Boek III · Hoofdstuk 8
Kruisdragen
Inhoud van dit hoofdstuk · 11 secties
- 1Kruisdragen is delen in het lijden van Christus
- 2Kruisdragen leert ons nederigheid
- 3Kruisdragen leert ons geduldig vertrouwen op God
- 4Kruisdragen leert ons gehoorzaamheid
- 5Kruisdragen is een onmisbaar medicijn
- 6Kruisdragen is een corrigerende straf voor onze zonden
- 7We lijden voor Gods rechtvaardigheid en waarheid
- 8Opgewekt lijden
- 9Pijn en verdriet voelen is geen zonde
- 10Gelovigen ervaren een tweestrijd
- 11Ons lijden is rechtvaardig van God en goed voor ons
Kruisdragen is delen in het lijden van Christus
Maar iemand met een vroom hart moet zelfs nog hoger reiken, naar de hoogte waar Christus zijn leerlingen heen roept: ieder moet zijn kruis oppakken. Mattheüs 16:24 Want ieder die door de Heer geadopteerd is en die Hij het waard gekeurd heeft om tot de zijnen te behoren, moet zich voorbereiden op een zwaar, moeilijk en onrustig leven, vol van allerlei soorten rampen. Zo wil de hemelse Vader de zijnen trainen om hen op een betrouwbare manier te testen. Hij is daarmee begonnen bij Christus, zijn eniggeboren Zoon en Hij gaat daar bij al zijn kinderen mee door. Want Christus was weliswaar een Zoon die meer geliefd was dan anderen. Over Hem was de Vader tevreden. Mattheüs 3:17; 17:5 Toch zien we dat Hij Christus niet toegeeflijk en zacht behandelt. Je kunt zelfs zeggen dat Christus niet slechts continu door een kruis getraind werd zolang Hij op aarde woonde. Nee, heel zijn leven was eigenlijk niets anders dan een continu kruis.
De apostel noemt de reden daarvoor: Hij moest gehoorzaamheid leren door wat Hij geleden heeft. Hebreeën 5:8 Waarom zouden wij onszelf dan beschouwen als een uitzondering op de voorwaarde waar Christus, ons hoofd, zich aan moest onderwerpen? Vooral omdat Hij zich aan die voorwaarde onderworpen heeft omwille van ons, om in zichzelf ons een voorbeeld te geven van geduld. Daarom leert de apostel Paulus dat voor al Gods kinderen dit het vastgestelde doel is: ze moeten op Christus gaan lijken. Romeinen 8:29
En dat levert ons ook deze geweldige troost op: in zware en moeilijke omstandigheden die we beschouwen als tegenslagen en rampen, delen we in Christus’ lijden. En zoals Hij uit het doolhof van rampen de hemelse glorie binnengegaan is, zo brengen al die verdrukkingen ons naar diezelfde glorie. Handelingen 14:22 Want dat zegt Paulus zelf ergens anders: als wij leren dat we delen in Christus’ lijden, leren we tegelijk ook de kracht van zijn opstanding kennen. En als we gaan lijken op zijn dood, worden we daardoor voorbereid op het delen in de glorieuze opstanding. Filippenzen 3:10-11 Hoe sterk kan dit alle pijn van het kruis verzachten: hoe meer tegenspoed ons in het nauw brengt, hoe zekerder en steviger onze gemeenschap met Christus wordt. En door die gemeenschap is het lijden niet alleen een zegen voor ons, maar helpt het ons ook veel voor ons behoud.
Kruisdragen leert ons nederigheid
Daar komt nog bij dat het oppakken en dragen van het kruis voor onze Heer alleen nodig was om aan zijn Vader zijn gehoorzaamheid te bewijzen. Maar voor ons is het om vele redenen nodig om continu te leven onder een kruis.
In de eerste plaats zijn wij van nature geneigd om alles toe te schrijven aan ons vlees. Als ons niet wordt aangewezen en we er niet als het ware met onze neus bovenop gedrukt worden hoe zwak we zijn, schatten we onze krachten gemakkelijk te hoog in. Dan twijfelen we er niet aan dat we ongebroken en onoverwinnelijk blijven tegenover alle moeilijkheden, wat er ook gebeurt. Dat brengt ons tot een dwaas en ongefundeerd vertrouwen op het vlees. En daar bovenop bouwen we een koppige trots tegenover God zelf, alsof we genoeg zouden hebben aan onze eigen vermogens, zonder zijn genade.
God kan deze arrogantie het beste breken door ons uit onze eigen ervaring te laten zien, niet alleen hoe zwak we zijn, maar ook hoe kwetsbaar. Dus teistert Hij ons met schande, armoede, verlies van geliefden, ziekte of andere rampen. Wij zijn absoluut niet in staat om zulke dingen te dragen. Voor zover het van ons afhangt, bezwijken we er al snel onder. Dat vernedert ons en zo leren we Gods kracht te hulp te roepen. Alleen die kracht laat ons overeind blijven onder het gewicht van onze verdrukkingen. Ja, zelfs de meest heilige mensen weten dat ze overeind blijven dankzij Gods genade en niet door eigen kracht. En toch hebben ze veel te veel vertrouwen in hun eigen kracht en standvastigheid, tenzij God hen door de test van een kruis tot een dieper zelfinzicht brengt.
Deze zorgeloosheid heeft zelfs David overvallen. Hij zegt: ‘Ik zei in mijn onbezorgdheid: ik zal voor eeuwig niet wankelen. U, HEER, omdat U mij goedgezind was, hebt U kracht vastgezet voor mijn berg. U verborg uw gelaat en ik was bang.’ Psalm 30:7-8 David erkent dat tijdens voorspoed zijn zinnen verlamd waren door zorgeloosheid. Hij negeerde Gods genade, waar hij afhankelijk van had moeten zijn. In plaats daarvan vertrouwde hij op zichzelf en beloofde hij zichzelf dat hij altijd overeind zou blijven. Als dit zo’n groot profeet is overkomen, wie van ons zou dan niet bang zijn en daarvoor op zijn hoede zijn?
Als gelovigen vernederd worden door tegenspoed, leren ze dat het huichelarij was dat ze in voorspoed zichzelf vleiden met de gedachte dat ze standvastiger en geduldiger waren. Volgens mij komen gelovigen dus vooruit in nederigheid als ze gewaarschuwd worden door zulke bewijzen van hun ziekte. Dan laten ze hun verkeerde vertrouwen op het vlees los en nemen ze hun toevlucht tot Gods genade. En als ze dat gedaan hebben, ervaren ze dat Gods kracht bij hen is en dat dat alle hulp is die ze nodig hebben en zelfs meer dan ze nodig hebben.
Kruisdragen leert ons geduldig vertrouwen op God
En dat is wat Paulus leert: verdrukkingen zorgen voor geduld en door geduld doorstaan we de test. Romeinen 5:3-4 Want God heeft beloofd dat Hij de gelovigen zal bijstaan in verdrukkingen. En ze ervaren dat dat waar is als zijn hand hen steunt en ze geduldig standhouden. Want in eigen kracht hadden ze dat nooit gekund. Geduld laat de heiligen dus ervaren dat God, als het nodig is, inderdaad de hulp geeft die Hij beloofd heeft. Dat versterkt ook hun hoop. Want het zou wel heel ondankbaar zijn als ze Gods standvastigheid en kracht ervaren hebben, maar er voor de toekomst niet op zouden rekenen dat God betrouwbaar is.
Nu zien we hoeveel onderling samenhangende goede dingen er voortkomen uit een kruis. Het maakt een eind aan onze verkeerde gedachten over onze eigen kracht. Het ontmaskert onze geliefde huichelarij. En het verjaagt onze gevaarlijke vertrouwen op het vlees. En als we zo vernederd zijn, leert het ons alleen op God te vertrouwen. En zo komt het dat we niet bezwijken. Na de overwinning komt er hoop. Want doordat de Heer doet wat Hij beloofd heeft, bevestigt Hij voor de toekomst dat Hij betrouwbaar is.
Werkelijk, al waren dit de enige redenen, dan blijkt daaruit toch hoe nodig het voor ons is dat we getraind worden door een kruis. Het is immers heel belangrijk dat jouw blinde eigenliefde afgewassen wordt, zodat je je extra bewust bent van je zwakheid. Dat je onder de indruk komt van het besef van je eigen zwakheid, zodat je op God leert vertrouwen. Dat je met je hart op God vertrouwt, zodat je bouwt op zijn hulp en zo tot het eind toe volhoudt en niet verslagen wordt. Dat je je positie kiest op zijn genade, zodat je inziet dat Hij in zijn beloften betrouwbaar is. Dat je duidelijk leert kennen dat zijn beloften zeker zijn, zodat je hoop daardoor versterkt wordt.
Kruisdragen leert ons gehoorzaamheid
De Heer heeft ook nog een andere bedoeling met het slaan van de zijnen: Hij wil hun geduld testen en hun gehoorzaamheid leren. Weliswaar kunnen ze Hem geen andere gehoorzaamheid bewijzen dan de gehoorzaamheid die Hij hun zelf gegeven heeft. Maar zo wil de Heer met onmiskenbare bewijzen duidelijk maken welke genadegaven Hij de heiligen geschonken heeft, om te voorkomen dat die in hun binnenste passief en verborgen blijven.
De Heer heeft hun de kracht en de standvastigheid gegeven om verdrukkingen te dragen. Als Hij die aan het licht brengt, wordt er gezegd dat Hij hun geduld test. Vandaar de uitspraken dat God Abraham testte en bewijs vond van diens vroomheid, omdat hij niet weigerde om zijn eigen, enige zoon te offeren. Genesis 22:1; 22:12 Daarom leert Petrus dat ons geloof getest wordt door middel van verdrukkingen, net zoals goud in een oven onderzocht wordt door vuur. 1 Petrus 1:7 En wie zou kunnen beweren dat het niet nuttig is dat de geweldige gave van geduld die een gelovige van God krijgt, tevoorschijn gehaald wordt om te gebruiken, zodat we zeker en duidelijk weten dat we die gave hebben? Immers, anders zouden mensen die gave nooit op waarde schatten. God wil niet dat de goede eigenschappen die Hij zijn gelovigen gegeven heeft, verborgen blijven in het donker en nutteloos blijven liggen en verloren gaan. Daarom geeft Hij aanleidingen om ze op te wekken. Als Hij daar goed aan doet, hebben de verdrukkingen van de heiligen een heel goede reden. Want zonder die verdrukkingen zouden ze geen geduld hebben.
Een kruis leert hun volgens mij ook gehoorzaamheid. Want door een kruis leren ze om niet te leven volgens hun eigen wensen, maar volgens Gods wil. Als voor hen alles naar wens ging, zouden ze natuurlijk niet weten wat het betekent om God te volgen. En Seneca noemt als een oude uitdrukking voor als men iemand aanspoorde om tegenspoed te dragen: ‘Volg God!’
Daarmee gaf men aan dat een mens zich pas onderwerpt aan Gods juk als hij zijn hand en rug aanbiedt aan Gods gesel. En als het heel eerlijk is dat wij in alles de hemelse Vader gehoorzamen, dan kunnen we er niets op tegen hebben dat Hij ons er op alle mogelijke manieren aan went om Hem te gehoorzamen.
Kruisdragen is een onmisbaar medicijn
Toch beseffen we nog niet hoe nodig we die gehoorzaamheid hebben, als we niet tegelijk bedenken hoe losbandig ons vlees is. We werpen Gods juk van ons af zodra ons vlees maar een beetje zachter en toegeeflijker behandeld wordt. Want dan gaat het met ons vlees net als met koppige paarden. Als ze enkele dagen niet hoeven te werken en goed verzorgd worden, zijn ze daarna niet te temmen, zo wild zijn ze. Dan dulden ze geen berijder, zelfs al gehoorzaamden ze zijn besturing eerst wel. In ons zit continu dat waarvan God klaagt dat het in het volk Israël zat: als we vet en dik worden, trappen we achteruit naar Hem die ons gekoesterd en gevoed heeft. Deuteronomium 32:15 Gods vrijgevigheid zou ons ertoe moeten verleiden om zijn goedheid te overdenken en lief te hebben. Maar we zijn zo slecht dat we liever continu door zijn goedheid verwend en bedorven worden.
Daarom is het meer dan nodig dat we door een beetje discipline in toom gehouden worden, zodat we niet zo’n brutaliteit begaan. Dus stelt de Heer zelf zich op tegenover ons, voor zover dat volgens Hem nodig is. Hij beteugelt de overmoed van ons vlees door middel van een kruis, om te voorkomen dat we wild worden door een te grote overvloed aan rijkdommen, dat we hoogmoedig worden door hoge eerbewijzen en dat we overmoedig worden van verwaandheid over wat onze geest, ons lichaam of ons fortuin verder nog aan goede dingen te bieden hebben.
De Heer doet dit op verschillende manieren, voor ieder zoals het voor hem goed is. We lijden immers niet allemaal even erg aan dezelfde ziekten en hebben ook niet allemaal dezelfde moeilijke genezing nodig. Zodoende kun je zien hoe de een door dit soort kruis en een ander door dat soort kruis getraind wordt. De hemelse arts behandelt de een zachter en een ander geneest Hij met zwaardere middelen. Toch wil Hij voor ieders gezondheid zorgen, dus laat Hij niemand vrij en ongemoeid passeren. Want Hij weet dat we allemaal, tot de laatste toe, ziek zijn.
Kruisdragen is een corrigerende straf voor onze zonden
Daar komt bij dat onze zeer welwillende Vader het niet alleen nodig vindt om onze zwakheid voor te zijn. Hij vindt het ook nodig om vaak onze zonden te bestraffen zodat we Hem blijven gehoorzamen zoals het hoort. Telkens als we getroffen worden, moeten we dus meteen terugdenken aan ons vroegere leven. Dan zullen we ongetwijfeld zien dat we iets verkeerd gedaan hebben, waarmee we een dergelijke tuchtmaatregel verdiend hebben.
Toch moet de oproep tot geduld niet vooral gekoppeld worden aan het erkennen van onze zonden. Want de Schrift biedt iets veel beters om over na te denken. Zij zegt dat de Heer ons tuchtigt met tegenspoed om te voorkomen dat we samen met deze wereld veroordeeld worden. 1 Korinthiërs 11:32 Dus moeten we ook midden in zware verdrukkingen erkennen dat onze Vader ons barmhartig en goedgezind is. Want zelfs dan werkt Hij nog steeds aan ons behoud. Want Hij tuchtigt ons niet om ons te vernietigen of te doden, maar juist om ons te verlossen van de veroordeling van de wereld.
Als we daaraan denken, brengt dat ons bij wat de Schrift ergens anders leert: ‘Mijn zoon, verwerp de tucht van de HEER niet en voel geen weerzin als Hij je straft. Want de HEER straft wie Hij liefheeft, ja zoals een vader zijn zoon omhelst.’ Spreuken 3:11-12 Als we de roede van de Vader voelen, horen we ons dan niet juist als gehoorzame en ontvankelijke kinderen te gedragen, in plaats van koppig de goddelozen te imiteren, die verhard hun slechte daden volhouden? God vernietigt ons, tenzij Hij ons terugroept als we van Hem zijn afgeweken. Dus zegt Hij terecht dat we bastaarden zijn in plaats van zonen als we niet getuchtigd worden. Hebreeën 12:8
We zitten dus heel erg fout als we God niet kunnen verdragen als Hij ons zijn welwillendheid laat zien en zijn zorg voor ons behoud. De Schrift leert dat dit het verschil is tussen ongelovigen en gelovigen: ongelovigen worden door geselingen steeds slechter en koppiger, als slaven van een chronische slechtheid die steeds weer de kop op steekt. Maar gelovigen zijn als vrijgeboren zonen en daarom komen ze tot berouw. Nu moet jij kiezen tot welke van deze beide groepen je het liefst wilt behoren. Maar omdat ik het daarover ergens anders al gehad heb, vind ik het genoeg dat ik dit kort aangestipt heb. Daarom houd ik er nu over op.
We lijden voor Gods rechtvaardigheid en waarheid
Verder ligt er een bijzondere troost in als we vervolgd worden omwille van rechtvaardigheid. Want dan moeten we bedenken dat de Heer ons een grote eer waard keurt omdat Hij ons tooit met het speciale ereteken van militaire dienst voor Hem.
Volgens mij word je niet alleen vervolgd omwille van rechtvaardigheid als je problemen ervaart omdat je het evangelie verdedigt. Volgens mij word je ook vervolgd omwille van rechtvaardigheid als je problemen ervaart bij elke vorm van het beschermen van rechtvaardigheid. Het maakt dus niet uit of je Gods waarheid verdedigt tegen de leugens van Satan of dat je goede en onschuldige mensen beschermt tegen de onrechtvaardigheid van slechte mensen. In beide gevallen word je onvermijdelijk getroffen door de ergernis en haat van de wereld, met als gevolg dat ons leven, onze bezittingen of onze eer gevaar lopen.
We moeten het niet erg of moeilijk vinden om ons zover in dienst van God te stellen. Ook moeten we niet denken dat we ongelukkig zijn in die dingen waarin Hij ons zelf, met zijn eigen mond, gelukkig genoemd heeft. Mattheüs 5:10 Op zichzelf is armoede inderdaad ellendig, net als ballingschap, verachting, gevangenschap en belediging. De dood is uiteindelijk de ergste ramp. Maar als Gods gunst ons overkomt, veranderen al die dingen voor ons in geluk! We moeten dus liever tevreden zijn met de verklaring van Christus dan met het valse oordeel van het vlees.
Op die manier zijn we, volgens het voorbeeld van de apostelen, Handelingen 5:41 blij, telkens als God het ons waard acht om beledigd te worden voor zijn naam. Immers, als wij onschuldig en met een goed geweten van onze bezittingen beroofd worden door een misdaad van goddelozen, worden we wel arm bij de mensen. Maar dan groeit juist onze echte rijkdom bij God in de hemel. Als we ons huis uitgejaagd worden, worden we extra hecht opgenomen in Gods familie. Als we gekweld en veracht worden, schieten we extra diep wortel in Christus. Als we met beledigingen en schande gebrandmerkt worden, krijgen we een extra mooie plek in Gods koninkrijk. Als we gedood worden, wordt voor ons de toegang geopend tot het echt gelukkige leven.
We moeten ons schamen als we dingen waarvoor de Heer zo’n hoge prijs bepaald heeft, minder waard vinden dan de schaduwachtige en vergankelijke verleidingen van het tegenwoordige leven!
Opgewekt lijden
Met deze en meer van zulke aansporingen verzacht de Schrift dus meer dan royaal de beledigingen en de rampen die we ondergaan omwille van de verdediging van rechtvaardigheid. Daarom zijn we heel erg ondankbaar als we die niet graag en opgewekt uit de hand van de Heer aannemen. Vooral omdat dit soort kruis het meest hoort bij gelovigen. Want daardoor wil Christus dat in ons zijn glorie schittert, zoals Petrus ook leert. 1 Petrus 4:11-16
Voor mensen met een edele aard is het erger om beledigingen te verduren dan honderd doden te moeten sterven. Daarom waarschuwt Paulus uitdrukkelijk dat ons niet alleen vervolgingen te wachten staan omdat we op de levende God hopen, maar ook beledigingen. 1 Timotheüs 4:10 En ergens anders beveelt hij ons naar zijn voorbeeld te leven, of er nu slecht of goed over ons gesproken wordt. 2 Korinthiërs 6:8
Maar er wordt van ons niet geëist dat we zo opgewekt zijn dat er geen enkel gevoel van pijn en verdriet meer overblijft. Want de heiligen zouden voor een kruis geen geduld nodig hebben als ze niet gekweld werden door verdriet en bang werden onder de moeilijkheden. Stel dat armoede, ziekte, belediging en dood geen pijn of angst opleverden. Wat voor kracht of zelfbeheersing zou je dan nog nodig hebben om dit allemaal te verduren? Maar we worden allemaal van nature gekweld door de pijn die dit alles nu eenmaal meebrengt. Daarom blijkt de kracht van een gelovige als hij door zo’n gevoel van pijn getroffen wordt, maar zich er krachtig tegen verzet en zich eraan ontworstelt, ook al heeft hij het nog zo zwaar te verduren. Zijn geduld blijkt als hij heftig geprikkeld wordt, maar zich toch door vrees voor God in toom houdt en niet brutaal tekeergaat. En zijn opgewektheid schittert als hij gewond wordt door verdriet, maar toch rust vindt in de geestelijke troost van God.
Pijn en verdriet voelen is geen zonde
Als gelovigen proberen geduldig te blijven en zich te beheersen, gaan ze dus de strijd aan met hun natuurlijke gevoel van verdriet. Deze strijd heeft Paulus passend beschreven met deze woorden: ‘We worden in alles verdrukt, maar zitten niet in het nauw. We zitten in nood, maar niet zonder hulp. We worden vervolgd, maar worden daarin niet alleen gelaten. We worden omvergegooid, maar gaan niet verloren.’ 2 Korinthiërs 4:8-9
Je ziet dus dat het geduldig dragen van je kruis niet betekent dat je totaal ongevoelig wordt en elk gevoel van verdriet kwijtraakt. Zo waren in het verleden de stoïcijnen zo dwaas om een moedig man te beschrijven als iemand die zijn menselijkheid afgelegd heeft. In tegenspoed zou zo iemand dezelfde stemming hebben als in voorspoed, in verdrietige omstandigheden dezelfde stemming als in blijde omstandigheden. Net als een steen zou hij onder alles onbewogen blijven. Maar wat hebben die stoïcijnen met hun verheven wijsheid bereikt? Nou, ze hebben een beeld van geduld getekend dat onder mensen nooit gevonden is en ook nooit kan bestaan. Sterker nog, omdat ze geduld veel te nauwkeurig en te krap willen afbakenen, hebben ze de waarde van geduld uit het menselijk leven weggehaald.
En nu zijn er onder de christenen nieuwe stoïcijnen die niet alleen zuchten en huilen als zonde beschouwen, maar zelfs verdrietig en ongerust zijn. En deze vreemde opvattingen komen vooral vandaan bij mensen die een passief leven leiden. Ze trainen zich meer in denken dan in werken. En daardoor kunnen ze niets anders dan zulke rare ideeën verzinnen.
Maar wij hebben niets te maken met die ijzeren filosofie. Onze meester en Heer heeft die filosofie niet alleen met zijn woord, maar ook met zijn voorbeeld veroordeeld. Want Hij zuchtte en huilde om zijn eigen en andere rampen. En zijn leerlingen leerden niet anders. Onze Heer zegt: ‘De wereld zal blij zijn, maar jullie zullen bedroefd zijn en huilen.’ Johannes 16:20 En om te voorkomen dat iemand dat als zonde zou beschouwen, heeft Hij de mensen die treuren openlijk gelukkig genoemd. Mattheüs 5:4 Geen wonder! Want als we alle tranen afkeuren, hoe moeten we de Heer zelf dan beoordelen? Uit zijn lichaam druppelden tranen van bloed! Lucas 22:4 Als we elke angst brandmerken als teken van ongeloof, hoe moeten we dan zijn sidderen beschouwen? We lezen dat Hij daardoor diep verslagen was! Als elk verdriet ons tegenstaat, hoe kunnen we dan accepteren dat Hij bekent dat Hij bedroefd is, tot de dood toe? Mattheüs 26:37-38
Gelovigen ervaren een tweestrijd
Dit heb ik willen zeggen om te voorkomen dat vrome mensen wanhopig worden en meteen de moed opgeven, zonder te proberen geduldig te zijn, omdat ze hun natuurlijke verdrietige emoties niet van zich af kunnen zetten. Dat gebeurt onvermijdelijk met degenen die van geduld ongevoeligheid maken en van een standvastig man een blok hout. Want de Schrift prijst heiligen om hun geduld als ze door zware rampen geteisterd worden, maar niet worden gebroken en niet bezwijken. Als ze door pijn verwond worden, maar tegelijk overgoten worden met een geestelijke blijdschap. Als de angst zwaar op hen drukt, maar Gods troost hen opbeurt en ze toch opgelucht adem halen.
Ondertussen vindt er in hun hart een tweestrijd plaats. Van nature ontvluchten ze de dingen waarvan ze voelen dat die hun dwars zitten en ze zijn er bang voor. Maar aan de andere kant proberen ze midden in deze moeilijkheden toch ook vroom Gods wil te gehoorzamen.
Aan deze tweestrijd heeft de Heer uitdrukking gegeven toen Hij tegen Petrus zei: ‘Toen je jong was, omgordde je jezelf en je liep waar je maar heen wilde. Maar als je oud geworden bent, zal een ander je omgorden en brengen waar je niet heen wilt.’ Johannes 21:18 Het is natuurlijk niet waarschijnlijk dat Petrus, toen hij met zijn dood Gods glorie moest moest laten schitteren, onwillig en tegenspartelend meegesleurd is. Want dan zou hij met zijn martelaarschap weinig lof verdiend hebben. Maar ook al gehoorzaamde hij nog zo enthousiast wat God bepaald had, hij was nog steeds mens. En dus werd hij door een tweevoudige wil verscheurd. Want toen hij bij zichzelf nadacht over de wrede dood die hij zou ondergaan, zou hij er graag voor gevlucht zijn, omdat zoiets gruwelijks hem angst aanjoeg. Maar aan de andere kant bedacht hij dat hij op Gods bevel geroepen werd om zo te sterven. En toen overwon en vertrapte hij de angst en onderging hij deze dood graag, ja zelfs opgewekt.
Als we Christus’ leerlingen willen zijn, moeten we dus proberen ons hart te laten vullen met zo’n grote eerbied voor en gehoorzaamheid aan God dat alle verlangens die daarmee in strijd zijn erdoor in bedwang worden gehouden en onderworpen worden aan wat God bepaalt. Dan zullen we zelfs in de diepste benauwdheid standvastig en geduldig blijven, door wat voor soort kruis we ook gekweld worden.
Tegenslagen zelf zullen altijd pijn doen en ons kwellen. Als we getroffen worden door ziekte, zuchten we, worden we ongerust en verlangen we ernaar gezond te zijn. Onder de last van armoede, raken we gewond door de prikkels van onrust en verdriet. Pijnlijke beledigingen, verachting en onrecht raken ons. Als onze familieleden sterven, betalen we de tranen die we onze aard verschuldigd zijn. Maar uiteindelijk loopt het altijd hierop uit: de Heer heeft het zo gewild, dus moeten we zijn wil volgen. Ja, zelfs midden in pijnlijk verdriet, zuchten en tranen, moet deze gedachte opkomen. Dan wordt onze stemming zo gebogen dat we opgewekt juist dat kunnen dragen waardoor we zulke emoties ervaren.
Ons lijden is rechtvaardig van God en goed voor ons
De belangrijkste reden om ons kruis te dragen heb ik ontleend aan het nadenken over Gods wil. Daarom moet ik met enkele woorden vaststellen wat het verschil is tussen het geduld van de filosofen en christelijk geduld.
Van de filosofen hebben er vast maar heel weinig het inzicht bereikt dat ze begrepen dat we door verdrukkingen getraind worden door de hand van God. Heel weinig van hen vonden dus dat we God daarin moeten gehoorzamen. Maar zelfs die enkelingen voeren daarvoor geen andere reden aan dan dat het nu eenmaal onvermijdelijk is. Maar wat betekent dat anders dan dat je voor God aan de kant moet, omdat het tevergeefs is om te proberen tegen Hem te vechten? Want als we God alleen maar gehoorzamen omdat het niet anders kan, stoppen we met gehoorzamen zodra we eraan kunnen ontkomen.
Maar de Schrift beveelt ons om in Gods wil op iets heel anders te letten: in de eerste plaats moeten we letten op zijn rechtvaardigheid en eerlijkheid en in de tweede plaats op zijn zorg voor ons behoud.
Christelijke aansporingen tot geduld hebben daarom de volgende inhoud. Of we nu gekweld woorden door armoede, ballingschap, gevangenschap, beledigingen, ziekte, verlies van geliefden of andere zulke dingen, we moeten bedenken dat niets daarvan ons overkomt buiten Gods wil en voorzienigheid om. En verder moeten we bedenken dat Hij niets doet zonder dat Hij het heel rechtvaardig regelt. Immers, met onze ontelbare zonden, elke dag opnieuw, verdienen we het toch om met ergere en zwaardere roeden getuchtigd te worden, dan de roeden waarmee Hij ons in zijn zachtmoedigheid slaat? Het is toch volkomen eerlijk dat Hij ons vlees temt en als het ware laat wennen aan het juk? Anders zou het immers in overeenstemming met zijn aard naar eigen goeddunken tekeergaan. En Gods rechtvaardigheid en waarheid zijn het toch waard dat we daarvoor lijden? Als in verdrukkingen Gods ontwijfelbare rechtvaardigheid zichtbaar wordt, kunnen we daar alleen maar op mopperen of tegen vechten door onrechtvaardig te zijn.
We horen dus niet dat flauwe riedeltje: ‘We moeten voor God aan de kant, dat kan nu eenmaal niet anders.’ We horen een levend en volledig actief bevel: we moeten gehoorzamen omdat het niet toegestaan is om je te verzetten. We moeten geduldig dragen omdat ongeduldige koppigheid ingaat tegen Gods rechtvaardigheid.
Verder vinden we alleen aantrekkelijk wat volgens ons goed is voor ons en voor ons behoud. Daarom troost onze heel goede Vader ons ook op dat punt. Want Hij verklaart dat Hij juist door ons een kruis op te leggen, zorgt voor ons behoud. Het staat dus vast dat verdrukkingen goed voor ons zijn. Waarom zouden we ze dan niet dankbaar en kalm op ons nemen? En als we ze geduldig dragen, zwichten we dus niet voor iets onvermijdelijks, maar berusten we in wat goed voor ons is.
Als we dit bedenken, zorgt dat er volgens mij voor dat we in een kruis niet alleen een benauwend natuurlijk besef van pijn ervaren, maar ons evengoed ontspannen door een geestelijke blijdschap. En als gevolg daarvan kunnen we ook danken. Zonder vreugde zou dat immers niet kunnen. Het prijzen en danken van de Heer kan alleen opkomen uit een vrolijk en blij hart. Dus als niets dat prijzen en danken in ons mag verhinderen, dan blijkt daaruit hoe nodig het is dat de pijn van een kruis verzacht wordt door geestelijke vreugde.
Voetnoten
- 345
Seneca, De vita beata,15,5.
Voetnoot 345
Seneca, De vita beata,15,5.
Johannes Calvijn, Institutie — Onderwijs in de christelijke godsdienst. Nederlandse bewerking door Gerrit Veldman. Bron: de aangeleverde PDF, samengesteld door Matthijs voor de Institutiekring van Depositum Custodi.