Boek IV · Hoofdstuk 18

De mis

Inhoud van dit hoofdstuk · 20 secties
  1. 1De mis als zoenoffer
  2. 2De mis beledigt Christus
  3. 3De mis onderdrukt en bedekt Christus’ lijden
  4. 4Een onterecht beroep op Maleachi
  5. 5De mis wist de herinnering uit aan Christus’ dood
  6. 6De mis berooft ons van de vrucht van Christus’ dood
  7. 7De mis verdringt het avondmaal
  8. 8Privémissen
  9. 9Priesters en offers
  10. 10Augustinus over de mis als offer
  11. 11Fouten van de kerkvaders
  12. 12De offers van het Oude Testament en het avondmaal
  13. 13Dankoffers en zoenoffers
  14. 14Het verkopen van missen
  15. 15Plato over het afkopen van de goden
  16. 16Dankoffers
  17. 17Dankoffers en het avondmaal
  18. 18De mis is een goddeloze godslastering
  19. 19Doop en avondmaal zijn de enige sacramenten
  20. 20Doop en avondmaal zijn voldoende

De mis als zoenoffer

Door dit soort uitvindingen heeft Satan geprobeerd het heilig avondmaal van Christus als het ware met een dikke duisternis te bedekken en te besmeuren. Hij wilde hoe dan ook voorkomen dat de zuiverheid van het avondmaal in de kerk behouden zou blijven. Maar het toppunt van afschuwelijke gruwelen was dat hij een teken oprichtte dat het avondmaal niet alleen verduisterde en bedierf, maar zelfs volledig uitwiste en vernietigde. Daardoor verdween het en hadden de mensen er zelfs geen herinnering meer aan. Met een levensgevaarlijke dwaling verblindde hij de wereld zo dat ze geloofde dat de mis een offer en een geschenk aan God is om vergeving van zonden te krijgen.

Ik ga me er niet druk over maken hoe de verstandigste scholastici dit dogma aanvankelijk hebben ontvangen. Zij hebben iets minder onacceptabele dingen gezegd dan hun opvolgers. Maar ze moeten hun gang maar gaan met hun spitsvondige redeneringen. Al zouden ze met allerlei uitvluchten verdedigd kunnen worden, toch moeten alle goede mensen die redeneringen afwijzen. Want ze doen niets anders dan de helderheid van het avondmaal bedekken onder allerlei vormen van duisternis. Ik laat die argumenten dus liggen.

Maar mijn lezers moeten wel begrijpen dat ik hier strijd tegen de opvatting waarmee de antichrist van Rome en zijn profeten de hele wereld gevuld hebben: dat de mis een daad is waarmee de priester die Christus offert en anderen die aan dat offer meedoen, iets bij God verdienen. Oftewel dat de mis een zoenoffer is waarmee zij zich met God verzoenen.

Deze opvatting is niet alleen door de grote massa algemeen aanvaard. Ook het ritueel zelf is zo ingericht dat het een soort verzoening is waarmee God genoegdoening gegeven wordt voor de verzoening van levenden en doden. Dat blijkt ook uit de woorden die ze gebruiken en ook op basis van het dagelijkse gebruik kun je geen andere conclusie trekken. Ik weet hoe diep deze pest wortel geschoten heeft en ook dat ze schuilgaat onder goede schijn, dat ze zich tooit met Christus’ naam en dat velen geloven dat enkel het woord ‘mis’ de kern van het geloof omvat.

Maar ik ga op basis van Gods Woord heel duidelijk bewijzen dat deze mis, met hoeveel pracht en praal zij ook versiert wordt, een grote belediging van Christus is. Dat ze zijn kruis begraaft en onderdrukt. Dat ze ons zijn dood laat vergeten. Dat ze ons de vrucht afpakt die zijn dood ons oplevert. En dat ze het sacrament ontkracht en ruïneert waardoor wij zijn dood in herinnering konden houden. Zullen de wortels dan zo diep zijn dat ze niet door deze heel scherpe bijl – Gods Woord bedoel ik – wordt omgehouwen en uitgeroeid? Zal de pracht en praal waaronder het kwaad verstopt zit dan zo schitterend zijn dat dit licht het niet kan onthullen?

De mis beledigt Christus

Ik moet dus laten zien wat ik in de eerste plaats gezegd heb: dat in de mis Christus op een onacceptabele manier gelasterd en beledigd wordt. Hij is immers door de Vader geheiligd als hogepriester. Niet tijdelijk, zoals je leest over de priesters die in het Oude Testament aangesteld werden. Hun priesterschap kon niet oneindig zijn, want hun leven was eindig. Daarom waren er opvolgers nodig, die steeds de plaats innamen van degenen die gestorven waren. Maar Christus is onsterfelijk. Daarom is het echt niet nodig dat er voor Hem een plaatsvervanger wordt aangesteld. Dus heeft de Vader Hem aangewezen als priester voor eeuwig, volgens de orde van Melchizedek: om een voor eeuwig blijvend priesterschap te vervullen. Dit mysterie was lang van tevoren afgebeeld in Melchizedek. De Schrift voert hem eenmaal op als priester van de levende God en noemt hem daarna nooit meer. Alsof er geen eind aan zijn leven gekomen is. Door deze overeenkomst wordt Christus priester genoemd volgens de orde van Melchizedek. Hebreeën 5:5-10; 7:17-21; 9:11; 10:21; Psalm 110:4; Genesis 14:18

Nu kan het niet anders of de degenen die elke dag offeren, moeten priesters aanstellen in plaats van Christus, als zijn opvolgers en plaatsvervangers. Maar door hen in Christus’ plaats te stellen, beroven ze Christus van zijn eer en ontnemen ze Hem het privilege van zijn eeuwig priesterschap. En dat niet alleen. Ze proberen Hem ook weg te jagen van de rechterhand van de Vader. Want daar kan Hij niet oneindig blijven zitten zonder tegelijk ook voor eeuwig priester te blijven.

En nu moeten de pausgezinden niet aanvoeren dat hun offerpriesters niet in Christus’ plaats gesteld worden, alsof

Christus gestorven is, maar dat ze alleen maar zijn helpers zijn en dat dat nog geen eind maakt aan zijn eeuwig priesterschap. Want de woorden van de apostel brengen hen zo sterk in het nauw, dat ze niet kunnen ontsnappen. Hij zegt immers dat er vele anderen priester werden omdat de dood hun verhinderde om altijd priester te blijven. Hebreeën 7:23 Maar de dood vormt voor Christus geen belemmering. Dus is Hij de enige priester en heeft Hij geen collega’s nodig.

Maar de pausgezinden zijn zo brutaal om zich te wapenen met het voorbeeld van Melchizedek om hun goddeloosheid te verdedigen. Er wordt over hem gezegd dat hij brood en wijn aanbood. Dus concluderen zij dat dat een voorspel was op hun mis. Alsof de overeenkomst tussen hem en Christus zit in het aanbieden van brood en wijn! Dat is zo’n flauwe onzin dat ik dat niet hoef te weerleggen. Melchizedek gaf Abraham en zijn metgezellen brood en wijn, zodat ze zich konden verkwikken. Want ze waren moe van de reis en de strijd. Genesis 14:18 Wat heeft dat te maken met een offer? Mozes prijst de vriendelijkheid van de heilige koning. Zij maken daar zonder aanleiding een mysterie van. Maar daar wordt niets over gezegd.

Maar ze schilderen hun dwaling in nog een andere kleur. Want, zeggen ze, meteen daarna volgt: ‘En hij was een priester van de allerhoogste God.’ Mijn antwoord is dat ze dat onterecht op het brood en de wijn laten slaan. De apostel laat het slaan op de zegen. Omdat hij een priester van God was, zegende hij Abraham. Genesis 14:19 Dezelfde apostel – de beste uitlegger die er te vinden is – concludeert daaruit dat hij een hogere positie had dan Abraham. Want een mindere wordt gezegend door een meerdere. Hebreeën 7:7 Stel dat het aanbod van

Melchizedek een afbeelding was van het misoffer. Deze apostel onderzoekt zelfs de kleinste dingen. Dus vraag ik je: zou hij dan zoiets belangrijks vergeten hebben?

Maar wat ze ook kletsen, hun poging om de argumentatie van de apostel onderuit te halen, is tevergeefs. Die argumentatie is dat er een eind is gekomen aan het recht en de eer van het priesterschap onder sterfelijke mensen, omdat Christus onsterfelijk is en de enige en eeuwige priester is.

De mis onderdrukt en bedekt Christus’ lijden

Als tweede effect van de mis heb ik genoemd dat ze het kruis en lijden van Christus onderdrukt en bedekt. Dat is inderdaad heel zeker: zodra er een altaar wordt opgericht, wordt Christus’ kruis omvergehaald. Want als Hij zichzelf aan het kruis geofferd heeft om ons voor eeuwig te heiligen en om een eeuwige verlossing voor ons te verdienen, Hebreeën 9:12 dan komt er natuurlijk nooit een eind aan de kracht en het effect van dat offer. Anders zouden we over Christus net zo gering denken als over de runderen en kalveren die onder de wet geofferd werden. Die offers waren krachteloos en zwak. Dat blijkt wel omdat ze steeds herhaald werden. Dus moeten we erkennen óf dat Christus’ offer aan het kruis niet in staat was voor eeuwig te reinigen, óf dat Christus één offer gebracht heeft voor eens en voor altijd.

Dat is wat de apostel zegt: ‘Deze hogepriester Christus is aan het eind van de eeuwen voor eens en voor altijd verschenen om de zonde teniet te doen door zichzelf te offeren.’ Hebreeën 9:16 En: ‘Wij zijn door Gods wil geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus dat voor eens en voor altijd gebracht is.’ Hebreeën 10:10 En: ‘Christus heeft met één offer degenen die geheiligd worden voor eeuwig volmaakt gemaakt.’ Hebreeën 10:14 En daar voegt hij nog deze opmerkelijke uitspraak aan toe: ‘Waar nu voor eens en voor altijd vergeving verdiend is, is geen offer meer nodig.’ Hebreeën 10:18

Dat heeft ook Christus duidelijk gemaakt met zijn laatste uitspraak. In zijn laatste ademtochten zei Hij: ‘Het is volbracht.’ Johannes 19:30 Laatste woorden van stervenden geven wij vaak zoveel aandacht alsof het goddelijke uitspraken zijn.

Christus getuigt stervend dat met zijn enige offer alles voltooid en vervuld is dat nodig was om ons te redden. Hij heeft duidelijk aangegeven dat dit offer volmaakt was. Mogen wij aan zo’n offer dan nog dagelijks talloze offers vastknopen, alsof het een onvolmaakt offer was? Gods heilige Woord verzekert niet alleen, maar roept uit en verklaart dat dit offer voor eens en voor altijd volbracht is en dat de kracht ervan voor eeuwig blijft. Als je dan nog een ander offer eist, beschuldig je dit offer dan niet van onvolmaaktheid en zwakheid?

Maar de mis is ingesteld met de voorwaarde dat er elke dag honderdduizend offers gebracht moeten worden. Dus wat is dan anders het doel van de mis dan dat Christus’ lijden, waardoor Hij zich als enig slachtoffer heeft aangeboden aan de Vader, diep begraven zou liggen? Wie ziet niet dat het Satan geweest is die zo brutaal tegen zo’n duidelijke en heldere waarheid streed? Anders ben je toch blind?

Ik weet heel goed met wat voor goocheltrucs de vader van de leugen dit bedrog van hem meestal inkleedt. Hij zegt dat het geen verschillende, aparte offers zijn, maar dat hetzelfde offer steeds herhaald wordt. Maar zulke rookgordijnen kunnen we gemakkelijk uiteenjagen. Want in heel zijn uitleg stelt de apostel niet alleen dat er geen andere offers zijn. Nee, hij zegt ook dat dit ene offer voor eens en voor altijd gebracht is en niet meer herhaald hoeft te worden.

Anderen zijn scherpzinniger en proberen te ontsnappen door een nog meer verborgen kier. Zij zeggen dat het geen herhaling is, maar een toepassing. Maar ook deze drogreden is gemakkelijk te weerleggen. Christus heeft zichzelf immers niet voor eens en voor altijd geofferd op voorwaarde dat zijn offer elke dag door nieuwe offers bevestigd moet worden. Nee, de vrucht van zijn offer moet door de prediking van het evangelie en de bediening van het heilig avondmaal aan ons worden uitgedeeld. Daarom zegt Paulus dat Christus geofferd is als ons paaslam en gebiedt hij ons te eten. 1 Korinthiërs 5:7-8 Dus dit is volgens mij de manier waarop het offer van het kruis wordt toegepast zoals het hoort: als ons er deel aan gegeven wordt om ervan te genieten en wij het met echt geloof aannemen.

Een onterecht beroep op Maleachi

Maar het is de moeite waard om eens te horen op welk fundament de pausgezinden hun misoffer verder laten steunen. Want ze laten hierop de voorzegging slaan van Maleachi, waarmee de Heer belooft dat men in heel de wereld aan zijn naam een reukoffer en een reine gave zal brengen. Maleachi 1:11 Alsof het voor de profeten iets nieuws of ongebruikelijks was om, als ze het over de roeping van de heidenen hebben, het geestelijk dienen van God waar ze hen toe aansporen, aan te duiden door middel van de uiterlijke rituelen van de wet. Zo wezen ze de mensen van hun eigen tijd er in voor hen bekende termen op dat de heidenen geroepen moesten worden om te delen in de ware godsdienst.

En zo beschreven ze in het algemeen de werkelijkheid die in het evangelie gepresenteerd wordt door middel van voorbeelden uit hun eigen tijd. Voor de bekering tot de Heer gebruiken ze bijvoorbeeld de opgang naar Jeruzalem. Jesaja 2:2-3; Micha 4:1-2 Voor het aanbidden van God het offeren van allerlei gaven. Psalm 68:30; 72:10; Jesaja 60:6-9 Voor de ruimere kennis van God die de gelovigen in Christus’ koninkrijk zouden krijgen dromen en visioenen. Joël 2:28 (3:1)

Wat mijn tegenstanders aanhalen, staat dus gelijk aan de voorzegging van Jesaja over drie altaren die opgericht zullen worden in Assyrië, Egypte en Juda. Jesaja 19:19-25 Want in de eerste plaats vraag ik of ze niet toegeven dat deze profetie niet vervuld wordt in Christus’ koninkrijk. In de tweede plaats waar die altaren dan zijn of wanneer ze ooit zijn opgericht. In de derde plaats of ze denken dat er voor elk van die koninkrijken een tempel bestemd is, net zoals er in Jeruzalem een tempel was. Als ze hierover nadenken, moeten ze volgens mij toch erkennen dat de profeet met behulp van voorbeelden profeteert over de verspreiding over de hele aarde van het geestelijk dienen van God.

Dit is mijn antwoord aan hen. En omdat je overal voorbeelden hiervan tegenkomt, ga ik geen moeite doen voor een langere opsomming. Trouwens, ze zijn ook op dit punt zo jammerlijk verblind dat ze geen ander offer erkennen dan het misoffer. Toch brengen gelovigen de Heer nu echt een offer en een reine gave. Maar daar zal ik het straks over hebben.

De mis wist de herinnering uit aan Christus’ dood

Nu kom ik bij het derde effect van de mis. Daarbij moet ik uitleggen hoe de mis de echte en enige dood van Christus uitwist en uit de herinnering laat verdwijnen. Bij mensen is de bevestiging van een testament afhankelijk van de dood van de maker van het testament. Zo heeft ook onze Heer het testament waarmee Hij ons vergeving van zonden en eeuwige rechtvaardigheid gegeven heeft, bevestigd met zijn dood. Als je het waagt in dit testament iets te veranderen of te vernieuwen, ontken je zijn dood en hecht je daar geen enkele waarde aan. En wat is de mis anders dan een nieuw en heel ander testament? Beloven alle missen immers niet telkens weer een nieuwe vergeving van zonden en een opnieuw verdienen van rechtvaardigheid? Dan zijn er dus evenveel testamenten als missen. Laat Christus dan maar opnieuw komen en met een tweede dood dit nieuwe testament – of beter nog: door een oneindig aantal doden – de talloze testamenten van de missen ratificeren.

Had ik dus geen gelijk toen ik in het begin zei dat missen de enige echte dood van Christus uitwissen? Is de mis niet bedoeld om Christus, als dat mogelijk zou zijn, opnieuw te laten sterven? De apostel zegt: ‘Als er een testament is, kan het niet anders of de maker van het testament moet eerst sterven.’ Hebreeën 9:16 De mis komt met een nieuw testament van Christus. Dus eist de mis dat Christus sterft. Bovendien kan het niet anders of het offer dat gebracht wordt, moet gedood en geslacht worden. Als in elke mis Christus geofferd wordt, moet Hij elk ogenblik op duizend plekken wreed gedood worden. Dat is niet mijn argumentatie, maar die van de apostel: als Christus het nodig had gevonden om zichzelf meerdere keren te offeren, dan had Hij vanaf het begin van de wereld steeds weer moeten lijden. Hebreeën 9:25-26

Ik geef toe dat mijn tegenstanders hun antwoord klaar hebben. Een antwoord waarmee ze mij bovendien beschuldigen van laster. Want ze zeggen dat ik hun iets voor de voeten werp dat ze nooit gedacht hebben of zelfs maar zouden kunnen denken. Maar we weten dat Christus’ dood en leven echt niet in hun handen liggen. Het maakt me ook niet uit of ze de bedoeling hebben Hem te doden. Ik wil alleen maar laten zien wat een absurde consequentie hun goddeloze en slechte leerstuk heeft. En dat bewijs ik op basis van wat de apostel zegt. Ook al roepen ze hier duizendmaal tegenin dat dit een bloedeloos offer is, dan nog ontken ik dat het van het goeddunken van mensen afhangt of offers van natuur veranderen om op die manier de heilige en onschendbare bepaling van God onderuit te halen. En dat betekent dus dat dit principe van de apostel vast staat: er kan alleen reiniging plaatsvinden als er bloed vergoten wordt. Hebreeën 9:22

De mis berooft ons van de vrucht van Christus’ dood

Nu moet ik het vierde effect van de mis behandelen: hoe ze ons berooft van de vrucht die Christus’ dood ons opleverde, doordat de mis ervoor zorgt dat we die niet kennen en er niet aan denken. Want wie zou denken dat hij door Christus’ dood verlost is, als hij in de mis een nieuwe verlossing ziet? Wie zou erop vertrouwen dat zijn zonden hem vergeven zijn, als hij een nieuwe vergeving ziet?

En je ontkomt hier niet aan als je zegt dat de enige reden waarom we in de mis vergeving van zonden krijgen, is dat daar al door Christus’ dood voor betaald is. Want dan zeg je eigenlijk niets anders dan dat Christus ons verlost heeft op voorwaarde dat we onszelf verlossen. Want zo is de leer die de dienaren van Satan verspreid hebben en zo is de leer die zij tegenwoordig al schreeuwend te vuur en te zwaard verdedigen: als wij in de mis Christus offeren aan de Vader, verdienen we met die offerdaad vergeving en krijgen we daardoor deel aan Christus’ lijden. Wat blijft er voor Christus’ lijden dan nog over dan dat het een voorbeeld van de verlossing is, waaruit we moeten leren hoe we onszelf moeten verlossen?

Als Christus zelf in het avondmaal bezegelt dat we mogen vertrouwen op vergeving, beveelt Hij zijn leerlingen niet om zich vast te klampen aan het ritueel. Nee, Hij wijst hen op het offer van zijn dood. Daarmee geeft Hij aan dat het avondmaal een monument is of een herinneringsteken, zoals we vaak zeggen, waaruit ze konden leren dat het zoenoffer waardoor God verzoend moest worden, slechts éénmaal gebracht moest worden. Wat het is niet voldoende om te weten dat Christus het enige offer is, als we niet tegelijk ook weten dat er slechts één offer nodig is, zodat ons geloof vastgehecht zit aan het kruis.

De mis verdringt het avondmaal

Nu kom ik bij het laatste effect van de mis: door het oprichten van de mis is het heilig avondmaal afgeschaft, verduisterd en verloren gegaan. Daarin had de Heer een gegraveerde afbeelding van de herinnering aan zijn lijden nagelaten. Het avondmaal zelf is een gave van God die we ook dankbaar horen aan te nemen. Maar mijn tegenstanders doen net alsof wij met het misoffer aan God de prijs voldoen die Hij als betaling aanneemt. Zo groot het verschil is tussen geven en ontvangen, zo groot is het verschil tussen een offer en het sacrament van het avondmaal. En de mens is heel jammerlijk ondankbaar als hij daarin niet, zoals het hoort, Gods royale goedheid erkent en dankt, maar van God zijn schuldenaar maakt.

Het sacrament beloofde dat we door Christus’ dood niet slechts één keer tot het leven teruggebracht zijn, maar ook continu levend gemaakt worden, omdat alle onderdelen van onze redding in die dood vervuld zijn. Maar het misoffer zingt een heel ander liedje: dat Christus elke dag geofferd moet worden, willen we er iets aan hebben. Het avondmaal moest in de openbare vergadering van de kerk uitgedeeld worden, om ons te onderwijzen over het samen deel hebben waardoor wij één met Christus zijn. Het misoffer ontbindt deze gemeenschap en rukt die uit elkaar. Want eerst accepteerde men de dwaling dat er priesters moeten zijn om namens het volk te offeren. En vervolgens hield men op het avondmaal, volgens Gods gebod, uit te delen aan de gemeente van de gelovigen, alsof het avondmaal alleen nog voor de priesters was. Dat opende de deur voor privémissen, die eerder excommunicatie suggereren dan de gemeenschap die de Heer heeft ingesteld. Want de mispriester scheidt zich af van heel het volk van gelovigen om apart zijn offer te verslinden. Om geen misverstanden op te roepen: met een privémis bedoel ik dat er geen gelovigen deelnemen aan het avondmaal van de Heer, ook al is er wel een groot publiek aanwezig.

Privémissen

Waar het woord ‘mis’ vandaan komt, heb ik nooit met zekerheid kunnen zeggen. Alleen lijkt het mij waarschijnlijk dat dat woord is afgeleid van de offers die gebracht werden. Daarom gebruiken oude schrijvers ook meestal het meervoud. Maar om de discussie over de naam te laten rusten: volgens mij zijn privémissen regelrecht in strijd met Christus instelling. Daarom vormen ze een goddeloze ontheiliging van het avondmaal.

Immers, wat heeft de Heer ons bevolen? Heeft Hij niet geboden te nemen en onder elkaar uit te delen? Lucas 22:17 Wat leert Paulus waar we ons aan moeten houden? Leert hij ons niet dat we het brood moeten breken, zodat dat het samen deel hebben is aan het lichaam en het bloed? 1 Korinthiërs 10:16 Dus als één van ons het krijgt en het niet uitdeelt, hoe klopt dat dan nog met wat Paulus leert?

‘Maar,’ zeggen mijn tegenstanders, ‘die ene doet dat namens heel de kerk.’ Op basis van welk gebod? Speel je zo niet openlijk een spelletje met God, als één persoon voor zichzelf houdt wat alleen door velen hoort te gebeuren? De woorden van Christus en Paulus zijn duidelijk genoeg. Dus overal waar het brood niet gebroken wordt om de gelovigen er deel aan te geven, daar is niet het avondmaal van de Heer, maar een valse en omgekeerde imitatie ervan. Maar een valse imitatie is een misvorming. En een misvorming van zo’n groot mysterie kan niet zonder goddeloosheid. In privémissen ligt dus een goddeloos misbruik.

En uit één fout in de godsdienst komen steeds weer andere fouten voort. Nadat de gewoonte om te offeren zonder te delen er eenmaal ingeslopen was, begon men stap voor stap in alle hoeken van de kerkgebouwen allerlei missen op te dragen. Het volk werd in alle richtingen uiteengescheurd, terwijl het juist als één vergadering hoorde samen te komen om het mysterie te belijden dat het één is.

Mijn tegenstanders moeten hun gang maar gaan en ontkennen dat het afgoderij is dat ze het brood in hun missen laten zien om het in Christus’ plaats te aanbidden. Want ze hebben het tevergeefs over de beloften van Christus’ aanwezigheid. Hoe je die ook opvat, we hebben die in elk geval niet gekregen om onreine en onheilige mensen een lichaam van Christus te laten fabriceren zo vaak ze maar willen en voor elk misbruik waar ze maar zin in hebben. Nee, we hebben die beloften gekregen om gelovigen echt te laten genieten van het deelhebben aan Christus doordat ze zich in het vieren van het avondmaal eerbiedig houden aan zijn gebod.

Priesters en offers

Daar komt bij dat de kerk, toen ze nog zuiverder was, deze omkering niet kende. Want ook al proberen de brutaalsten van mijn tegenstanders deze kwestie te bedekken met een schone schijn, toch is het zo helder als het zonlicht op het middaguur dat heel het verleden zich tegen hen keert. Ik heb dat eerder al laten zien bij andere onderwerpen. En als je verder leest in de geschriften van de kerkvaders, zal dat alleen maar duidelijker worden.

Maar voor ik hiermee eindig, vraag ik onze misleraren of ze weten dat God liever gehoorzaamheid heeft dan offers. Dat Hij liever heeft dat je naar zijn stem luistert dan dat je Hem offers brengt. 1 Samuël 15:22 Ik vraag hun hoe ze kunnen geloven dat God blij is met deze manier van offeren. Ze zien toch dat ze er geen enkel gebod voor hebben en dat die met zelfs geen enkel Woord uit de Schrift wordt goedgekeurd?

Bovendien horen ze de apostel zeggen dat niemand de naam en de eer van het priesterschap op zich neemt zonder dat hij geroepen is zoals Aäron. Sterker nog, dat ook Christus zelf zich niet heeft opgedrongen, maar de roeping van zijn Vader gehoorzaamd heeft. Hebreeën 5:4 Dus óf ze moeten bewijzen dat God zelf hun priesterschap bedacht en ingesteld heeft, óf ze moeten erkennen dat die niet tot eer van God is en dat zij zich er zonder roeping brutaal en overmoedig in hebben gedrongen. Maar ze kunnen nog geen punt of komma aanvoeren om hun priesterschap te verdedigen. Waarom verdwijnen die offers dan niet? Zonder priester kunnen ze immers niet gebracht worden!

Augustinus over de mis als offer

Stel dat iemand komt aanzetten met her en der uit hun verband gerukte uitspraken van de kerkvaders en op hun gezag beweert dat we het offer dat bij het avondmaal gebracht wordt anders moeten opvatten dan ik het uitleg. Dan kan ik hem in het kort dit antwoorden: als het gaat over het accepteren van een verzonnen offer, zoals de pausgezinden in de mis verzonnen hebben, verdedigen de kerkvaders dat volgens mij absoluut niet. Zij gebruiken wel het woord ‘offer’. Maar tegelijk leggen ze uit dat ze daarmee niets anders bedoelen dan de herinnering aan het enige echte offer dat Christus, onze enige priester – zo noemen ze hem in vele passages – aan het kruis gebracht heeft.

Augustinus zegt: ‘In de dierenoffers die de Hebreeën aan God offerden, vierden ze de profetie van het toekomstige offer dat Christus geofferd heeft. Christenen vieren de herinnering aan het al gebrachte offer door het heilige aanbod van Christus’ lichaam en het deelhebben daaraan.’

Natuurlijk leert hij hier precies hetzelfde wat met meer woorden staat in het boek Over geloof aan Petrus de diaken, wie de auteur daarvan ook mag zijn. Daar staat: ‘Houd eraan vast en twijfel er niet aan dat de eniggeborene voor ons vlees geworden is en zich voor ons aan God geofferd heeft als een heerlijk reukoffer. Aan Hem werden in de tijd van het Oude Testament dieren geofferd, net als aan de Vader en de Heilige Geest. En net als aan de Vader en de Heilige Geest, met wie Hij samen de enige God is, brengt de heilige kerk in heel de wereld onophoudelijk aan Hem het offer van brood en wijn. Want de vleselijke offers van vroeger vormden een afbeelding van Christus’ vlees, dat Hij zelf voor onze zonden zou offeren, en van zijn bloed, dat Hij zou vergieten voor de vergeving van zonden. Maar het offer van nu is een uiting van dankbaarheid en een verkonding van Christus’ vlees dat Hij voor ons geofferd heeft en van het bloed dat Hij voor ons vergoten heeft.’

Daarom legt Augustinus in meer dan één passage uit dat dit offer niets anders is dan een lofoffer. Kortom, in meerdere passages vind je bij hem dat het avondmaal van de Heer alleen maar een offer genoemd wordt omdat het een herinnering, een afbeelding en een getuigenis is van dat speciale, enige echte offer waardoor Christus ons verzoend heeft. Vermeldenswaard is ook een passage uit boek 4 van Over de drie-eenheid. Nadat hij uitgebreid gesproken heeft over het enige offer, besluit hij: ‘In een offer letten we op vier dingen: aan wie er geofferd wordt, door wie er geofferd wordt, wat er geofferd wordt en voor wie er geofferd wordt. Daarbij gaat het steeds om dezelfde enige echte middelaar. Met het vredeoffer verzoende Hij ons met God, terwijl Hij tegelijk één met Hem bleef aan wie Hij offerde. In zich maakte Hij degenen voor wie Hij offerde één. Alleen Hij is het die offerde. En Hij is het wat Hij offerde.’

Ook Chrysostomos zegt ongeveer hetzelfde. Maar ze claimen de eer van het priesterschap voor Christus zo dat Augustinus verklaart dat het de stem van de antichrist is als je zegt dat een bisschop middelaar is tussen God en mensen.

Fouten van de kerkvaders

Toch ontken ik niet dat wij Christus’ offer in het avondmaal te zien krijgen. Het toneel van het kruis speelt zich haast voor onze ogen af. Net zoals de apostel Paulus zegt dat Christus voor de ogen van de Galaten gekruisigd is, doordat hun de prediking van het kruis voor ogen geschilderd was. Galaten 3:1

Maar ik zie dat ook die oude schrijvers deze herinnering verdraaid hebben tot iets anders dan wat past bij de instelling van de Heer. Want hun avondmaal zag eruit als een of andere vorm van een herhaald of in elk geval hernieuwd offer. Daarom is het voor vrome lezers maar het veiligst als ze berusten in Gods zuivere en eenvoudige instelling. Het avondmaal wordt immers ook zijn avondmaal genoemd omdat daarin alleen zijn gezag moet gelden.

Maar ik zie ook dat de oude schrijvers over heel dit mysterie een vrome en rechtzinnige opvatting hebben gehouden. Ik kan niet ontdekken dat ze ook maar iets hebben afgedaan aan het enige offer van de Heer. Daarom waag ik het niet om hen van goddeloosheid te beschuldigen. Toch vind ik dat we hen er niet van kunnen vrijpleiten dat ze iets gezondigd hebben in de manier waarop ze het avondmaal bedienden. Want ze volgden meer de Joodse offergewoonte dan wat Christus bepaald had of wat logisch voortvloeide uit het evangelie. Dus alleen hun manier van doen was verkeerd en daarin zou je hen er terecht van kunnen beschuldigen dat ze niet tevreden waren met de eenvoudige, echte instelling van Christus, maar zich te veel keerden naar de schaduwen van de wet.

De offers van het Oude Testament en het avondmaal

Als je zorgvuldig nadenkt, merk je dat het Woord van de Heer dit onderscheid maakt tussen de offers uit de wet van Mozes en ons avondmaal: de offers stelden het Joodse volk hetzelfde effect voor ogen van Christus’ dood, maar de manier waarop het voor ogen gesteld werd, was anders. Want de Levitische priester werd opgedragen het offer uit te beelden dat Christus zou brengen. In Christus’ plaats werd er een offerdier gepresenteerd. Er was een altaar waarop geofferd werd. Kortom, het ging allemaal zo dat er een afbeelding voor ogen gesteld werd van het offer dat aan God gebracht moest worden voor verzoening. Maar nu dat offer gebracht is, heeft de Heer voor ons een andere manier bepaald: Hij draagt de vrucht van het offer dat de Zoon Hem gebracht heeft, over aan het volk van de gelovigen. Dus heeft Hij ons een tafel gegeven om daaraan te eten, geen altaar waarop een slachtoffer geofferd wordt. Hij heeft geen priester geheiligd om te offeren, maar dienaren om de heilige maaltijd uit te delen.

Hoe verhevener en heiliger het mysterie is, hoe zorgvuldiger en eerbiediger we het moeten behandelen. Dus is het maar het veiligst als we alle overmoed van het menselijk verstand wegdoen en ons alleen houden aan wat de Schrift leert. En als we bedenken dat het het avondmaal van de Heer is en niet van mensen, dan is er natuurlijk geen reden waarom we ons daar ook maar een centimeter van zouden laten afbrengen door enig gezag van mensen of door een jarenlange gewoonte. Als de apostel Paulus het avondmaal wil zuiveren van alle gebreken die er in de kerk van de Korinthiërs al ingeslopen waren, bewandelt hij daarom de gemakkelijkste weg. Hij roept hen terug naar de enige instelling en laat zien dat je die moet gebruiken als norm voor altijd. 1 Korinthiërs 11:20-34

Dankoffers en zoenoffers

Maar om te voorkomen dat iemand die graag in discussie gaat mij aanvalt op de woorden ‘offer’ en ‘priester’, moet ik ook – kort – uitleggen wat ik in heel mijn bespreking met die woorden bedoeld heb.

Ik snap niet waarom sommigen het woord ‘offer’ zo oprekken dat alle heilige rituelen en religieuze handelingen eronder vallen. We weten dat wat de Grieken soms thusia –‘offer’ –soms prosfora – ‘aanbod’ – en soms teletè – ‘ritueel’ – noemen, in de Schrift steeds ‘offer’ genoemd wordt. Dat omvat in het algemeen alles wat aan God geofferd wordt. Daarom moeten we onderscheid maken. Maar dan zo dat we dit onderscheid afleiden uit de wet van Mozes. Onder de schaduwen van die wet wilde de Heer heel de werkelijkheid achter de offers voor ogen stellen.

Nu hadden die offers verschillende vormen. Maar toch kunnen we ze allemaal samenvatten in twee categorieën. Want óf er werd geofferd voor een zonde, in een bepaalde vorm van een genoegdoening, óf het offer vormde een symbool van de dienst aan God en een belijdenis van de godsdienst. Dat gebeurde soms als een smeekbede, om God om een gunst te vragen, soms als een dankzegging, om uitdrukking te geven aan dankbaarheid voor gekregen zegeningen, soms simpelweg als training in vroomheid om het verbond opnieuw te bevestigen.

Laten wij de offers daarom ook verdelen in twee categorieën. En omwille van het onderwijs noemen we de ene categorie ‘lofoffers’. Want die hebben te maken met het eren en dienen van God dat de gelovigen aan God verplicht zijn en aan Hem betalen. Of, als je dat liever hebt, ‘dankoffers’. Want je kunt ze alleen aan God brengen als je je met al je doen en laten aan Hem overgeeft, nadat Hij je heeft overladen met zijn oneindige zegeningen.

De andere categorie noemen we ‘zoenoffers’. Een zoenoffer is een offer waarmee je een eind wilt maken aan Gods woede, voldoening wilt schenken aan zijn oordeel en zo de zonden wilt afwassen en uitwissen, zodat de zondaar, gereinigd van zijn vuil en hersteld in zuivere rechtvaardigheid, met God verzoend wordt. Zo werden in de wet de offers genoemd die gebracht werden om zonden te verzoenen. Niet dat ze in staat waren Gods genade terug te winnen of de onrechtvaardigheid uit te wissen. Nee, omdat ze een schaduw vormden van het echte zoenoffer dat uiteindelijk inderdaad alleen door Christus gebracht is. Alleen door Hem, omdat niemand anders het kon brengen. En voor eens en voor altijd, omdat het effect en de kracht van dat ene, door Christus gebrachte offer eeuwig is. Hij heeft dat zelf met zijn eigen woorden verklaard, toen Hij zei dat het volbracht en vervuld was. Johannes 19:30 Dat wil zeggen: alles wat nodig was om de genade van de Vader terug te winnen, om vergeving van zonden, rechtvaardigheid en redding te krijgen, was door dit enige offer uitgevoerd en volbracht. Er ontbreekt nu niets meer aan. En dus is er na dat offer geen ruimte meer overgebleven voor nog een ander zoenoffer.

Het verkopen van missen

Daarom stel ik vast dat het een heel verdorven schanddaad en onacceptabele laster is, zowel tegenover Christus als tegenover het offer dat Hij met zijn dood aan het kruis voor ons gebracht heeft, als je denkt dat je vergeving van zonden verdient, God verzoent en rechtvaardigheid krijgt door dat offer te herhalen. Maar waar gaat het bij de mis anders om dan dat we met een nieuw offer het verdienen om deel te krijgen aan Christus’ lijden? En om hun waanzin niet te laten beperken, vonden de pausgezinden het niet voldoende om te zeggen dat er een gezamenlijk offer gedaan wordt voor heel de kerk tegelijk. Ze voegden er ook nog aan toe dat ze het offer naar eigen goeddunken specifiek konden toepassen op deze of gene, wie ze maar wilden. Of beter: op ieder die voor zulke koopwaar met contant geld wilde betalen. De hoge prijs die Judas kreeg, konden ze niet evenaren. Maar om toch met een of ander kenmerk zijn voorbeeld te volgen, gebruiken ze hetzelfde getal. Judas verkocht Christus voor dertig zilverstukken. Mattheüs 26:15 Zij verkopen Hem, volgens de Franse manier van rekenen, voor dertig koperstukken. Judas deed het echter maar één keer. Zij doen het zo vaak er zich een koper aandient.

Ik ontken ook dat zij priesters zijn, in de zin dat ze met zo’n offer voor het volk bij God tussenbeide komen en door God te verzoenen reiniging van zonden bewerken. Want Christus is de enige priester en middelaar van het Nieuwe Testament. Op Hem zijn alle priesterschappen overgedragen en in Hem zijn ze afgesloten en beëindigd. Zelfs al zou de Schrift het eeuwig priesterschap van Christus helemaal niet noemen, na het afschaffen van de oude priesterschappen heeft God geen enkel nieuw priesterschap ingesteld. En het argument van de apostel blijft overeind staan dat niemand deze eer aanneemt zonder dat God hem geroepen heeft. Hebreeën 5:4 Die heiligschenners verkondigen dat zij Christus’ slachters zijn. Waar vertrouwen zij dan op, dat ze zich priesters van de levende God durven noemen?

Plato over het afkopen van de goden

In boek 2 van de Staat van Plato staat een heel mooie passage. Hij heeft het daar over de zoenoffers uit de oudheid. En hij lacht om het dwaze vertrouwen van slechte en misdadige mensen die dachten dat zulke zoenoffers hun schanddaden verhulden zodat de goden ze niet zagen. Alsof ze het met de goden op een akkoordje gegooid hadden, gaven ze zich extra onbekommerd over aan hun begeerten. Daarbij lijkt het wel alsof Plato refereert aan de verzoening door de mis, zoals die tegenwoordig in de wereld bestaat!

Iedereen weet dat het niet is toegestaan om een ander te bedriegen en te misleiden. Iedereen erkent dat het goddeloos is om met een onrechtvaardige behandeling weduwen te kwellen, wezen te beroven en armen lastig te vallen. Of om met slinkse streken andermans bezit te roven, door middel van meineed en bedrog een aanslag te doen op iemands rijkdom of met geweld en schrikwekkende tirannie iemand te onderdrukken. Hoe komt het dan dat overal velen al die dingen durven alsof ze het ongestraft kunnen wagen?

Als we hier goed over nadenken, is er natuurlijk geen andere reden die hun zoveel moed geeft dan deze: ze vertrouwen erop dat ze door het offer van de mis, als door een prijs die zij betalen, God genoegdoening kunnen geven. Of in elk geval denken ze dat dit voor hen een gemakkelijke weg is om de dingen met Hem in orde te maken.

Plato lacht vervolgens om de grove dwaasheid van degenen die denken dat je met zulke zoenoffers de straf kunt afkopen die ze anders in de onderwereld zouden moeten ondergaan. En welk doel hebben tegenwoordig de jaarlijkse gedenkdagen en het grootste deel van de missen anders dan dat degenen die heel hun leven lang heel wrede tirannen geweest zijn of heel hebzuchtige rovers, of degenen die voor elke schanddaad klaar stonden, als het ware voor deze prijs losgekocht worden en zo aan het vagevuur ontkomen?

Dankoffers

Tot de andere categorie offers, die ik ‘dankoffers’ noem, horen alle plichten van liefde. Als we die aan onze broeders bewijzen, eren we daarmee de Heer zelf in zijn ledematen. Verder behoren tot die categorie ook al onze gebeden, lofprijzingen, uitingen van dankbaarheid en alles dat we doen om God te dienen. En ten slotte zijn al die offers afhankelijk van een groter offer waardoor wij met lichaam en ziel voor de Heer geheiligd worden als een heilige tempel. 1 Korinthiërs 3:16 Want het is niet voldoende als we onze zichtbare daden aanpassen aan gehoorzaamheid aan Hem. Nee, eerst moeten wijzelf en vervolgens alles wat we hebben voor Hem geheiligd en aan Hem gewijd worden. Want alles wat in ons is, moet zijn glorie dienen en erop uit zijn die te vergroten.

Deze categorie offers is niet bedoeld om Gods woede te stillen, niet om vergeving van zonden te krijgen en niet om rechtvaardigheid te verdienen. Nee, ze hebben enkel te maken met God eren en prijzen. Want deze offers kunnen God alleen maar plezier doen als ze komen uit handen van degenen die Hij al vergeving van zonden gegeven heeft, die Hij om een andere reden met zich verzoend heeft en die Hij daardoor van schuld heeft vrijgesproken.

Maar ze zijn voor de kerk wel onmisbaar. Zonder dit soort offers kan de kerk niet bestaan. Zulke offers blijven dan ook voor eeuwig, zolang Gods volk er zal zijn. Dat hebben we eerder al gezien bij de profeet Maleachi. Zo kun je immers deze voorzegging opvatten: ‘Van het oosten tot het westen is mijn naam groot onder de heidenen en overal zal men aan mijn naam een reukoffer brengen en een reine gave. Want mijn naam is afschrikwekkend onder de heidenen, zegt de HEER.’ Maleachi 1:11

Wij mogen die offers dus absoluut niet wegdoen! Daarom gebiedt Paulus dat wij ons lichaam moeten offeren als een levend en heilig offer dat God plezier doet. Dat is onze logische godsdienst. Romeinen 12:1 Hij zegt het daar heel duidelijk, doordat hij eraan toevoegt: ‘Onze logische godsdienst.’ Daarmee bedoelde hij de geestelijke manier om God te dienen. Die stelde hij stilzwijgend tegenover de vleselijke offers uit de wet van Mozes.

Daarom worden goeddoen en delen offers genoemd die God plezier doen. Hebreeën 13:16 Daarom wordt de vrijgevigheid van de Filippenzen, waarmee ze Paulus in zijn gebrek geholpen hadden, een aangenaam reukoffer genoemd. Filippenzen 4:18 Daarom zijn alle goede daden van gelovigen dus geestelijke offers.

Dankoffers en het avondmaal

En waarom zou ik hier nog over doorgaan? Want deze manier van spreken komt meerdere keren in de Schrift voor. Ja, zelfs toen Gods volk nog onder de uiterlijke discipline van de wet gehouden werd, gaven de profeten toch duidelijk genoeg aan dat in die vleselijke offers de werkelijkheid aanwezig was die de christelijke kerk met het Joodse volk deelt.

Daarom bad David of zijn gebed als een reukoffer mocht opstijgen tot voor Gods ogen. Psalm 141:2 En Hosea noemde dankzeggingen kalveren van de lippen, Hosea 14:3 terwijl David die ergens anders lofoffers noemt. Psalm 50:23 En de apostel imiteert hem en noemt ze ook lofoffers en legt uit dat dat de vrucht is van lippen die zijn naam belijden. Hebreeën 13:15

Het avondmaal van de Heer kan niet zonder offers uit deze categorie. Want als we daarin zijn dood verkondigen en Hem danken, doen we niets anders dan een lofoffer brengen. Vanwege deze offertaak worden wij – alle christenen – een koninklijk priesterschap genoemd. 1 Petrus 2:9 Want via Christus brengen wij God het offer waarover de apostel het heeft: een lofoffer, de vrucht van lippen die zijn naam belijden. Wij komen God met onze gaven immers niet zonder middelaar onder ogen. We hebben Christus als middelaar en via Hem offeren wij onszelf en wat we hebben aan de Vader. Hij is onze hogepriester, die het heiligdom van de hemel is binnengegaan Hebreeën 9:24 en voor ons de toegang opent. Hebreeën 10:20 Hij is het altaar waarop wij onze gaven leggen zodat we alles wat we maar aandurven, aandurven in Hem. Hebreeën 13:10 Hij is het, zeg ik, die ons voor de Vader heeft aangesteld als koningen en priesters. Openbaring 1:6

De mis is een goddeloze godslastering

Hoe kan het dan anders dan dat blinden zien, doven horen en zelfs kinderen begrijpen hoe afschuwelijk deze mis is? Geschonken in een gouden beker – dat wil zeggen: onder het mom van Gods Woord – maakt deze mis alle koningen en volken van de aarde, van de hoogste tot de laatste, zo dronken, bedwelmd en duizelig dat ze, nog dommer dan beesten, heel hun behoud in deze ene dodelijke afgrond plaatsen. Vast en zeker heeft Satan nooit een effectiever belegeringswerktuig gebruikt in een poging om Christus’ koninkrijk te bestormen en in te nemen. Dit is de Helena voor wie de vijanden van de waarheid tegenwoordig zo waanzinnig, razend en woedend strijden. Een echte Helena met wie zij zich in geestelijke ontucht – en dat is de ergste van allemaal – zo besmeuren.

Nog met geen pink raak ik hier de grove vormen van misbruik aan, waarmee – zouden ze kunnen zeggen – hun heilige mis ontheiligd is: de schandelijke handel die ze drijven, de vuile winsten die ze maken met hun missen en de enorme inhaligheid waarmee ze hun hebzucht bevredigen. Ik wijs alleen met enkele eenvoudige woorden aan hoe enorm heilig de heiligheid van de mis is. Omwille van die heiligheid verdient de mis het dus om in zo’n groot aanzien te staan en enkele eeuwen lang zo vereerd te worden! Want het zou te veel werk zijn om de waardigheid van zulke grote mysteries uit te leggen. En die schandelijke smerigheid wil ik er niet bijhalen. Iedereen kan die met eigen ogen zien. Als ieder maar snapt dat de mis, als je die neemt in de meest zuivere vorm waarin die zich maar kan aandienen, zonder haar bijvoegsels, van de wortel tot de top vol is van elke soort goddeloosheid, godslastering, afgoderij en heiligschennis.

Doop en avondmaal zijn de enige sacramenten

Nu hebben de lezers een korte samenvatting van bijna alles wat ze, naar mijn mening, moeten weten over de twee sacramenten die aan de christelijke kerk gegeven zijn om vanaf het begin van het Nieuwe Testament tot aan het einde van de wereld te gebruiken. De doop als het ware als toegang tot de kerk en als inwijding in het geloof. En het avondmaal als het ware als een continue voeding waarmee Christus het gezin van zijn gelovigen geestelijk voedt.

Er is slechts één God, één geloof, één Christus en één kerk, zijn lichaam. Daarom is er ook slechts één doop. Efeziërs 4:4-6 Die wordt niet meerdere keren herhaald. Maar het avondmaal wordt wel meerdere keren bediend. Want degenen die voor eens en voor altijd in de kerk zijn opgenomen, moeten beseffen dat ze continu door Christus gevoed moeten worden.

God heeft geen ander sacrament ingesteld behalve deze twee. Daarom mag de kerk van de gelovigen ook geen ander sacrament erkennen. Nieuwe sacramenten oprichten en vaststellen is niet iets dat mensen naar eigen goeddunken mogen doen. Dat is gemakkelijk te begrijpen als je je herinnert wat ik hierboven duidelijk genoeg heb uitgelegd: dat de sacramenten door God zijn ingesteld met het doel dat ze ons moeten onderwijzen over zijn enige belofte en voor ons moeten getuigen dat Hij ons goedgezind is. Bovendien moet je bedenken dat God geen adviseur heeft gehad, Jesaja 40:13; Romeinen 11:34 die ons met zekerheid iets zou kunnen beloven of meedelen over zijn wil, hoe Hij ons gezind is, wat Hij ons wil geven en wat Hij ons wil weigeren. Daarmee staat meteen ook vast dat niemand in staat is een teken te presenteren dat zou kunnen getuigen van zijn wil of van een of andere belofte. Alleen Hijzelf kan door het geven van een teken voor ons getuigen over zichzelf.

Ik zal het nog korter zeggen en misschien wat grover, maar duidelijker: er kan nooit een sacrament bestaan zonder de belofte van redding. Alle mensen bij elkaar kunnen ons uit zichzelf niets beloven over onze redding. Dus kunnen ze uit zichzelf ook geen sacrament geven of oprichten.

Doop en avondmaal zijn voldoende

Met deze twee sacramenten moet de kerk dus tevreden zijn. En niet alleen moet ze op dit moment geen derde sacrament toelaten of erkennen. Ze moet ook tot aan het einde van de wereld geen ander sacrament wensen of verwachten.

De Joden kregen, in overeenstemming met de verschillende tijden en omstandigheden, naast de gewone, ook nog enkele andere sacramenten: bijvoorbeeld het manna, het water uit de rots, de koperen slang, enzovoort. Exodus 16:13; 17:6; 1 Korinthiërs 10:3-4; Numeri 21:8; Johannes 3:14 Maar dat was omdat deze variatie hen moest aansporen niet te blijven stilstaan bij zulke beelden. Die waren weinig constant. Nee, ze moesten van God iets beters verwachten dat nooit verloren zou gaan en voor altijd stand zou houden.

Maar met ons zit het heel anders. Aan ons is Christus geopenbaard. In Hem liggen alle schatten van kennis en wijsheid verborgen, Kolossenzen 2:3 in zo’n overvloed en rijkdom dat het echt zou betekenen dat je Gods woede wekt en Hem uitdaagt tegen ons, als je bij deze schatten nog op iets extra’s hoopt of daarnaar verlangt. We moeten alleen honger hebben naar Christus, alleen Hem zoeken, alleen op Hem hopen, alleen Hem leren en bestuderen. Totdat de grote dag aanbreekt waarop de Heer de glorie van zijn koninkrijk volledig zal openbaren en zich aan ons zal laten zien zoals Hij is. 1 Johannes 3:2

Daarom wordt onze tijd in de Schrift aangeduid als het laatste uur, de laatste dagen, de laatste tijden. 1 Johannes 2:18; Hebreeën 1:2; 1 Petrus 1:20 Daarom moet niemand zichzelf voor de gek houden door nog een nieuwe leer of openbaring te verwachten. Want vroeger heeft de hemelse Vader vaak en op allerlei manieren gesproken door de profeten. Maar in deze laatste dagen heeft Hij gesproken door zijn geliefde Zoon. Hebreeën 1:1-2 Alleen Hij kan de Vader openbaren en heeft Hem ook inderdaad volledig geopenbaard, voor zover dat voor ons nodig is, nu we nog in een spiegel kijken. Lucas 10:22; 1 Korinthiërs 13:12

Bovendien, zoals het niet aan mensen is om in Gods kerk nieuwe sacramenten in te stellen, zo zou het ook te wensen zijn dat Gods eigen sacramenten zo min mogelijk vermengd werden met menselijke bedenksels. Als je water bij wijn giet, verliest de wijn smaak en kracht. En als je zuurdesem toevoegt aan deeg, verzuurt het hele deeg. Zo kan het ook niet anders of de zuiverheid van Gods sacramenten raakt verontreinigd als de mens er iets van zichzelf aan toevoegt.

Toch zien we dat de sacramenten, zoals ze tegenwoordig worden uitgevoerd, heel erg van hun echte zuiverheid ontaard zijn. Overal zijn meer dan genoeg pracht en praal, rituelen en gebaren. Maar ondertussen houdt men geen rekening met Gods Woord. Het wordt zelfs niet genoemd. Terwijl zelfs de eigenlijke sacramenten zonder dat Woord geen sacramenten zijn. De rituelen die God zelf heeft ingesteld, kunnen onder zo’n grote hoop hun hoofd niet eens opsteken, maar liggen verpletterd neer. Hoe weinig zie je nog in de doop van wat erin hoort te schijnen en zichtbaar hoort te zijn! Het avondmaal ligt volledig begraven sinds het veranderd is in de mis. Slechts één keer per jaar zie je het nog, maar dan in een verscheurde, gehalveerde en gehavende vorm.

Voetnoten

  1. 713

    Augustinus, Contra Faustum Manichaeum XX, 18.

  2. 714

    Fulgentius van Ruspe, De fide ad Petrum diaconum.

  3. 715

    Augustinus, Contra adversarium legis et prophetarum I, 18,37 en 20,39; Augustinus, Epistulae, 140.

  4. 716

    Augustinus, De trinitate IV, 14,19.

  5. 717

    Augustinus, Contra epistulam Parmeniani II, 8,16.

Voetnoot 713

Augustinus, Contra Faustum Manichaeum XX, 18.

Voetnoot 714

Fulgentius van Ruspe, De fide ad Petrum diaconum.

Voetnoot 715

Augustinus, Contra adversarium legis et prophetarum I, 18,37 en 20,39; Augustinus, Epistulae, 140.

Voetnoot 716

Augustinus, De trinitate IV, 14,19.

Voetnoot 717

Augustinus, Contra epistulam Parmeniani II, 8,16.

Johannes Calvijn, Institutie — Onderwijs in de christelijke godsdienst. Nederlandse bewerking door Gerrit Veldman. Bron: de aangeleverde PDF, samengesteld door Matthijs voor de Institutiekring van Depositum Custodi.