar horen te helpen door elkaar te dienen.1 Korinthiërs 6:15-17; 12:12
Of zouden we wel met meer klem gewaarschuwd kunnen worden dat we heilig moeten leven,dan wanneerwe opnieuw van Johannes horen datiedereendie deze hoop heeft, zichzelf heiligtomdatzijnGod heilig is?1 Johannes 3:3En ook als we uit de mond van Paulus horen dat we, als we vertrouwen op de belofte dat we geadopteerd zijn, ons moeten reinigen van elke besmetting van het vlees en de geest?2 Korinthiërs 7:1Met meer klem dan wanneer we horen dat Christus zich als voorbeeld gesteld heeft voor ons, zodat wij zijn voetstappen zouden volgen?1 Petrus 2:21
Het dienen van God is gebaseerd op zijn barmhartigheid
En dit zijn nog maarenkelepassages. Ikhebde lezer er alleen iets van willen laten proeven. Als het mijn bedoeling was om alle passages één voor één langs te gaan, zou ik een dik boek moeten samenstellen. De brieven van de apostelen staan vol vermaningen, aansporingen en berispingen om zo de mens van God te onderwijzen voor elke goede daad. Toch hebben ze het nooit over verdiensten. Sterker nog, hun belangrijkste aansporingen leiden ze af van het feit dat onze redding, zonder verdienste van onze kant, gebaseerd is op Gods barmhartigheid.
Paulus bijvoorbeeld legt eerst in heel zijn brief aan de Romeinen uit dat wij geen enkele hoop hebben op leven, behalve inChristus’rechtvaardigheid. Als hij dan vervolgens toekomt aan de vermaningen, doet hij een beroep op Gods barmhartigheid, die God ons waard gekeurd heeft.Romeinen 12:1En dat alleen zou al voor ons genoeg reden moeten zijn om ervoor te zorgen dat Gods gloriein onsschittert. Als Gods eer sommigen niet zoveel doet, is de herinnering aan het goede dat Hij voor ons gedaan heeft toch meer dan genoeg om hen ertoe aan te zetten goed te doen.
Maar misschien weten diefarizeeëndoor het vasthouden aan verdiensten nog wat slaafse en gedwongen gehoorzaamheid eruit te persen en komen ze daarom met de leugen dat ik niets heb om tot goede werken te kunnen aansporen, omdat ik niet dezelfde weg bewandel als zij. Alsof God zo blij is met zo’n gehoorzaamheid! Hij verklaart dat Hij liefheeft wie graag geeft en Hij verbiedt om iets te geven met tegenzin of omdat het niet anders kan.2 Korinthiërs 9:7
Ik zeg dit niet omdat ikde manier minacht of negeer waarop de Schrift ons zo vaak aanspoort,omdat zegeen enkel middelwillaten liggenomons van alle kanten aan te moedigen.Zeherinnert ons aan het loon dat God ieder zal geven in overeenstemming met zijn daden. Maar ik ontken wel dat dit het enige middel is en zelfs dat het van vele middelen het belangrijkste middel is.Ookgeef ik niet toe dat we daarin ons uitgangspunt moeten nemen.Bovendien beweer ikdat dit geen enkele ondersteuning biedt voor het soort verdiensten die zij prediken. Ik zal dat later nog laten zien.Ten slotte hebben we er ook niets aan als niet de leer voorop gaat dat we alleen gerechtvaardigd worden door Christus’ verdiensten, die we door geloof vastpakken, en dus niet door iets wat we met onze eigen daden verdienen. Want niemand kan geschikt zijn om heiligheid na te streven als hij niet eerst deze leer ingedronken heeft.
De profeet geeft dat ook heel mooi aan als hij God zo toespreekt: ‘Bij U is vergeving, Heer, zodat U gevreesd wordt.’Psalm 130:4 Want hij laat zien dat er geen dienen van God bestaat als je niet eerst zijn barmhartigheid hebt leren kennen. Alleen dat vormt het fundament voor het dienen van God. Het is buitengewoon belangrijk om daar goed op te letten! We moeten weten dat het vertrouwen op Gods barmhartigheid niet alleen het begin is van het dienen van God zoals het hoort. Ook het vrezen van God – wat volgens de pausgezinden een verdienste is – kan niet als een verdienste beschouwd worden. Want de basis daarvoor is de vergeving en kwijtschelding van onze zonden.
De rechtvaardiging door geloof nodigt niet uit tot zondigen
Maar verreweg de meest ongegronde laster van de sofisten is dat ze zeggen dat de mensen worden uitgenodigd om te zondigen als ik verklaar dat de zonden gratis vergeven worden en dat rechtvaardigheiddaarinligt. Immers, ik zeg dat die vergeving zoveel waard is dat geen enkeledaad van ons daartegen op kan wegen. Daarom zouden we die vergeving nooit kunnen krijgen als het geen gratis geschenk was.
Echter, ik zeg dat het voor óns wel gratis is, maar niet voor Christus. Hem heeft het heel veel gekost: zijn allerheiligste bloed. Dat was de enige losprijs die voldoende waard was om aan Gods oordeel te voldoen. Als we de mensen dit leren, worden ze gewaarschuwd dat zij niet kunnen voorkomen dat dit heilige bloed opnieuw vergoten wordt, elke keer als zij zondigen.
Bovendien zeg ik dat we zo onrein zijn dat dat nooit zou kunnen worden afgewassen, behalve door de bron van ditallerzuiverste bloed. Het kan toch niet anders of wie dit hoort krijgt een grotere afschuw van zonde danwanneerer gezegd zou worden dat onze onreinheid wordt afgewassen door een besprenkeling met goede daden? En als ze enig besef van God hebben, hoe zouden ze er dan niet voor terugdeinzen om, als ze eenmaal gereinigd zijn, zich opnieuw in de modder te wentelen? Dan zouden ze de zuiverheid van deze bron, voor zover ze dat zouden kunnen, vertroebelen en besmeuren! ‘Ik heb mijn voeten gewassen,’ zegt de gelovige ziel bij Salomo. ‘Hoe kan ik die dan weer vies maken?’Hooglied 5:3
Nu is duidelijk wie van ons beiden vergeving van zonden goedkoop maakt en rechtvaardigheid in de uitverkoop doet! Zij kletsen dat God verzoend wordt door hun onbeduidende genoegdoeningen, oftewel door drek. Ik verklaar dat de zondeschuld zo zwaar is dat die niet door loze onzinnigheden verzoend kan worden. God is zo diep beledigd dat dat niet kan worden kwijtgescholden op basis van deze waardeloze genoegdoeningen. Daarom heeft alleen Christus’ bloed dit voorrecht. Zij zeggen dat als onze rechtvaardigheid op een bepaald punt bezwijkt, die vernieuwd en hersteld kan worden door daden van genoegdoening. Maar ik ben van mening dat rechtvaardigheid zo kostbaar is dat daar geen enkele vergoeding van goede daden tegen op kan wegen. Om die rechtvaardigheid te herstellen moeten we dus alleen bij Gods barmhartigheid onze toevlucht nemen.
Wat verder nog met de vergeving van zonden te maken heeft, kun je vinden in het volgende hoofdstuk.
Johannes Calvijn, Institutie — Onderwijs in de christelijke godsdienst. Nederlandse bewerking door Gerrit Veldman. Bron: de aangeleverde PDF, samengesteld door Matthijs voor de Institutiekring van Depositum Custodi.