Boek IV · Hoofdstuk 19

Valse sacramenten

Inhoud van dit hoofdstuk · 37 secties
  1. 1Geen overbodige discussie
  2. 2Alleen God mag sacramenten instellen
  3. 3De kerkvaders kenden geen zeven sacramenten
  4. 4Eerste vals sacrament: het vormsel
  5. 5Roomse verzinsels
  6. 6Onterecht beroep op de apostelen
  7. 7Zalving met olie
  8. 8Het vormsel doet afbreuk aan de betekenis van de doop
  9. 9Het vormsel is niet onmisbaar
  10. 10Het vormsel heeft niet meer waarde dan de doop
  11. 11Domme argumenten
  12. 12Onterecht beroep op de oude kerk
  13. 13Catechisatie en openbare geloofsbelijdenis
  14. 14Tweede vals sacrament: de boete
  15. 15Roomse verzinsels
  16. 16De absolutie lijkt meer op een sacrament dan de boete
  17. 17De doop is het sacrament van de boete
  18. 18Derde vals sacrament: het zogenaamde laatste oliesel
  19. 19Onterecht beroep op Jacobus
  20. 20Geen instelling van God en geen belofte
  21. 21De roomsen houden zich niet aan wat Jacobus zegt
  22. 22Vierde vals sacrament: de kerkelijke orden
  23. 23Christus als collega
  24. 24Lectoren, psalmisten, deurwachters, acolieten en exorcisten
  25. 25De tonsuur
  26. 26Argumenten voor de tonsuur
  27. 27Oorsprong van de tonsuur
  28. 28Priesters
  29. 29Blazen
  30. 30Zalven
  31. 31Handoplegging
  32. 32Diakenen
  33. 33Subdiakenen
  34. 34Vijfde vals sacrament: het huwelijk
  35. 35Het huwelijk tussen Christus en de kerk
  36. 36Vergissingen en tegenstrijdigheden
  37. 37Roomse verzinsels

Geen overbodige discussie

Bovenstaande bespreking van de sacramenten zou voor ontvankelijke en verstandige mensen voldoende moeten zijn om te voorkomen dat ze in hun nieuwsgierigheid te ver gaan en buiten Gods Woord om nog andere sacramenten omhelzen, naast de twee sacramenten waarvan ze weten dat God ze heeft ingesteld. Maar bijna iedereen heeft het erover dat er zeven sacramenten zijn. Dat idee is wijdverbreid aan alle scholen en in alle preken en is al zo oud dat het wortel geschoten heeft en zich in ieders hart heeft genesteld. Daarom leek het mij de moeite waard om de overige vijf, die gewoonlijk worden toegevoegd aan de echte, originele sacramenten van de Heer, ieder apart te onderzoeken, ze te laten zien zoals ze zijn, ontdaan van alle schone schijn, en aan te tonen hoe onterecht het is dat ze tot nog toe als sacramenten beschouwd worden.

Eerst wil ik voor alle vromen verklaren dat ik deze discussie echt niet aanga omdat ik graag in discussie ga. Nee, ik heb er serieuze redenen voor om het misbruik van het woord ‘sacrament’ te bestrijden.

Ik weet heel goed dat christenen heer zijn over alle dingen, dus ook over woorden. Dus kunnen ze naar eigen goeddunken woorden gebruiken voor dingen. Als de woorden maar hun echte betekenis houden, zelfs als het om een min of meer oneigenlijke manier van spreken gaat. Dat geef ik allemaal toe. Al zou het beter zijn dat woorden ondergeschikt zouden zijn aan de dingen, in plaats van andersom.

Maar met het woord ‘sacrament’ zit het anders. Want degenen die beweren dat er zeven sacramenten zijn, kennen aan al die sacramenten bovendien deze definitie toe: dat het zichtbare vormen zijn van onzichtbare genade. Ze maken van alle zeven vaten van de Heilige Geest, instrumenten voor het geven van rechtvaardigheid en oorzaken voor het krijgen van genade. Lombardus, de meester van de Sententies, ontkent zelfs dat de sacramenten uit de wet van Mozes in eigenlijke zin sacramenten genoemd worden. Want volgens hem gaven ze niet wat ze uitbeeldden. Ik vraag je: is het acceptabel dat de symbolen die de Heer met zijn mond geheiligd heeft en die Hij met geweldige beloften getooid heeft, niet als sacramenten beschouwd worden? Maar dat ondertussen deze eer wordt overgebracht op rituelen die mensen óf uit zichzelf bedacht hebben, óf in elk geval in praktijk brengen zonder expliciet bevel van God? Ze moeten dus óf de definitie veranderen, óf stoppen met het gebruiken van het woord ‘sacrament’. Want het gebruiken van dat woord leidt anders tot valse en absurde ideeën.

Ze zeggen dat het laatste oliesel een beeld en een oorzaak is van onzichtbare genade, omdat het een sacrament is. We mogen op geen enkele manier in deze bewering toestemmen. Dus moeten we ons juist verzetten tegen het feit dat ze het woord ‘sacrament’ gebruiken. Want als we dat accepteren, is de prijs daarvoor dat het aanleiding geeft tot zo’n dwaling. Aan de andere kant, als ze bewijzen dat het laatste oliesel een sacrament is, komen ze met dit argument: omdat het bestaat uit een zichtbaar teken en het Woord. Maar we kunnen daar geen gebod of belofte voor vinden. Dus wat kunnen we dan anders doen dan hen tegenspreken?

Alleen God mag sacramenten instellen

Het blijkt dus dat ik geen overbodige discussie voer over een woord, maar dat ik een inhoudelijke discussie voer. Daarom moeten we stevig vasthouden wat ik eerder met een onweerlegbare argumentatie bevestigd heb: alleen God mag besluiten om een sacrament in te stellen. Want een sacrament moet met een vaste belofte van God de gelovigen in hun geweten opbeuren en troosten. En zulke zekerheid zouden ze nooit van een mens kunnen krijgen. Een sacrament moet voor ons getuigen dat God ons goedgezind is. Maar geen mens of engel kan daar getuige van zijn. Want niemand is Gods adviseur geweest. Jesaja 40:13; Romeinen 11:34 Dus is Hij alleen de enige die met wettig gezag door zijn Woord over zichzelf getuigt. Een sacrament is een zegel waarmee Gods verbond of belofte bezegeld wordt. Maar die zouden niet bezegeld kunnen worden door fysieke dingen of elementen uit deze wereld, als Gods kracht ze daar niet geschikt voor maakte en ervoor bestemde. Dus kan een mens geen sacrament instellen. Want een mens is niet in staat om ervoor te zorgen dat onder zulke nederige dingen zulke grote mysteries van God schuilgaan. Gods Woord moet eraan voorafgaan om ervoor te zorgen dat een sacrament een sacrament is, zoals Augustinus heel goed leert.

Bovendien is het heel nuttig om onderscheid te blijven maken tussen sacramenten en andere rituelen. Anders zouden we vervallen tot vele absurde dingen. De apostelen baden geknield. Handelingen 7:60; 9:40; 20:36; 21:5; 26:14 Is geknield bidden dus een sacrament? Er wordt gezegd dat de leerlingen baden met het gezicht naar het oosten. Is kijken naar het oosten dus een sacrament? Paulus wil dat mannen overal reine handen opheffen en er wordt meerdere keren gezegd dat de heiligen baden met opgeheven handen. 1 Timotheüs 2:8; Psalm 63:5; 88:10; 141:2; 143:6 Moet het uitstrekken van de handen dus ook een sacrament worden? Kortom, moeten alle gebaren van de heiligen sacramenten worden? Nu zou ik me daar nog niet zo druk om maken, als er maar geen grote nadelen mee verbonden waren.

De kerkvaders kenden geen zeven sacramenten

Als de roomsen mij in het nauw willen brengen met het gezag van de oude kerk, zeg ik dat ze zichzelf voor de gek houden. Want bij de kerkvaders vind je nergens dit aantal van zeven sacramenten. Ook staat niet helemaal vast wanneer het er voor het eerst ingeslopen is. Wel geef ik toe dat de oude schrijvers het woord ‘sacrament’ soms nogal vrij gebruiken. Maar wat duiden ze ermee aan? Nou, alle rituelen en uiterlijke praktijken en alle trainingen in vroomheid. Maar als ze het hebben over tekenen die voor ons moeten getuigen van Gods genade voor ons, zijn ze met twee sacramenten tevreden: doop en avondmaal.

Om te voorkomen dat iemand denkt dat ik dit onterecht beweer, zal ik nu enkele citaten van Augustinus aanhalen.

Aan Januarius schrijft hij: ‘Ik wil dat je in de eerste plaats weet wat de kern is van deze uitleg: onze Heer Christus heeft ons, zoals Hij zelf in het evangelie zegt, een zacht juk opgelegd en een lichte last. Mattheüs 11:29-30 Daarom voegt hij de gemeenschap van het nieuwe volk samen door een heel klein aantal sacramenten met een geweldige betekenis, die heel gemakkelijk zijn uit te voeren. Dat zijn de doop, geheiligd in de naam van de drie-eenheid, het delen in het lichaam en bloed van de Heer en wat er verder nog in de canonieke Schriften wordt aanbevolen.’

En in zijn boek Over de christelijke leer: ‘Na de opstanding van de Heer heeft de Heer zelf en ook het onderwijs van de apostelen ons in plaats van veel, slechts enkele tekenen overgeleverd. En wel tekenen die heel gemakkelijk zijn uit te voeren, met een heel verheven betekenis en heel zuiver om in praktijk te brengen. Dat zijn de doop en het uitdelen van het lichaam en bloed van de Heer.’

Waarom noemt hij hier het heilige aantal – zeven – niet? Is het plausibel dat hij dat naliet als het toen in de kerk zo was ingesteld? Vooral aangezien hij anders aan het noemen van getallen altijd meer waarde hecht dan nodig was? Sterker nog, als hij doop en avondmaal noemt en over de rest zwijgt, maakt hij dan niet voldoende duidelijk dat deze twee sacramenten met een speciale waardigheid uitblinken en dat de andere rituelen op een lagere plaats staan?

Dus zeg ik dat degenen die meer sacramenten leren niet alleen in de steek gelaten worden door Gods Woord, maar ook door de eenstemmige opvatting van de oude kerk. Zelfs al pronken ze daar het meest mee.

Maar laten we overgaan tot het bespreken van elk zogenaamde sacrament afzonderlijk.

Eerste vals sacrament: het vormsel

Vroeger was het de gewoonte dat kinderen van christenen, als ze volwassen werden, aan de bisschop werden gepresenteerd om de plicht te vervullen die ook geëist werd van volwassenen die zich wilden laten dopen. Die laatsten zaten namelijk tussen de leerlingen, totdat ze voldoende onderwezen waren in de geloofsmysteries en in aanwezigheid van de bisschop en het volk belijdenis konden afleggen van hun geloof. Maar degenen die als kleine kinderen gedoopt waren, hadden toen geen geloofsbelijdenis gedaan. Daarom werden ze tegen het eind van hun kinderjaren of aan het begin van hun jongvolwassenheid opnieuw door hun ouders gepresenteerd. Dan onderzocht de bisschop hen volgens de inhoud van de catechismus die toen algemeen gebruikt werd. Die handeling hoorde op zichzelf al serieus en heilig te zijn. Maar om die nog eerbiediger en waardiger te laten plaatsvinden, werd ook het ritueel van handoplegging gebruikt. Zo liet men dat kind, nadat zijn geloofsbelijdenis was goedgekeurd, met een plechtige zegen heengaan.

De oude schrijvers noemen deze gewoonte vaak. Paus Leo I zegt: ‘Als er iemand terugkeert van de ketters, moet hij niet opnieuw gedoopt worden. Nee, de bisschop moet hem de handen opleggen. Zo moet hij krijgen wat hij bij zijn doop nog miste: de kracht van de Geest.’

Mijn tegenstanders brengen hier vast tegen in dat deze handeling terecht een sacrament genoemd wordt. Want daarin wordt immers de Heilige Geest gegeven. Maar dezelfde Leo legt ergens anders uit wat hij met deze woorden bedoelt. Hij zegt: ‘Wie bij de ketters gedoopt is, moet niet opnieuw gedoopt worden. Nee, hij moet onder aanroeping van de Heilige Geest bevestigd worden door handoplegging. Want hij heeft alleen de uiterlijke vorm van de doop gekregen, zonder heiliging.’

Ook Hiëronymus noemt dit tegen de luciferianen. Nu ontken ik niet dat Hiëronymus een beetje kletst als hij beweert dat de apostelen dit ook al deden. Maar hij blijft toch ver verwijderd van de onzin van mijn tegenstanders. Bovendien verzacht hij zijn bewering doordat hij eraan toevoegt dat het meer een eer voor het priesterschap is dan een wettelijke norm dat de bisschop deze zegen mag geven. Als een dergelijke handoplegging simpelweg gebeurt als zegen, keur ik dat goed. Ik zou zelfs wel willen dat deze gewoonte tegenwoordig weer in haar zuivere vorm hersteld werd.

Roomse verzinsels

Maar in een latere tijd, toen dit al haast vergeten was, heeft men een of andere verzonnen bevestiging – ‘confirmatie’ of ‘vormsel’ – ingesteld als een sacrament van God. Men verzon dat de kracht van het vormsel eruit bestond dat de Heilige Geest, die bij de doop gegeven was voor onschuldigheid, nu geschonken werd om de genade te laten toenemen. En dat degenen die in de doop opnieuw geboren waren om te leven, nu versterkt werden voor de strijd. Dit vormsel wordt uitgevoerd door te zalven en met deze formule: ‘Ik teken je met het teken van het heilige kruis en versterk je met de zalving van de redding, in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.’

Dat is allemaal mooi en aantrekkelijk. Maar waar is er een woord van God dat hier de aanwezigheid van de Heilige Geest belooft? Mijn tegenstanders kunnen nog geen punt of komma aanvoeren. Dus op basis waarvan willen ze ons dan bewijzen dat hun zalving een instrument is van de Heilige Geest? We zien daar olie, een dik en vettig vocht. Verder niets. Augustinus zegt: ‘Als het Woord bij het teken komt, wordt het een sacrament.’ Dus zeg ik: kom maar op met zo’n woord, als ze willen dat we in olie iets anders zien dan olie.

Ze horen te erkennen dat ze dienaren zijn die sacramenten moeten uitdelen. Als ze dat zouden erkennen, hoefden we niet langer te discussiëren. De eerste regel voor een dienaar is dat hij niets doet zonder bevel. Nou, kom maar op met een bevel voor deze bediening! Dan zal ik geen woord meer zeggen. Als ze geen bevel hebben, kunnen ze hun heiligschennende brutaliteit niet verontschuldigen.

Daarom vroeg de Heer aan de farizeeën of de doop van Johannes de Doper afkomstig was uit de hemel of van mensen. Als ze geantwoord hadden: ‘Van mensen,’ dan had Christus kunnen zeggen dat die doop zonder betekenis en nutteloos was. Als ze geantwoord hadden: ‘Uit de hemel,’ dan hadden ze niet anders gekund dan de leer van Johannes erkennen. Dus om Johannes niet te veel te beledigen, durfden ze niet zeggen dat zijn doop van mensen afkomstig was. Mattheüs 21:25-27 Kortom, als het vormsel afkomstig is van mensen, is daarmee bewezen dat het zonder betekenis en nutteloos is. Als ze ons ervan willen overtuigen dat het afkomstig is uit de hemel, moeten ze dat bewijzen.

Onterecht beroep op de apostelen

Inderdaad verdedigen de roomsen zich met het voorbeeld van de apostelen. Volgens hen deden die niets zonder reden. Dat is natuurlijk ook zo. En ik zou het hun niet kwalijk nemen als ze zouden aantonen dat ze de apostelen imiteren. Maar wat deden de apostelen?

Lucas vertelt in Handelingen dat de apostelen die in Jeruzalem waren Petrus en Johannes naar Samaria stuurden, toen ze hoorden dat men daar Gods Woord had aangenomen. En dat ze voor de Samaritanen baden, zodat ze de Heilige Geest kregen. Want die was nog niet op hen gekomen. Ze waren alleen nog maar gedoopt in de naam van Jezus. Lucas vertelt dat ze eerst baden en toen de Samaritanen de handen oplegden. Door die handoplegging kregen zij de Heilige Geest. Handelingen 8:14-17 Die handoplegging noemt hij nog enkele keren. Handelingen 6:6; 13:3; 19:6 Ik hoor wat de apostelen deden: ze voerden hun bediening trouw uit. De Heer wilde dat die zichtbare en wonderlijke gaven van de Heilige Geest, die Hij in die tijd op zijn volk uitstortte, door de apostelen bediend werden door middel van handoplegging. Maar ik denk dat in deze handoplegging geen dieper mysterie ligt. Nee, ik leg het zo uit dat ze zo’n ritueel gebruikten om door middel van dat gebaar duidelijk te maken dat ze degene die ze de handen oplegden bij God aanbevalen en als het ware aan Hem aanboden. Als deze bediening, die de apostelen toen uitvoerden, ook nu nog in de kerk bestond, dan zou ook de handoplegging bewaard horen te blijven. Maar deze gave wordt nu niet meer geschonken. Dus wat heeft handoplegging dan nog voor nut?

Natuurlijk, de Heilige Geest is nog steeds bij Gods volk. Want zonder zijn leiding en besturing kan Gods kerk niet bestaan. We hebben immers een eeuwige en voor altijd geldige belofte waarmee Christus degenen die dorst hebben naar zich toe roept om ze levend water te laten drinken. Johannes 7:37 Maar die wonderlijke krachten en openlijke effecten zijn voorbij. Die hoefden slechts een bepaalde tijd te duren. Want toen de prediking van het evangelie en het koninkrijk van Christus nog nieuw waren, moesten ze door nooit gehoorde en ongewone wonderen glorierijk en groot gemaakt worden. Maar toen de Heer daarmee ophield, heeft Hij zijn kerk niet meteen in de steek gelaten. Nee, Hij heeft geleerd dat de glorie van zijn koninkrijk en de waardigheid van zijn Woord voldoende duidelijk geopenbaard waren.

Dus in welk opzicht kunnen deze toneelspelers zeggen dat ze de apostelen imiteren? De handoplegging moest ervoor zorgen dat de kracht van de Heilige Geest zich meteen duidelijk manifesteerde. Maar dat krijgen zij niet voor elkaar. Waarom beroepen ze zich dan op die handoplegging? We lezen wel dat de apostelen daar gebruik van maakten. Maar met een heel ander doel!

Zalving met olie

Dit is net zoiets als wanneer iemand zou beweren dat het blazen van de Heer op zijn leerlingen een sacrament is waarmee de Heilige Geest gegeven wordt. Johannes 20:22 Maar de Heer deed dat eenmalig. Hij wilde niet dat wij het ook zouden doen. Zo is het ook met de handoplegging door de apostelen. Zij deden dat in die tijd, omdat de Heer graag wilde dat de zichtbare gaven van de Heilige Geest gegeven werden op hun gebed. Niet om hun opvolgers een leeg en zinloos teken te laten verzinnen om hen enkel als na-apers te imiteren, zonder dat de inhoud aanwezig is.

Maar zelfs als mijn tegenstanders bewijzen dat ze met hun handoplegging echt de apostelen imiteren – al is het niet meer dan een of andere verdraaide nepimitatie – hoe komen ze dan toch bij hun ‘reddingsolie’, zoals zij die noemen? Wie heeft hun geleerd in olie hun redding te zoeken, aan olie de kracht toe te kennen om te versterken? Paulus soms? Hij trekt ons ver weg van de elementen van deze wereld. Galaten 4:9 Niets veroordeelt hij zo sterk als dat je je vastklampt aan dergelijke praktijken! Kolossenzen 2:20 Maar ik verklaar vrijmoedig, niet uit mezelf, maar vanuit de Heer: zij die olie ‘reddingsolie’ noemen, verwerpen de redding in Christus, verloochenen Christus en hebben geen deel aan Gods rijk. Want olie is er voor de buik en de buik voor olie. God zal aan beide een eind maken.

Want al die zwakke elementen die alleen al vergaan doordat je ze gebruikt, hebben niets te maken met Gods koninkrijk. Dat koninkrijk is immers geestelijk en onvergankelijk.

‘Wat nu?’ zal iemand vragen. ‘Meet je het water waarmee we gedoopt worden en het brood en de wijn waaronder het avondmaal van de Heer gegeven wordt, af aan dezelfde norm?’ Mijn antwoord is dat je in de sacramenten die God gegeven heeft, op twee dingen moet letten: op de fysieke substantie die aan ons gepresenteerd wordt en op de vorm die Gods Woord daar indrukt. In die laatste ligt alle kracht. Dus voor zover brood, wijn en water die ons in de sacramenten voor ogen gehouden worden, hun substantie houden, geldt nog steeds Paulus’ uitspraak: ‘Het voedsel is er voor de buik en de buik is er voor het voedsel. God zal aan beide een eind maken.’ 1 Korinthiërs 6:13 Ze vergaan immers en verdwijnen samen met deze zichtbare wereld. Maar voor zover Gods Woord ze heiligt om sacramenten te zijn, houden ze ons niet in het vlees, maar geven ze ons betrouwbaar geestelijk onderwijs.

Het vormsel doet afbreuk aan de betekenis van de doop

Maar laten we nog eens verder kijken hoeveel monsters deze zalving voedt en koestert. Deze zalvers zeggen dat de Heilige Geest in de doop gegeven wordt voor onschuldigheid en in het vormsel om de genade te laten toenemen. Dat we in de doop opnieuw geboren worden voor het leven en in het vormsel toegerust worden voor de strijd. En ze schamen zich er zelfs niet voor om te zeggen dat de doop niet compleet kan zijn, zoals het hoort, zonder het vormsel.

Wat een slechtheid! Zijn we in de doop dan niet met Christus begraven? Hebben we dan geen deel gekregen aan zijn dood, om ook te delen in zijn opstanding? En dit delen in Christus’ dood en leven is volgens Paulus’ uitleg het sterven van ons vlees en de levendmaking door de Geest. Want onze oude mens is gekruisigd, om ons een nieuw leven te laten leiden. Romeinen 6:4-6 Als dit geen toerusting is tot de strijd, wat is het dan?

Als ze dan Gods Woord minachten en met voeten treden, waarom hebben ze dan in elk geval geen eerbied gehad voor de kerk? Ze willen toch altijd gehoorzaam lijken aan de kerk? Maar kunnen we tegen deze leer van hen iets ergers inbrengen dan dit besluit van het concilie van Mileve (416), uit de tijd van Augustinus? ‘Wie zegt dat de doop alleen gegeven wordt voor vergeving van zonden en niet ook als hulpmiddel van toekomstige genade – vervloekt!’

Ik heb een passage aangehaald van Lucas, waarin hij zegt dat degenen die in de naam van Jezus Christus gedoopt waren, nog niet de Heilige Geest hadden. Handelingen 8:16 Maar daarmee wil hij niet simpelweg zeggen dat ze nog geen enkele gave van de Geest gekregen hadden. Ze geloofden immers van harte in Christus en beleden Hem met hun mond. Nee, hij bedoelt een krijgen van de Geest waardoor krachten en gaven duidelijk zichtbaar werden. Zo wordt er gezegd dat de apostelen op de Pinksterdag de Geest kregen, Handelingen 2:4 ook al had Christus eerder al tegen hen gezegd: ‘Jullie zijn het niet die spreken, maar de Geest van jullie Vader spreekt in jullie.’ Mattheüs 10:20

Jullie die echt uit God zijn, hier zien jullie het slechte en gevaarlijke bedrog van Satan! Wat echt in de doop gegeven wordt, wordt volgens zijn leugen gegeven in zijn vormsel. Wie niet oppast, leidt hij zo stiekem weg van de doop. Deze leer scheurt de beloften die bij de doop horen, los van de doop en brengt ze over op iets anders. Wie zou er nu nog aan twijfelen dat dit een leer van de duivel is?

Hier, zeg ik, merk je op wat voor fundament die geweldige zalving steunt. Gods Woord zegt: ieder die in Christus gedoopt is, heeft Christus aangetrokken met zijn gaven. Galaten 3:27 De zalvers zeggen: ze hebben in de doop geen enkele belofte gekregen die hen toerust tot de strijd. Het eerste is het Woord van de waarheid. Dus het andere kan alleen maar het woord van de leugen zijn. Ik kan van dit vormsel dus een betrouwbaardere definitie geven dan zij gedaan hebben en zeggen dat het een enorme belediging is voor de doop. Want het verduistert het gebruik van de doop, ja het vernietigt het. Het is een valse belofte van de duivel die ons aftrekt van Gods waarheid. Of, als je dat liever hebt: het is een olie die door de leugen van de duivel besmeurd is en de geest van de eenvoudigen bedriegt als door een dikke duisternis.

Het vormsel is niet onmisbaar

De roomsen voegen daar nog aan toe dat alle gelovigen na de doop de Heilige Geest nog moeten krijgen door handoplegging. Pas dan kunnen ze volledig als christen beschouwd worden. Want niemand kan ooit christen zijn als hij niet door de bisschop gezalfd is met het vormsel. Zo zeggen ze het letterlijk. Maar ik dacht altijd dat alles wat bij het christendom hoort in de Schrift staat en daarin beschreven wordt. Maar nu zie ik dat we de ware vorm van de godsdienst ergens anders moeten zoeken en leren. Gods wijsheid, de hemelse waarheid, heel de leer van Christus – dat maakt slechts een begin met het van mensen christenen maken. De olie maakt het af.

Deze opvatting veroordeelt alle apostelen en al die martelaren van wie het volkomen zeker is dat ze nooit gezalfd zijn. Want toen bestond de olie nog niet eens waarmee ze gezalfd hadden moeten worden om in alle opzichten christen te zijn, als ze het nog niet waren!

Maar al zou ik zwijgen, dan weerleggen mijn tegenstanders zichzelf ruim voldoende. Want welk deel van hun volk zalven zij na de doop? Waarom accepteren ze in hun schare al die half-christenen als hun onvolledigheid zo gemakkelijk te genezen is? Waarom laten ze toe dat mensen zo laks nalaten wat niet nagelaten kan worden zonder ernstig te zondigen? Waarom eisen ze niet meer strengheid in iets dat zo onmisbaar is dat je zonder dat niet gered kunt worden, behalve dan misschien als het bij iemand door een plotselinge dood verhindert wordt? Als ze toestaan dat het vormsel zo vrijuit geminacht wordt, dan erkennen ze natuurlijk stilzwijgend dat het niet zoveel waard is als ze beweren!

Het vormsel heeft niet meer waarde dan de doop

Ten slotte stellen mijn tegenstanders vast dat deze heilige zalving meer in ere gehouden moet worden dan de doop. Want ze wordt speciaal bediend via de handen van de hoogste priesters, terwijl de doop gewoon door alle priesters wordt uitgedeeld.

Wat kun je hier anders zeggen dan dat ze compleet waanzinnig zijn? Ze hebben hun eigen verzinsel zo lief dat ze Gods heilige bepalingen in vergelijking daarmee onbekommerd durven minachten! Heiligschenner, durf jij met je mond die vettigheid, alleen al door de stank van jouw adem bezoedeld en door het gemompel van je woorden betoverd, tegenover Christus’ sacrament zetten en het vergelijken met het water dat door Gods Woord geheiligd is? Maar dat is nog niet genoeg voor je goddeloosheid. Je durft je olie zelfs hoger plaatsen!

Dit zijn de bepalingen van de heilige stoel, dit de goddelijke uitspraken van het apostolische orakel!

Maar sommigen van hen vonden deze dwaasheid toch ook te ver gaan. Daarom begonnen ze die een beetje in te perken. Zij zeggen dat het vormsel wel meer in ere gehouden moet worden.

Maar niet omdat het meer kracht en nut geeft. Nee, omdat het gegeven wordt door mensen die hoger in aanzien staan en bediend wordt aan een lichaamsdeel dat meer aanzien heeft: het voorhoofd. Of omdat het ervoor zorgt dat je groeit in goede eigenschappen, ook al heeft de doop meer kracht voor vergeving.

Maar verraden ze met hun eerste argument niet dat ze donatisten zijn, die de kracht van het sacrament afmeten aan de waardigheid van de dienaar?

Maar stel dat het zo is, stel dat het vormsel meer waard is omdat de hand van de bisschop meer waard is. Maar als je hun vraagt wie de bisschoppen zo’n groot privilege heeft verleend, welk argument kunnen ze dan geven, anders dan hun eigen willekeur? Ze zeggen dat alleen de apostelen van dit recht gebruik gemaakt hebben. Want alleen zij deelden de Heilige Geest uit. Maar zijn dan alleen de bisschoppen apostelen? Sterker nog, zijn zij wel apostelen?

Maar stel dat we ook dat toegeven. Waarom gebruiken ze datzelfde argument dan niet om te beweren dat alleen de bisschoppen in het avondmaal van de Heer het sacrament van het bloed mogen aanraken? Ze weigeren dat immers aan leken, omdat de Heer het alleen aan de apostelen gaf. Als alleen de apostelen het kregen, waarom trekken ze dan niet deze conclusie: dus ook alleen de bisschoppen? Maar nee, in die passage maken ze van de apostelen simpelweg priesters. Maar nu sleurt hun waanzin hen ergens anders heen en kiezen ze de apostelen opeens tot bisschoppen.

Ten slotte, Ananias was geen apostel. Toch werd Paulus naar hem gezonden om zijn gezichtsvermogen terug te krijgen en om gedoopt te worden met de Heilige Geest. Handelingen 9:17-19

Ook dit voeg ik nog aan de stapel toe: als dit volgens Gods recht een speciale taak van de bisschoppen was, waarom hebben ze het dan gewaagd om het over te dragen aan gewone priesters? Dat kun je lezen in een brief van Gregorius de Grote.

Domme argumenten

Wat onbeduidend, dom en dwaas is het tweede argument: dat ze hun vormsel meer waard noemen dan Gods doop, omdat bij het vormsel het voorhoofd met olie bevochtigd wordt en bij de doop de schedel. Alsof de doop niet met water, maar met olie bediend werd! Maar ik roep alle vromen op als getuigen: zijn deze nietsnutten er niet alleen maar op uit om met hun zuurdesem de zuiverheid van de sacramenten te bederven?

Ergens anders heb ik gezegd dat in de sacramenten in het midden van de grote hoop menselijke bedenksels door enkele smalle kiertjes nauwelijks nog iets doorschijnt van wat van God is. Als iemand mij toen niet geloofde, laat hij dan nu in elk geval zijn eigen leermeesters geloven. Kijk, ze negeren het water en beschouwen het als waardeloos, maar geven bij de doop alleen hoog op van olie. Ik echter zeg dus dat bij de doop ook het voorhoofd bevochtigd wordt met water. In vergelijking met dit water vind ik jullie olie, of het nu bij de doop is of bij het vormsel, nog minder waard dan modder. Als iemand zich erop beroept dat olie voor een hogere prijs verkocht wordt, dan zeg ik: als er nog iets goed aan was, dan wordt dit alsnog bedorven door die hogere prijs! Want ze mogen hun schandelijke bedrog zeker niet aanprijzen door middel van diefstal.

Met hun derde argument laten ze zien hoe goddeloos ze zijn: ze kletsen dat bij het vormsel meer groei in goede eigenschappen gegeven wordt dan bij de doop. De apostelen bedienden door handoplegging zichtbare gaven van de Geest. Maar hoe laat hun vette olie zien dat die vruchtbaar is?

Maar weg met die mensen die één heiligschennis willen inperken door die met vele vormen van heiligschennis te bedekken! Dit is een Gordiaanse knoop. Je kunt die maar beter doorsnijden dan zoveel moeite doen om hem los te maken.

Onterecht beroep op de oude kerk

Maar als mijn tegenstanders zien dat Gods Woord hen in de steek laat en ze zonder plausibele argumenten zitten, gebruiken ze hun gewone voorwendsel: dat dit al een heel oude praktijk is, die bevestigd wordt door de eenstemmige opvatting van vele eeuwen.

Maar zelfs als dit waar zou zijn, bereiken ze er toch niets mee. Een sacrament komt niet van de aarde, maar uit de hemel. Niet van mensen, maar alleen van God. Als ze willen dat we hun vormsel als een sacrament beschouwen, moeten ze bewijzen dat God de auteur ervan is.

Maar waarom komen ze aandragen met het argument dat het al heel oud is? Want als de oude schrijvers in eigenlijke zin willen spreken, noemen ze nergens meer dan twee sacramenten. Stel dat we de bescherming van ons geloof bij mensen zouden moeten zoeken. Dan zouden we een onoverwinnelijke vesting hebben: de sacramenten waarvan zij liegen dat het sacramenten zijn, zijn door de kerkvaders nooit als sacramenten erkend. Ze spreken wel over handoplegging. Maar noemen ze dat een sacrament? Augustinus verzekert openlijk dat het niets anders is dan een gebed.

En nu moeten mijn tegenstanders mij niet met hun weerzinwekkende onderscheidingen tegenwerpen dat Augustinus daarmee niet de handoplegging bij het vormsel bedoelde, maar de handoplegging voor herstel of verzoening. Het boek van Augustinus bestaat nog. Het staat mensen ter beschikking. Verdraai ik het en geef ik er een andere betekenis aan dan Augustinus zelf geschreven heeft? Kom maar op! Dan moeten ze mij niet alleen uitschelden, zoals hun gewoonte is, maar ook bespuwen. Hij heeft het immers over degenen die van een afscheiding terugkeerden tot de eenheid van de kerk. Hij zegt dat zulke mensen niet opnieuw gedoopt hoeven te worden. Handoplegging is voldoende. Dan zal de Heer de Heilige Geest geven door de band van de vrede. En omdat het absurd kon lijken dat hij liever handoplegging wilde herhalen dan de doop, laat hij zien wat het verschil is. Hij zegt: ‘Want wat is handoplegging anders dan een gebed voor die persoon?’

Dat dit de betekenis is, blijkt ook uit een andere passage. Daar zegt hij dat ketters die tot inkeer gekomen zijn, de handen opgelegd worden vanwege de liefdeband. Dat is de belangrijkste gave van de Heilige Geest. Zonder die gave hebben alle andere heilige dingen in de mens geen enkele betekenis.

Catechisatie en openbare geloofsbelijdenis

Ach, hadden we maar de gewoonte bewaard die, zoals ik verteld heb, in gebruik was bij de kerkvaders, vóórdat dit misbaksel van een sacrament geboren werd. Niet omdat er een vormsel zou moeten zijn, zoals de roomsen dat verzinnen. Zo’n vormsel kan nog niet genoemd worden zonder dat we de doop onrecht doen. Nee, een catechisatie waardoor kinderen of toekomstige jongvolwassenen verantwoording afleggen van hun geloof.

En de beste manier van catechisatie zou zijn om een formulier te schrijven voor dit doel, met daarin een uitleg in gewone taal van de kern van vrijwel alle artikelen van onze godsdienst, waarmee heel de kerk van de gelovigen zonder verschil van mening moet instemmen. Dan moet een kind van tien jaar zich aan de gemeente presenteren om belijdenis af te leggen van het geloof. Dan moet het ondervraagd worden over ieder artikel en op alle vragen antwoorden. Als het iets niet weet of minder goed begrijpt, moet het daarin onderwezen worden. Dan moet het het enige, ware en zuivere geloof, waarmee het volk van de gelovigen eensgezind de enige God dient, belijden terwijl de kerk er getuige van is en toekijkt.

Als deze discipline tegenwoordig van kracht was, dan zou zeker de laksheid geprikkeld worden van sommige ouders die het onderwijs van hun kinderen zorgeloos verwaarlozen, alsof het iets was dat hun niet aangaat. Dan zouden ze het niet kunnen nalaten zonder publiekelijke schande. Er zou grote eensgezindheid van geloof zijn onder het christenvolk en de onkunde en onwetendheid van velen zou niet zo groot zijn. En sommigen zouden niet zo gemakkelijk worden meegesleurd door nieuwe en vreemde dogma’s. Kortom, iedereen zou als het ware een bepaald methodisch onderwijs krijgen in de christelijke leer.

Tweede vals sacrament: de boete

Op de tweede plaats zetten mijn tegenstanders de boete. Daarover spreken ze zo verward en chaotisch dat je in je geweten geen enkele zekerheid of solide basis kunt krijgen uit hun leer. Ik heb ergens anders uitgebreid verteld wat we uit de Schrift leren over berouw en boete en vervolgens ook wat zij daarover leren. Nu hoef ik alleen nog maar even aan te stippen welke argumenten zij gehad hebben om te komen tot hun opvatting die sinds lange tijd geheerst heeft in kerken en scholen: dat de boete een sacrament is.

Toch moet ik eerst kort iets zeggen over de gewoonte van de oude kerk. Mijn tegenstanders misbruiken die als voorwendsel om hun verzinsel te bevestigen. In de oude kerk hield men zich bij openbare boete aan deze orde: degenen die de boete volbracht hadden die hun was opgelegd, werden door een openlijke handoplegging verzoend. Dat was het teken van absolutie. Daardoor werd de zondaar zelf voor God opgebeurd door het vertrouwen op vergeving en werd de kerk aangespoord de herinnering aan de misdaad uit te wissen en de zondaar welwillend in genade aan te nemen. Cyprianus noemt dit vaak ‘vrede geven’. En om die handeling extra serieus te maken en bij het volk extra aan te bevelen, werd vastgesteld dat daarbij steeds het gezag van de bisschop tussenbeide zou komen.

Vandaar het besluit van het tweede concilie van Carthago (390): ‘Het is een priester niet toegestaan iemand die openbaar boete doet, in de mis te verzoenen.’

En een ander besluit van het concilie van Orange (441): ‘Wie tijdens het doen van boete uit dit leven vertrekken, moeten zonder de handoplegging van verzoening tot de gemeenschap worden toegelaten. Als ze toch nog van hun ziekte herstellen, moeten ze in het midden van de groep boetelingen staan en als hun tijd erop zit, moeten ze de handoplegging van verzoening krijgen.’

En het besluit van het derde concilie van Carthago (397): ‘Een priester mag een boeteling niet verzoenen buiten het gezag van de bisschop om.’

Dit was allemaal bedoeld om te voorkomen dat de strengheid die ze daarin in praktijk gebracht wilden zien, in verval zou raken doordat er te gemakkelijk boete gedaan werd. Daarom wilden ze dat de bisschop kennis zou nemen van de zaak. Want het was waarschijnlijker dat hij zorgvuldiger zou zijn als hij onderzoek deed.

Hoewel, Cyprianus vertelt ergens dat niet alleen de bisschop, maar alle geestelijken de handen oplegden. Want hij zegt: ‘Ze doen vrij lang boete. Daarna komen ze naar de gemeenschap en krijgen het recht daar deel van uit te maken door handoplegging door de bisschop en de geestelijken.’

Daarna is het na verloop van tijd zover gekomen dat men dit ritueel niet alleen gebruikt voor openbare boete, maar ook bij persoonlijke absolutie. Daaruit ontstond het onderscheid dat bij Gratianus gemaakt wordt tussen openbare en persoonlijke verzoening.

Naar mijn mening was de praktijk die Cyprianus noemt, heilig en voor de kerk gezond. En ik zou graag willen dat die praktijk tegenwoordig weer hersteld werd. Weliswaar durf ik deze nieuwere manier van verzoening niet afkeuren of en in elk geval niet scherp bekritiseren. Maar toch vind ik die minder nodig.

Hoe dan ook, in elk geval zien we dat handoplegging bij het doen van boete een ritueel is dat door mensen is ingesteld en niet door God. Het hoort bij de dingen die er op zichzelf niet toe doen. We moeten het beschouwen als een uiterlijke training die we niet moeten minachten, maar waar we toch minder waarde aan moeten hechten dan aan de rituelen die Gods Woord ons aanbeveelt.

Roomse verzinsels

Nu hebben de roomsen en de scholastici de gewoonte om alles met een verkeerde uitleg te bederven. Dus doen ze hier hun uiterste best om een sacrament te vinden. En dat hoeft niet vreemd te lijken. Want ze zoeken een knoop in een bies. Maar ze krijgen niet meer voor elkaar dan dat ze deze kwestie ingewikkeld en onzeker en door allerlei meningen verward en chaotisch maken.

Ze zeggen dus dat uiterlijke boete een sacrament is. En dat, als dat zo is, uiterlijke boete beschouwd moet worden als een teken van innerlijke boete – berouw, een gebroken hart – wat dus de inhoud van dit sacrament is. Of dat zowel uiterlijke als innerlijke boete beiden tegelijk een sacrament zijn, maar dan niet twee, maar één volledig sacrament. Maar dat uiterlijke boete alleen een sacrament is, maar innerlijke boete zowel de inhoud van het sacrament, als het sacrament zelf. En dat de vergeving van zonden alleen de inhoud is en geen sacrament.

Als je je nog de definitie herinnert die ik hierboven van een sacrament gegeven heb, toets die dan eens aan wat volgens hen een sacrament is. Dan zul je merken dat dit geen uiterlijk ritueel is dat de Heer heeft ingesteld om ons geloof te bevestigen.

En als zij aanvoeren dat mijn definitie een wet is die zij volgens hen niet hoeven te gehoorzamen, dan moeten ze maar eens luisteren naar Augustinus. Ze zeggen immers dat ze hem als heel heilig beschouwen en een onaantastbaar respect voor hem hebben. Hij zegt: ‘De zichtbare sacramenten zijn ingesteld omwille van vleselijke mensen, om ze van de zichtbare dingen langs de trappen van de sacramenten op te laten klimmen naar de dingen die we begrijpen.’ Zien zij in het sacrament van de boete zoiets of kunnen zij anderen zoiets daarin laten zien?

Ergens anders zegt Augustinus hetzelfde: ‘Het wordt een sacrament genoemd omdat we daarin iets anders zien en iets anders begrijpen. Wat we zien, heeft een fysieke vorm. Wat we begrijpen, heeft een geestelijke vrucht.’ Dit is absoluut niet van toepassing op het sacrament van de boete, zoals zij dat verzinnen. Want dat heeft geen fysieke vorm die een geestelijke vrucht afbeeldt.

De absolutie lijkt meer op een sacrament dan de boete

En om die beesten in hun eigen arena te doden – als je hier een sacrament zoekt, was het dan niet veel plausibeler geweest om te beweren dat de absolutie door de priester een sacrament is dan dat de innerlijke of uiterlijke boete dat is? Want dan lag het voor de hand om te zeggen dat de absolutie een ritueel is om ons geloof in de vergeving van onze zonden te bevestigen en dat dat ritueel de sleutelbelofte heeft, zoals zij dat noemen: ‘Alles wat jullie op aarde zullen vastbinden of losmaken, zal vastgebonden of losgemaakt zijn in de hemel.’ Mattheüs 18:18

Maar dan hadden we daartegen in kunnen brengen dat de priesters heel veel mensen losmaken die door zo’n absolutie helemaal geen vergeving van zonden krijgen. Terwijl volgens hun leer de sacramenten van de nieuwe wet het effect horen te hebben dat ze afbeelden. Belachelijk! Bij het avondmaal zijn er volgens hen twee soorten eten: een sacramenteel eten, waar goeden en slechten in delen, en een geestelijk eten, waar alleen de goeden deel aan hebben. Waarom zouden ze dan ook niet verzinnen dat je twee soorten absolutie krijgt?

Maar ik heb nog steeds niet kunnen begrijpen wat ze met dit dogma bedoelen. Toen ik het behandelde, heb ik uitgelegd hoe ver het afstaat van Gods waarheid. Hier wil ik alleen laten zien dat dit bezwaar van hen hun echt niet hoeft te verhinderen om de absolutie door de priesters een sacrament te noemen. Want ze hadden via de mond van Augustinus’ kunnen antwoorden dat er een heiliging is zonder zichtbaar sacrament en een sacrament zonder innerlijke heiliging. En dat de sacramenten alleen bij de uitverkorenen het effect hebben dat ze afbeelden. En dat sommigen Christus aantrekken tot en met het ontvangen van het sacrament en anderen tot en met de heiliging. Dat goeden en slechten beiden het eerste doen, maar alleen de goeden het laatste. Natuurlijk kletsen ze nog erger dan kinderen en zijn ze blind voor de zon. Want ze hadden het zo moeilijk, dat ze niet eens zagen wat voor iedereen voor de hand ligt.

De doop is het sacrament van de boete

Maar of de roomsen nu de boete of de absolutie als sacrament beschouwen, om te voorkomen dat ze moed vatten, ontken ik dat ze die terecht als sacrament beschouwen. In de eerste plaats omdat hiervoor geen enkele specifieke belofte van God bestaat. En dat is toch de enige basis voor een sacrament. Want zoals ik hierboven duidelijk genoeg heb uitgelegd, de belofte van de sleutels slaat niet op een bepaalde vorm van absolutie, maar alleen op de prediking van het evangelie, of die nu gericht is aan meerderen of aan een enkeling, zonder dat er onderscheid gemaakt wordt. Dat wil zeggen: met die belofte geeft de Heer ons geen speciale absolutie die we ieder apart krijgen, maar een die zonder onderscheid gegeven wordt aan alle zondaren, zonder speciale toepassing. In de tweede plaats omdat, welk ritueel ze hierbij ook toepassen, dat toch enkel een uitvinding van mensen is. Want ik heb al bewezen dat de rituelen van de sacramenten alleen door God ingesteld kunnen worden. Wat zij over het sacrament van de boete verzonnen hebben, is dus leugen en bedrog.

Dit verzonnen sacrament tooien ze met gepaste lof: dat het de tweede plank na de schipbreuk is. Want als iemand het kleed van de onschuld dat hij in de doop gekregen heeft, bederft door te zondigen, dan kan hij het herstellen door boete te doen. ‘Dit zijn woorden van Hiëronymus!’ zeggen ze. Maar wiens woorden het ook zijn, ze kunnen niet worden vrijgesproken van goddeloosheid als ze worden uitgelegd vanuit hun opvatting. Alsof zonde de doop tenietdoet en een zondaar niet juist moet terugdenken aan zijn doop, om daardoor tot zichzelf te komen, moed te vatten en zijn geloof te versterken dat hij voor zijn zonden de vergeving zal krijgen die hem in de doop beloofd is.

Maar deze fraaie uitleggers laten op hun goddeloosheid slaan wat Hiëronymus op een ruwe en oneigenlijke manier zei: dat boete de doop herstelt waar degenen van afvallen die het verdienen om van de gemeenschap van de kerk te worden afgesneden. Je kunt de doop daarom heel geschikt een sacrament van boete noemen. Want wie boete wil doen, heeft de doop gekregen als bevestiging van de genade en als zegel van betrouwbaarheid.

En om te voorkomen dat iemand denkt dat ik dit zelf verzin, wijs ik erop dat dit niet alleen in overeenstemming is met de woorden van de Schrift, maar ook in de oude kerk algemeen geaccepteerd was als een heel betrouwbaar uitgangspunt. Want in het boekje Over geloofaan Petrus – toegeschreven aan Augustinus – wordt de doop een sacrament genoemd van geloof en bekering.

Maar waarom neem ik mijn toevlucht tot onzekere bewijzen? Alsof we nog iets duidelijkers zouden moeten zoeken dan wat de evangelisten vertellen: dat Johannes de Doper een doop predikte van bekering voor vergeving van zonden. Marcus 1:4; Lucas 3:3

Derde vals sacrament: het zogenaamde laatste oliesel

Het derde verzonnen sacrament is het laatste oliesel. Dat wordt alleen door een priester bediend en pas, zoals men zegt, op het uiterste, met olie die door een bisschop gewijd is en met deze formule: ‘Moge God u door deze heilige zalving en door zijn heel welwillende barmhartigheid alles vergeven wat u gezondigd hebt met uw gezicht, gehoor, reuk, gevoel en smaak.’ De roomsen beelden zich in dat dit sacrament twee krachten heeft: om zonden te vergeven en, als dat zin heeft, om lichamelijke ziekte te verlichten of, als dat geen zin heeft, om de ziel te redden.

Ook zeggen ze dat Jacobus dit sacrament heeft ingesteld. Zijn woorden zijn: ‘Is er iemand van jullie ziek? Dan moet hij de ouderlingen van de gemeente bij zich roepen. Zij moeten dan voor hem bidden en hem in de naam van de Heer met olie zalven. Een gelovig gebed zal dan de zieke redden en de Heer zal hem oprichten. En als hij zonden begaan heeft, dan zullen ze hem vergeven worden.’ Jacobus 5:14-15

Het is met deze zalving net zo als met de handoplegging, zoals ik heb laten zien: het is een huichelachtig toneelstukje, waarmee ze zinloos en vruchteloos de apostelen willen na-apen.

Marcus vertelt dat de apostelen, toen ze voor het eerst uitgezonden waren, volgens het bevel dat ze van de Heer gekregen hadden, doden opwekten, duivels uitwierpen, melaatsen reinigden en zieken genazen. En bij het genezen van zieken gebruikten ze olie. Hij zegt: ‘Ze zalfden vele zieken met olie. Dan werden ze gezond.’ Marcus 6:13 Dat bedoelde Jacobus toen hij beval om de ouderlingen te roepen en de zieke te zalven.

In zulke rituelen lag geen dieper mysterie. Dat kun je gemakkelijk zien als je erop let met hoeveel vrijheid zowel de Heer als zijn leerlingen zich in deze uiterlijke dingen gedroegen. Toen de Heer een blinde het gezichtsvermogen teruggaf, maakte hij slijk van stof en speeksel. Johannes 9:6 Anderen genas hij door aanraking, Mattheüs 9:29 weer anderen door zijn woord. Lucas 18:42 Op deze manier genazen de apostelen sommigen door hun woord, Handelingen 3:6; 14:9-10 anderen door aanraking Handelingen 5:12-16 en weer anderen door zalving. Handelingen 19:12

Maar, zeggen mijn tegenstanders, het is toch niet waarschijnlijk dat ze die zalving – net als alle andere dingen – zomaar gebruikten. Dat geef ik toe. Maar toch hebben ze die niet gebruikt als instrument van genezing. Nee, alleen als symbool om onervarenen er in hun onwetendheid aan te herinneren waar zo’n grote kracht vandaan kwam. En wel om te voorkomen dat zij de apostelen de lof daarvoor zouden toekennen. En het is gewoon en het komt vaak voor dat met olie de Heilige Geest en zijn gaven worden aangeduid.

Maar die gave van genezing is verdwenen, net als de andere wonderen die de Heer een tijdlang wilde laten gebeuren om de nieuwe prediking van het evangelie voor eeuwig wonderlijk te maken. Dus ook al geef ik volledig toe dat de zalving een sacrament was van die krachten die toen via de handen van apostelen bediend werden, toch heeft dat nu niets met ons te maken. Want ons is de bediening van die krachten niet toevertrouwd.

Onterecht beroep op Jacobus

En welke reden hebben mijn tegenstanders om wel van deze zalving een sacrament te maken en niet van alle mogelijke andere symbolen waarover de Schrift ons vertelt? Waarom bestemmen ze niet ook een water tot badwater van Siloam, zodat zieken zich daar op bepaalde momenten in mogen dompelen? Johannes 9:7 Dat zou geen zin hebben, zeggen ze. Natuurlijk! Even weinig zin als zalving. Waarom strekken ze zich niet uit op doden, omdat Paulus een dode jongeman weer opwekte door zich op hem uit te strekken? Waarom is slijk gemaakt van stof en speeksel geen sacrament?

Die andere voorbeelden waren speciaal, zeggen ze, maar dit wordt door Jacobus bevolen. Zeker. Maar Jacobus sprak voor die tijd, toen de kerk nog genoot van zo’n gave van God. Zij verzekeren wel dat hun zalving nog dezelfde kracht heeft. Maar we ervaren het anders. Niemand moet zich erover verwonderen dat zij zielen waarvan ze weten dat ze van Gods Woord – hun leven en licht – beroofd en dus dom en blind zijn, zo brutaal voor de gek houden. Want ze schamen zich er totaal niet voor dat ze de fysieke zintuigen willen bedriegen, die wel leven en gevoel hebben. Ze maken zich dus belachelijk als ze beweren dat ze de gave van genezing hebben. Inderdaad is de Heer in alle tijden bij de zijnen en geneest hij hun ziekten, zo vaak als nodig is, niet minder dan vroeger. Maar van die openlijke krachten geeft Hij niet net zulke bewijzen als vroeger. Hij doet geen wonderen meer via de handen van de apostelen. Want die gave was voor een tijd en is, voor een deel door de ondankbaarheid van de mensen, ook meteen verdwenen.

Geen instelling van God en geen belofte

De apostelen bewezen dus niet voor niets door middel van het symbool van olie dat de gave van genezing die hun was toevertrouwd, niet hun eigen kracht was, maar die van de Heilige Geest. En zo doen aan de andere kant degenen die beweren dat hun stinkende en krachteloze olie de kracht van de Heilige Geest is, de Heilige Geest onrecht. Dit is hetzelfde als wanneer iemand zou zeggen dat alle olie de kracht van de Heilige Geest is, omdat in de Schrift olie zo genoemd wordt. Of dat elke duif de Heilige Geest is, omdat Hij in de gedaante van een duif verschenen is. Mattheüs 3:16; Johannes 1:32 Maar dat zoeken ze maar uit. Wat voor ons nu voldoende is, zien we volkomen zeker: hun zalving is geen sacrament omdat het geen door God ingesteld ritueel is en ook geen enkele belofte heeft. Want als ik die twee dingen eis in een sacrament – dat het een ritueel is dat God heeft ingesteld en dat het een belofte van God heeft – dan eis ik daarmee tegelijk ook dat dat ritueel aan ons gegeven is en dat die belofte aan ons gericht is. Niemand beweert immers dat de besnijdenis nog een sacrament van de christelijke kerk is, ook al was het een instelling van God en was er een belofte mee verbonden. Want de besnijdenis is niet aan ons bevolen en de belofte die ermee verbonden was, wordt ons niet op dezelfde voorwaarde gegeven. Ik heb duidelijk laten zien dat de belofte waarop zij bij hun zalving zo brutaal pochen, niet aan ons gegeven is. En zij maken dat zelf duidelijk door de ervaring. Dat ritueel hoort alleen gebruikt te worden door wie de gave van genezing gekregen heeft, niet door die beulen die beter zijn in slachten en doden dan in gezond maken.

De roomsen houden zich niet aan wat Jacobus zegt

Maar stel dat mijn tegenstanders bewezen hadden dat wat Jacobus beveelt over zalving van toepassing is op onze tijd. Dat hebben ze absoluut niet gedaan. Maar zelfs al hadden ze dat gedaan, dan nog zouden ze niet veel opgeschoten zijn om hun zalving acceptabel te maken, waarmee ze ons tot nog toe besmeurd hebben.

Zij smeren hun vettigheid niet op zieken, maar op halfdode lichamen. Pas als de ziel al op het punt staat het lichaam te verlaten, of zoals zij dat zeggen: als de zieke op zijn uiterste ligt.

Hebben zij in hun sacrament een effectief medicijn, waarmee ze de ernst van ziekten kunnen verlichten of in elk geval troost kunnen geven aan de ziel? Dan zijn ze wreed! Want ze genezen nooit op tijd.

Jacobus wil dat de zieke gezalfd wordt door de presbyters van de gemeente. Maar mijn tegenstanders laten geen ander toe om te zalven dan een priester. Ze vertalen het woord ‘presbyters’ bij Jacobus met ‘priesters’ en kletsen dat hij meervoud gebruikt als teken van eerbied. Maar dat is onzin. Alsof de kerken in die tijd zo’n overvloed aan priesters hadden dat ze in een lange optocht konden lopen om overal het vat met heilige olie te brengen.

Als Jacobus beveelt om zieken te zalven, bedoelt hij volgens mij geen andere zalving dan met gewone olie. Ook in het verhaal van Marcus gaat het niet over andere olie. Marcus 6:13 Maar mijn tegenstanders vinden geen enkele olie goed genoeg dan olie die door een bisschop gewijd is. Dat wil zeggen: olie die door veel adem verwarmd, door veel gemompel betoverd en negenmaal met kniebuiging begroet is met deze woorden: driemaal: ‘Gegroet, heilige olie,’ driemaal: ‘Gegroet, heilige zalf,’ en driemaal: ‘Gegroet, heilige balsem.’ Bij wie hebben ze zulke bezweringen gehaald?

Jacobus zegt dat een zieke die gezondigd heeft, vergeving krijgt als hij met olie gezalfd is en er voor hem gebeden is. Dan wordt zijn schuld weggenomen en krijgt hij vrijstelling van straf. Jacobus 5:14-15 Maar daarmee bedoelt hij niet dat zijn zonden door vettigheid tenietgedaan worden. Nee, hij bedoelt dat de gebeden van de gelovigen, die de verslagen broeder aanbevelen bij God, niet voor niets zijn. Maar mijn tegenstanders liegen goddeloos dat de zonden vergeven worden door hun heilige – dat wil zeggen: weerzinwekkende – zalving.

Kijk hoeveel ze ermee opschieten als we hun toestaan Jacobus’ getuigenis te misbruiken zoveel ze daar maar zin in hebben! En om te voorkomen dat ik nog meer moeite moet doen om hen te weerleggen, bevrijden ook hun eigen geschiedverhalen mij van deze last. Want die vertellen dat paus Innocentius I, die in de tijd van Augustinus de kerk van Rome bestuurde, bepaald heeft dat niet alleen priesters, maar zelfs alle christenen olie mogen gebruiken om daarmee te zalven als zijzelf of de hunnen dat nodig hebben. Dat vertelt Sigisbert van Gembloers in zijn kroniek. Hoe kunnen ze dat rijmen met wat ze ons willen laten geloven?

Vierde vals sacrament: de kerkelijke orden

Op de vierde plaats op hun lijst hebben mijn tegenstanders het sacrament van de orde staan. Dat is zo’n vruchtbaar sacrament dat er zeven sacramentjes uit voortkomen. Dat is wel heel belachelijk: ze zeggen dat er zeven sacramenten zijn, maar als ze die willen opsommen, tellen ze er dertien. En ze kunnen niet aanvoeren dat het maar één sacrament is omdat ze allemaal op hetzelfde priesterschap slaan en als het ware rangen zijn die stap voor stap naar dat priesterschap leiden. Het staat immers vast dat elke orde een ander ritueel heeft. En ze zeggen zelf dat die orden verschillende gaven zijn. Daarom kan niemand eraan twijfelen dat, als je hun leer aanvaardt, het zeven sacramenten genoemd moeten worden. En waarom zouden we daarover discussiëren, alsof er twijfel over zou bestaan? Want ze verklaren zelf luid en duidelijk dat het er zeven zijn!

Maar om te beginnen zal ik er nu in het voorbijgaan op wijzen hoeveel dwaze en absurde dingen ze ons opdringen als ze ons hun orden willen aanprijzen als sacramenten. Daarna zullen we zien of het ritueel dat kerken gebruiken bij het ordenen van hun dienaren wel een sacrament genoemd mag worden.

Mijn tegenstanders maken dus zeven kerkelijke orden of rangen die zij tooien met de benaming ‘sacrament’. Deze orden zijn de deurwachters, de lectoren, de exorcisten, de acolieten, de subdiakenen, de diakenen en de priesters. En ze zeggen dat het er zeven zijn omdat degenen die tot deze orden bevorderd worden, een zevenvoudige gave van de Heilige Geest moet hebben. En bij elke bevordering wordt die gave hun steeds meer en overvloediger geschonken.

Alleen al dat aantal hebben ze geheiligd door een verkeerde uitleg van de Schrift. Want ze denken bij Jesaja te lezen over zeven krachten van de Heilige Geest, terwijl Jesaja er in werkelijkheid niet meer dan zes noemt en de profeet in die passage niet alle krachten van de Heilige Geest heeft willen opsommen. Jesaja noemt de Geest van wijsheid, van verstand, van advies, van kracht, van kennen en van vrees voor de Heer. Jesaja 11:2 Maar de Geest wordt evengoed de Geest van leven, Ezechiël 1:20 van heiliging Romeinen 1:4 en van adoptie als kinderen genoemd. Romeinen 8:15

Trouwens, anderen die scherpzinniger zijn, maken niet zeven maar negen orden. Volgens hen is dat in overeenstemming met hoe de triomferende kerk eruit ziet. Maar ook onder hen is discussie. Want sommigen willen dat de kerkelijke tonsuur de eerste orde is van allemaal en de rang van bisschop de laatste, terwijl anderen de tonsuur niet meetellen, maar de rang van aartsbisschop erbij tellen. Isidorus van Sevilla maakt nog een andere indeling. Hij maakt onderscheid tussen psalmisten en lectoren. De eersten stelt hij aan over het zingen, de laatsten over het lezen van de Schrift, waardoor het volk wordt onderwezen. En ook de canones houden zich aan dit onderscheid.

Waar willen ze dat we ons bij zulke grote verschillen wel en niet aan houden? Moeten we zeggen dat er zeven orden zijn? Dat leert Petrus Lombardus, de meester van de Sententiae. Maar heel verlichte leraren bepalen anders. En ook die zijn het onderling oneens. Bovendien roepen de heel heilige canones ons ergens anders heen. Zo zijn de mensen het nou met elkaar eens als ze over de dingen van God discussiëren buiten Gods Woord om.

Hugo van Sint-Victor († 1140/1141), theoloog in Parijs.

Willem van Auvergne († 1249), bisschop van Parijs.

Christus als collega

Maar wat alle dwaasheid overtreft, is dat ze in elke orde van Christus hun collega maken.

In de eerste plaats, zeggen ze, heeft hij de taak van deurwachter vervuld toen hij de kopers en verkopers uit de tempel joeg met een gesel die Hij gemaakt had van touwtjes. Johannes 2:15; Mattheüs 21:12 Dat Hij deurwachter is, maakt Hij duidelijk als Hij zegt: ‘Ik ben de deur.’ Johannes 10:7

De taak van lector vervulde Hij toen Hij in de synagoge Jesaja las. Lucas 4:17

De taak van exorcist vervulde Hij toen Hij de tong en oren van de doofstomme met speeksel aanraakte en Hem het vermogen om te horen teruggaf. Marcus 7:32-33

Dat Hij acoliet was, heeft Hij verklaart met deze woorden: ‘Wie Mij volgt, wandelt niet in de duisternis.’ Johannes 8:12 De taak van subdiaken vervulde Hij toen Hij omgord met een linnen kleed de voeten van zijn leerlingen waste. Johannes 13:4-5

De rol van diaken vervulde Hij toen Hij zijn lichaam en bloed uitdeelde bij het avondmaal. Mattheüs 26:26

De taak van priester vervulde Hij toen Hij zichzelf aan het kruis als offer aan de Vader offerde. Mattheüs 27:50; Efeziërs 5:2

Je kunt deze dingen niet aanhoren zonder te lachen. Ik verwonder me er dan ook over dat ze zonder te lachen zijn opgeschreven. Als het tenminste mensen waren die het hebben opgeschreven. Maar bijzonder opmerkelijk is de scherpzinnigheid waarmee ze filosoferen over het woord ‘acoliet’. Ze zeggen dat het ‘kaarsdrager’ betekent, een magisch woord, neem ik aan, dat bij alle volken en in alle talen onbekend is. Terwijl met het woord akolouthos in het Grieks gewoon een lakei bedoeld wordt die zijn heer vergezelt. Trouwens, als ik deze dingen serieus wilde weerleggen, zou het terecht zijn als ik zelf ook uitgelachen werd. Zo onzinnig en bespottelijk zijn ze.

Lectoren, psalmisten, deurwachters, acolieten en exorcisten

Maar om te voorkomen dat mijn tegenstanders zelfs goedgelovige vrouwtjes nog iets wijs kunnen maken, moet ik hun onzin in het kort aan de kaak stellen. Plechtig en met pracht en praal benoemen ze hun lectoren, psalmisten, deurwachters en acolieten om diensten te verrichten die ze laten uitvoeren door kinderen of in elk geval door mensen die zij leken noemen. Want wie steekt meestal de kaarsen aan? Wie giet de wijn en het water uit het kannetje? Wie anders dan een jongen of een of andere onaanzienlijke leek, die daarmee zijn brood verdient? Zijn ook zij het niet die zingen? Doen ook zij niet de deuren van de kerkgebouwen open en dicht? Immers, wie heeft ooit in hun kerken een acoliet of een deurwachter zijn taak zien uitvoeren? Sterker nog, als een jongen die de taak van een acoliet uitvoert, wordt opgenomen in de orde van de acolieten, houdt hij op te zijn wat hij vanaf dat moment genoemd wordt. Het lijkt dus wel dat ze, als ze een titel aannemen, expres de taak die erbij hoort van zich af gooien. Zie je waarom het volgens hen zo nodig is om door sacramenten geheiligd te worden en de Heilige Geest te krijgen? Om niets meer uit te voeren!

Als ze beweren dat het aan het bederf van de tijden ligt dat ze hun diensten in de steek laten en verwaarlozen, dan moeten ze maar meteen toegeven dat hun heilige orden, waar ze zo hemelhoog van opgeven, tegenwoordig voor de kerk geen nut hebben en geen vrucht opleveren en dat heel hun kerk vol is van een vloek. Want ze staan toe dat de kaarsen en kannen door kinderen en leken bediend worden, terwijl alleen acolieten goed genoeg zijn om die aan te raken. Ze dragen het zingen op aan kinderen, terwijl dat alleen gehoord mag worden uit gewijde monden.

En voor welk doel heiligen ze hun exorcisten – ‘bezweerders’ – eigenlijk? Ik hoor dat de Joden hun bezweerders hadden. Maar ik zie dat ze zo genoemd werden omdat ze bezweringen deden. Handelingen 19:13 Wie heeft ooit die verzonnen exorcisten horen zeggen dat ze één voorbeeld van hun taak hebben laten zien? Ze verzinnen dat ze macht gekregen hebben om dopelingen en bezetenen de handen op te leggen. Maar ze kunnen de demonen er niet van overtuigen dat ze die macht gekregen hebben. Want niet alleen gehoorzamen de demonen hun niet. De demonen heersen juist over hen. Want je zult er nauwelijks één op de tien vinden die niet door een demon gedreven wordt.

Dus alles wat ze kletsen over hun kleine orden, is samengeflanst uit domme en dwaze leugens. Ik heb het ergens anders al gehad over de oude acolieten, deurwachters en lectoren, toen ik de orde van de kerk behandelde. Hier is het alleen mijn bedoeling om de nieuwe uitvinding van een zevenvoudig sacrament in de kerkelijke orden te bestrijden. Daarover lees je nergens iets, behalve bij die dwaze kletsmajoors, de sofisten van de Sorbonne en de canonici.

De tonsuur

Dan gaan we het nu hebben over de rituelen die mijn tegenstanders gebruiken.

Om te beginnen wijden ze degenen die ze voor hun militaire dienst ronselen, in in de geestelijke stand met een algemeen symbool. Ze scheren hen op de kruin, om zo als door een kroon de koninklijke waardigheid aan te duiden. Want, zeggen ze, geestelijken moeten koningen zijn om zichzelf en anderen te regeren. Petrus zegt immers over hen: ‘Jullie zijn een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een toegeëigend volk.’ 1 Petrus 2:9 Maar dat was heiligschennis dat ze wat aan heel de kerk wordt toegekend, alleen voor zichzelf claimen en hoogmoedig pronken met een titel die ze van de gelovigen hebben afgepakt. Petrus spreekt heel de kerk aan. Zij verdraaien dat en passen het toe op een paar enkelingen die geschoren zijn. Alsof alleen tegen hen gezegd is: ‘Wees heilig’. 1 Petrus 1:15-16; Leviticus 20:7; 19:2 Alsof alleen zij door Christus bloed gekocht zijn. Alsof alleen zij door Christus voor God een koninkrijk en een priesterschap geworden zijn. 1 Petrus 2:5-9

Ze voeren ook nog een andere reden aan waarom de kruin van hun hoofd ontbloot wordt: dat laat zien dat hun geest vrij opstijgt naar God, om met onbedekt gelaat Gods glorie te zien. Of om hun zo te leren dat de gebreken van de mond en de ogen weggenomen moeten worden. Of dat het scheren van het hoofd staat voor het afleggen van de tijdelijke dingen en dat het haar rondom de kruin het overblijfsel is van de bezittingen die ze houden voor hun onderhoud. Dat is allemaal symbolisch. Vast omdat het voorhangsel van de tempel nog niet gescheurd is.

Mattheüs 27:51 En in de overtuiging dat ze zich prima van hun taak gekweten hebben omdat ze zulke dingen met hun kruin symboliseren, doen ze van al deze dingen niets daadwerkelijk.

Hoelang zullen ze ons nog met zulke leugens en goocheltrucs voor de gek houden? De geestelijken geven met het afscheren van hun haar aan dat ze de overvloed van tijdelijke dingen hebben weggegooid, dat ze Gods glorie zien, dat ze de hartstochtelijke begeerten van oren en ogen gedood hebben. Maar er is geen mensensoort zo hebzuchtig, zo dom en zo wellustig! Waarom laten ze niet daadwerkelijk heiligheid zien, in plaats van met valse, leugenachtige tekenen een schijnheiligheid te huichelen?

Argumenten voor de tonsuur

Verder zeggen mijn tegenstanders dat de kruin van de geestelijken oorspronkelijk afkomstig is van de nazoreeërs. Maar dat laat toch alleen maar zien dat hun mysteries afstammen van Joodse rituelen, of beter: dat ze puur jodendom zijn?

Ze voegen eraan toe dat toen Priscilla, Aquila en Paulus zelf een gelofte gedaan hadden, ze hun hoofd schoren om gereinigd te worden. Maar daarmee verraden ze hoe dom ze zijn. Want over Priscilla lees je dat nergens en ook wat betreft Aquila is het onzeker. Want het scheren kan evengoed op Paulus slaan als op Aquila. Handelingen 18:18 Maar ze willen graag Paulus als voorbeeld hebben. Om dat te voorkomen moeten eenvoudige lezers beseffen dat Paulus nooit zijn hoofd kaalgeschoren heeft als heiliging, maar alleen om de broeders te dienen in hun zwakheid. Zulke geloften noem ik altijd geloften van liefde, niet van vroomheid. Dat wil zeggen dat ze niet gedaan worden om God te dienen, maar om het onverstand van de zwakken te dragen. Zoals hij zelf zegt dat hij voor de Joden een Jood geworden was, enzovoort. 1 Korinthiërs 9:20 Hij heeft dit dus gedaan, maar slechts éénmalig en voor een korte tijd, om zich zolang aan te passen aan de Joden.

Maar als mijn tegenstanders de reinigingen van de nazoreeërs willen nabootsen zonder dat het nut heeft, wat doen ze dan anders dan een tweede jodendom oprichten? Want ze proberen op een verkeerde manier het oude te imiteren.

Met dezelfde bedoeling is die decretale brief opgesteld die op basis van wat de apostel Paulus leert, 1 Korinthiërs 11:4 geestelijken verbiedt om lang haar te dragen, maar hun gebiedt om het kaal te scheren als een bal. 1 Alsof de apostel, toen hij leerde wat voor mannen fatsoenlijk is, zich druk maakte over de gladgeschoren tonsuur van de geestelijken! Op basis hiervan kunnen de lezers wel opmaken wat voor kracht en waarde de andere mysteries hebben, die nog volgen, als het met zoiets begint.

Oorsprong van de tonsuur

Wat de oorsprong is van de tonsuur van de geestelijken, kun je alleen al duidelijk genoeg zien bij Augustinus. In die tijd droegen alleen verwijfde mannen hun haar lang en mensen die er graag nogal onmannelijk mooi en elegant uitzagen. Daarom leek het geen goed voorbeeld te geven als dit werd toegestaan aan geestelijken. Dus kregen geestelijken het bevel hun haar kort te knippen of af te scheren. Dan zouden ze niet de indruk wekken van verwijfde opschik. Dit afscheren werd zo gewoon dat sommige monniken hun haar lieten groeien, om door een opvallend uiterlijk dat anders was dan dat van andere mannen te koop te lopen met hun heiligheid. Zie je dat een tonsuur niets was dat eigen was aan de geestelijkheid, maar als het ware door iedereen werd gebruikt? Maar later kwam lang haar weer in de mode. En er kwamen sommige volken bij het christendom die altijd al lang haar droegen – bijvoorbeeld Frankrijk, Duitsland en Engeland. Waarschijnlijk gingen geestelijken toen overal hun hoofd scheren, om te voorkomen dat ze de indruk wekten hun haar te willen versieren. Uiteindelijk, in de meer bedorven tijd, toen alle oude instellingen verbasterd of tot bijgeloof ontaard waren, zagen ze de reden niet meer voor het scheren van de geestelijken. Ze hadden immers niets anders overgehouden dan een dwaas na-apen. Toen namen ze hun toevlucht tot dit mysterie dat ze ons nu bijgelovig opdringen om hun sacrament goed te keuren.

De deurwachters krijgen bij hun wijding alleen de sleutels van het kerkgebouw. Zo moeten ze begrijpen dat hun de bewaking wordt toevertrouwd. De lectoren krijgen de heilige Bijbel. De exorcisten de bezweringsformules die ze moeten uitspreken over krankzinnigen en dopelingen. De acolieten krijgen waskaarsen en een kan.

Daar zie je de rituelen waarin, als God het wil, zoveel verborgen kracht ligt dat ze niet alleen tekenen en waarborgen kunnen zijn van onzichtbare genade, maar zelfs oorzaken. Want dat claimen mijn tegenstanders met hun definitie als ze willen dat die rituelen als sacramenten beschouwd worden.

Maar om het in enkele woorden te zeggen, volgens mij is het absurd dat ze in de scholen en in de canones van die lagere orden sacramenten maken. Immers, zelfs degenen die dit leren, erkennen dat de eerste kerk die orden niet kende en dat ze pas vele jaren later bedacht zijn.

Maar sacramenten bevatten een belofte van God. Daarom mogen ze niet door engelen of door mensen, maar alleen door God ingesteld worden. Want alleen Hij heeft het recht om een belofte te doen.

Priesters

Er zijn nog drie orden over. Die noemen mijn tegenstanders hogere orden. De orde van subdiakenen, zoals zij die noemen, is bij deze groep gevoegd toen de massa lagere orden begon te groeien. En omdat ze voor deze hogere orden bewijzen uit Gods Woord lijken te hebben, noemen ze die uit eerbied speciaal de heilige orden. Maar we moeten zien hoe verkeerd ze de bepalingen van de Heer misbruiken voor hun eigen voordeel.

We beginnen met de orde van de presbyters – of priesters. Want met deze twee benamingen duiden ze hetzelfde aan. Zo noemen ze degenen die, volgens hen, als taak hebben op het altaar het offer te brengen van Christus’ lichaam en bloed, te bidden en Gods gaven te zegenen. Daarom krijgen ze bij hun ordening een schaal met hostie, als teken dat hun de macht gegeven is zoenoffers te offeren aan God. Ook worden hun handen gezalfd. Dat teken leert hun dat hun de macht gegeven is te consecreren. Maar over de rituelen hebben we het later. Over deze orde zelf zeg ik dit: wat zij beweren is op geen enkele letter uit Gods Woord gebaseerd. Ze hadden de door God bepaalde orde dus niet op een nog brutalere manier kunnen bederven.

Om te beginnen moeten we als vaststaand aannemen dat ieder die zich priester noemt om een zoenoffer te offeren, Christus onrecht doet. Ik heb dat gezegd toen ik de pauselijke mis behandelde. Christus is door de Vader met een eed aangesteld en geheiligd als priester volgens de orde van Melchizedek, zonder einde en zonder opvolger. Psalm 110:4; Hebreeën 5:6; 7:3 Hij heeft voor eens en voor altijd het offer gebracht van eeuwige reiniging en verzoening. En nu Hij het heiligdom van de hemel is binnengegaan, bidt Hij nog steeds voor ons. In Hem zijn wij allemaal priesters. 1 Petrus 2:9 Maar dan om lof en dank, kortom, om onszelf en wat we hebben aan God te offeren. Alleen Christus’ offer was zo speciaal dat Hij daarmee God verzoende en de zonde reinigde. Maar mijn tegenstanders claimen dat voor zichzelf. Wat kunnen we dan nog anders dan zeggen dat hun priesterschap goddeloos is en heiligschennis? Ze zijn werkelijk te brutaal dat ze zich durven tooien met de benaming ‘sacrament’.

Wat betreft de echte priestertaak die Christus ons met eigen mond aanprijst: daar geef ik graag ruimte voor. Want dat is een ritueel dat om te beginnen op de Schrift gebaseerd is en waarvan bovendien Paulus getuigt dat het niet zinloos en overbodig is, maar een betrouwbaar teken van geestelijke genade. 1 Timotheüs 4:14 Maar ik noem het geen derde sacrament. Want het is niet gewoon, niet voor alle gelovigen samen.

Maar als deze eer wordt toegekend aan de christelijke bediening, moeten de priesters van de paus zich daar niet op laten voorstaan. Want Christus heeft geboden dat er uitdelers van zijn evangelie en van de sacramenten moesten worden aangesteld. Niet dat er offeraars moesten worden gewijd. Hij heeft een bevel gegeven voor het prediken van het evangelie Mattheüs 28:19; Marcus 16:15 en het hoeden van de kudde. Johannes 21:15 Niet voor het brengen van offers. Hij heeft de genade van de Heilige Geest beloofd, niet om de verzoening van de zonden tot stand te brengen, maar om de regering van de kerk uit te voeren en in stand te houden.

Blazen

De rituelen passen heel goed bij de inhoud. Toen onze Heer de apostelen erop uitzond om het evangelie te prediken, blies Hij op hen. Johannes 20:22 Met dat symbool maakte Hij de kracht van de Heilige Geest zichtbaar die Hij hun gaf. Dit blazen hebben die fraaie mannen behouden. Alsof zij de Heilige Geest uit hun keel kunnen blazen, mompelen ze over degenen van hen die ze tot priester aanstellen: ‘Ontvang de Heilige Geest.’ Ze laten niets over dat ze niet verkeerd na-apen. Niet zoals toneelspelers. Als die hun gebaren maken, is dat kunst en heeft het betekenis. Nee, zoals apen, die zomaar alles nadoen, zonder onderscheid.

Ze zeggen: ‘Wij houden ons aan het voorbeeld van de Heer.’ Maar de Heer heeft veel gedaan waarvan Hij niet wilde dat wij daar een voorbeeld aan zouden nemen. De Heer heeft tegen zijn leerlingen gezegd: ‘Ontvang de Heilige Geest.’ Johannes 20:22 Hij heeft ook tegen Lazarus gezegd: ‘Lazarus, kom naar buiten!’ Johannes 11:43 En tegen de verlamde zei Hij: ‘Sta op en loop!’ Mattheüs 9:5 Waarom zeggen zij datzelfde niet tegen alle doden en verlamden?

Christus gaf bewijs van zijn goddelijke kracht toen Hij op de apostelen blies en hen vulde met de gave van de Heilige Geest. Als zij ditzelfde proberen te doen, proberen ze als God te zijn en dagen ze Hem haast uit tot een wedstrijd. Maar het is natuurlijk absoluut niet zo dat ze iets voor elkaar krijgen. Ze bereiken met hun dwaze gebaren alleen maar dat ze een spelletje spelen met Christus. Ze zijn wel zo brutaal dat ze durven beweren dat ze de Heilige Geest schenken. Maar de ervaring leert wel hoe waar dit is. Daaruit blijkt dat ieder die zij tot priester wijden, in plaats van een paard een ezel wordt en in plaats van een sukkel krankzinnig.

Toch ga ik hierom niet met hen in discussie. Ik veroordeel alleen het ritueel zelf. Dat voorbeeld hadden ze niet mogen gebruiken. Want Christus zelf gebruikte het als een symbool voor een specifiek wonder. Het is dus absoluut niet zo dat ze zich kunnen verdedigen met het excuus dat ze Hem imiteren.

Zalven

Maar van wie hebben mijn tegenstanders eigenlijk hun zalving gekregen? Hun antwoord is dat ze die hebben gekregen van de zonen van Aäron, bij wie ook hun orde begonnen zou zijn. Ze willen zich dus liever blijven verdedigen met verkeerde voorbeelden dan toegeven dat ze overmoedig gebruiken wat ze zelf bedacht hebben. Maar ondertussen beseffen ze niet dat ze onrecht doen aan het priesterschap van Christus als ze beweren dat ze opvolgers zijn van de zonen van Aäron. Want alleen alle oude priesterschappen vormden een schaduw en afbeelding van het priesterschap van Christus. In zijn priesterschap zijn dus alle andere priesterschappen opgenomen en vervuld. Daarom is daar een eind aan gekomen. Dat heb ik nu al enkele keren herhaald. En dat getuigt ook de brief aan de Hebreeën, zonder de hulp van glossen.

Als zij zoveel plezier hebben in de rituelen uit de wet van Mozes, waarom brengen ze dan geen runderen, kalveren en lammeren als offer? Ze hebben wel een groot deel van de oude tabernakel en van heel de Joodse eredienst. Maar dit ontbreekt nog aan hun godsdienst: ze offeren geen kalveren en runderen.

Wie ziet niet dat het in praktijk brengen van de zalving nog veel gevaarlijker is dan de besnijdenis? Vooral omdat er bijgeloof bijkomt en een farizese opvatting over de waarde van goede daden. De Joden vertrouwden voor rechtvaardigheid op de besnijdenis. Mijn tegenstanders op de geestelijke gaven in de zalving. Doordat ze de levieten willen imiteren, verraden ze dus Christus en verloochenen ze de herderstaak.

Handoplegging

Dit is, als God het wil, een heilige olie die een onuitwisbaar merkteken inprent. Alsof je olie niet met zand of zout of desnoods met zeep, als de olie extra kleverig is, kunt afwassen! Maar, zeggen mijn tegenstanders, dat merkteken is geestelijk. Wat heeft olie met de ziel te maken? Zijn ze soms vergeten wat ze uit Augustinus halen? Als het Woord wordt weggenomen van het water, blijft er alleen maar water over. Maar door het Woord wordt water een sacrament. Welk woord kunnen ze laten zien bij hun olie? Soms wat Mozes bevolen werd bij het zalven van de zonen van Aäron? Exodus 30:30; 28:41; 29:7 Maar hij krijgt daar ook bevel over de kleding, de efod, de tulband en de kroon van de heiligheid waarmee Aäron getooid moest worden en over de kleding, gordels en hoofddoeken waarmee zijn zonen gekleed moesten worden. Er wordt bevel gegeven dat er een kalf geslacht moest worden, dat het vet ervan verbrand moest worden, dat er rammen in stukken gehouwen en verbrand moesten worden, dat de oorlellen van Aäron en zijn zonen en de priesterkleding geheiligd moesten worden met het bloed van één ram en talloze andere rituelen. Exodus 28; Leviticus 8 Ik vraag me dus verwonderd af waarom mijn tegenstanders die dingen weglaten en alleen zo graag met hun olie willen zalven. En als ze zo graag besprenkeld worden, waarom dan liever met olie dan met bloed?

Werkelijk, ze proberen iets heel creatiefs: van christendom, jodendom en heidendom één godsdienst maken, als van aan elkaar genaaide lappen. Hun zalving stinkt dus, omdat ze het zout missen: Gods Woord.

Nu is de handoplegging nog over. Ik geef toe dat dat bij echte en wettige ordeningen een sacrament is. Maar ik ontken dat dat thuishoort in deze komedie. Want ze gehoorzamen niet aan Christus’ bevel en letten ook niet op het doel waarheen de belofte ons moet leiden. Als ze niet willen dat het teken hun geweigerd wordt, moeten ze het toepassen op de inhoud waar het voor bestemd is.

Diakenen

Ook over de orde van de diakenen zou ik niet in discussie gaan, als die bediening werd hersteld in de ongeschonden toestand uit de tijd van de apostelen en de zuivere kerk. Maar wat hebben de diakenen van toen gemeen met de diakenen die de roomsen aanstellen? Ik heb het niet over personen. Ze moeten dus niet klagen dat ik hun leer oneerlijk beoordeel op basis van de gebreken van personen. Nee, ik stel dat ze ter verdediging van de diakenen die zij met hun leer voor ons tekenen, zich op een onheuse manier beroepen op het voorbeeld van de diakenen die de kerk van de apostelen aanstelde.

Zij zeggen dat bij de taak van hun diakenen hoort dat ze de priesters bijstaan, dat ze hen helpen bij alles wat bij de sacramenten gedaan wordt: bij de doop, bij de zalving, bij de schaal en bij de beker. Ze moeten de offers aandragen en op het altaar leggen en de tafel van de Heer aanrichten en dekken. Ze moeten het kruis dragen, het evangelie en de brief voor het volk lezen en zingen. Is hier wel één woord bij over de echte bediening van diakenen?

Dan luisteren we naar hun aanstelling. Alleen de bisschop legt zijn handen op degene die als diaken geordend wordt. Hij legt hem een linnen doek en een stola op de linkerschouder. Want hij moet beseffen dat hij het lichte juk van de Heer Mattheüs 11:30 heeft gekregen en daarom wat bij zijn linkerkant hoort moet onderwerpen aan vrees voor God. De bisschop geeft hem de tekst van het evangelie. Want hij moet erkennen dat hij dat evangelie moet verkondigen.

Maar wat hebben die dingen met diakenen te maken? Ze doen hetzelfde als wanneer iemand zou zeggen dat hij apostelen aanstelt, maar hen alleen wierook laat branden, beelden laat versieren, muizen laat vangen en honden laat wegjagen. Wie zou accepteren dat zulke mensen apostelen genoemd werden en vergeleken werden met de apostelen van Christus?

Daarom moeten ze voortaan niet meer liegen dat dit diakenen zijn. Want ze stellen hen alleen aan voor hun toneelspelletjes. Sterker nog, zelfs met hoe ze hen noemen, maken ze voldoende duidelijk wat hun taak is. Want ze noemen hen levieten en willen hun wezen en oorsprong terugvoeren op de zonen van Levi. Van mij mogen ze. Als ze hen voortaan maar niet meer tooien met andermans veren.

Subdiakenen

Wat moet ik zeggen over de subdiakenen? Vroeger waren ze daadwerkelijk aangesteld om voor de armen te zorgen. Maar nu geven de roomsen hun een of andere onbeduidende bediening: ze brengen de beker en de schaal, een kan met water en een handdoek naar het altaar, gieten water voor het handen wassen, enzovoort. En wat valt er te zeggen over het aannemen en aandragen van de offers? Zij vatten dat op alsof het gaat om de dingen die ze opeten, omdat die aan de kerk gewijd zijn.

Het inwijdingsritueel correspondeert heel goed met deze bediening. Een subdiaken krijgt van de bisschop een schaal en een beker en van de aartsdiaken een kan met water, een handdoek en meer van zulke prullen. Ze eisen dat we erkennen dat deze onzinnige dingen de Heilige Geest bevatten. Welke vrome zou dat kunnen toegeven?

Maar om er voor eens en voor altijd een eind aan te maken, je kunt hier hetzelfde oordeel geven als over de andere rituelen. Ik hoef niet uitgebreid te herhalen wat ik hierboven al heb uitgelegd. Ik zie het als mijn taak bescheiden en ontvankelijke mensen te onderwijzen. En voor hen is het voldoende dat er alleen een sacrament van God is waar een ritueel te zien is waar een belofte mee verbonden is. Of beter, waar in het ritueel een belofte te zien is. Maar in dit ritueel is geen woord te vinden van een betrouwbare belofte. Dus is het ook tevergeefs om te zoeken naar een ritueel om een belofte te bevestigen. Bovendien lees je van geen enkel ritueel dat zij gebruiken dat God dat ingesteld heeft. Dus kan er geen sacrament zijn.

Vijfde vals sacrament: het huwelijk

Het laatste sacrament is het huwelijk. Daarvan erkent weliswaar iedereen dat God het heeft ingesteld. Genesis 2:21-24; Mattheüs 19:4-6 Maar tot aan de tijd van Gregorius de Grote had nog niemand gezien dat het een sacrament was. En welk verstandig mens zou ook ooit op dat idee komen? Het is een goede en heilige bepaling van God. Ook de landbouw, de architectuur en het vak van schoenmakers en kappers zijn wettige bepalingen van God. Toch zijn dat geen sacramenten. Want voor een sacrament is het niet alleen nodig dat het Gods werk is. Het is ook nodig dat het een uiterlijk ritueel is dat God heeft ingesteld om een belofte te bevestigen. Zelfs kinderen kunnen concluderen dat zoiets bij het huwelijk niet het geval is.

Maar, zeggen de roomsen, het is een symbool van iets heiligs: van de geestelijke eenheid tussen Christus en de kerk. Als ze met het woord ‘teken’ een symbool bedoelen dat God ons presenteert met het doel de zekerheid van ons geloof te versterken, dan dwalen ze ver van het doel af. Als ze simpelweg als teken aannemen wat gebruikt wordt als vergelijking, zal ik laten zien hoe slim zo’n redenering van hen is. Paulus zegt: ‘Zoals sterren van elkaar verschillen in glans, zo zal het ook zijn bij de opstanding van de doden.’ 1 Korinthiërs 15:41-42 Kijk, één sacrament! Christus zegt: ‘Het koninkrijk van de hemel is net een mosterdzaad.’ Kijk, dat is twee! En: ‘Het koninkrijk van de hemel is net zuurdesem.’ Mattheüs 13:31-33 Kijk, dat is drie! Jesaja zegt: ‘De Heer zal zijn kudde hoeden als een herder.’ Jesaja 40:10-11 Kijk, dat is vier! Ergens anders: ‘De Heer zal optrekken als een held.’ Jesaja 42:13 Kijk, dat is vijf! Maar waar is de grens? Op deze manier is alles een sacrament. Zoveel gelijkenissen en vergelijkingen er in de Schrift zijn, zoveel sacramenten zijn er dan. Zelfs diefstal is dan een sacrament. Want er staat geschreven: ‘De dag van de Heer komt als een dief.’ 1 Thessalonicenzen 5:2

Wie zou die sofisten kunnen verdragen als ze zo dwaas kletsen? Ik geef toe dat het goed is als je, telkens als je een wijnstok ziet, terugdenkt aan wat Christus zegt: ‘Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken en mijn Vader is de landbouwer.’ Johannes 15:1-5 En telkens als je een herder tegenkomt met zijn kudde is het goed om te denken aan deze woorden: ‘Ik ben de goede herder. Mijn schapen horen mijn stem.’

Johannes 10:11-27 Maar als iemand zulke gelijkenissen als sacramenten zou willen beschouwen, zou hij zich toch moeten laten genezen van zijn krankzinnigheid.

Het huwelijk tussen Christus en de kerk

Maar mijn tegenstanders komen aandragen met de woorden van Paulus waarin hij het huwelijk een sacrament noemt: ‘Wie zijn vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. Niemand haat ooit zijn eigen vlees. Nee, hij voedt het en koestert het, net als Christus de gemeente voedt en koestert. Want wij zijn ledematen van zijn lichaam, van zijn vlees en van zijn gebeente. Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten. Dan worden zij één wezen. Dit mysterie’ – ‘sacrament’ – ‘is groot. Maar ik zeg dit met het oog op Christus en de gemeente.’ Efeziërs 5:28-32

Maar als je zo met de Schrift omgaat, vermeng je aarde en hemel. Paulus wilde mannen laten zien met wat voor speciale liefde zij hun vrouw moeten omhelzen. Daarom geeft hij hun Christus als voorbeeld. Zoals Christus zijn diepste liefde heeft uitgestort voor de gemeente met wie Hij getrouwd is, zo wil Paulus dat elke man van zijn vrouw houdt. Dan vervolgt hij: ‘Wie zijn vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief, net als Christus de gemeente liefheeft.’

Om te leren hoe Christus zijn gemeente liefheeft als zichzelf, ja hoe Hij zichzelf één gemaakt heeft met zijn bruid, de kerk, past Paulus vervolgens op Hem toe wat Adam volgens het verhaal van Mozes over zichzelf gezegd heeft. Want toen Eva hem voor ogen gesteld werd, van wie hij wist dat ze uit zijn rib gemaakt was, zei hij: ‘Zij is been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees.’ Genesis 2:23 Paulus verklaart dat dit in Christus en in ons allemaal geestelijk vervuld is, als hij zegt dat wij ledematen zijn van zijn lichaam, van zijn vlees en van zijn gebeente en daarom één vlees met Hem zijn.

Ten slotte sluit hij af met deze woorden: ‘Dit mysterie is groot.’ En om te voorkomen dat iemand zich zou vergissen als gevolg van dubbelzinnigheid, zegt hij expliciet dat hij het niet heeft over de vleselijke band tussen man en vrouw, maar over het geestelijke huwelijk van Christus met de kerk. Natuurlijk is dat echt een groot mysterie dat Christus een rib van zich heeft laten afnemen, zodat dat wij daaruit gemaakt zouden worden. Dat Hij zwak wilde zijn, ook al was Hij sterk, zodat wij door zijn kracht versterkt zouden worden, zodat wij niet meer leven, maar Hij in ons leeft.

Vergissingen en tegenstrijdigheden

Mijn tegenstanders zijn misleid door het woord ‘sacrament’, dat in de Vulgaat gebruikt wordt. Maar is het eerlijk als heel de kerk moet boeten voor hun onkunde? Paulus gebruikt het woord ‘mysterie’. Nu had de vertaler dat woord kunnen laten staan. Het komt ook in het Latijn regelmatig voor. Of hij had het kunnen vertalen met het Latijnse woord arcanum– ‘geheim’. Toch heeft hij liever het woord ‘sacrament’ gebruikt, maar dan in dezelfde betekenis waarin Paulus het woord ‘mysterie’ gebruikt. Laten ze nu hun gang maar gaan en schelden op talenkennis, waar zij zo weinig vanaf weten dat ze in zo’n gemakkelijke en voor iedereen voor de hand liggende kwestie zo lang schandelijk gedwaald hebben.

Maar waarom leggen ze in de ene passage zoveel nadruk op het woord ‘sacrament’, maar kijken ze er in andere passages zo vaak overheen? Want de vertaler van de Vulgaat gebruikt het ook in de eerste brief aan Timotheüs. 1 Timotheüs 3:9 Sterker nog, ook in dezelfde brief aan de Efeziërs. Efeziërs 1:9; 3:9 Hij gebruikt het overal voor het woord ‘mysterie’.

Maar zelfs al vergeven we hun deze vergissing, dan nog hadden die leugenaars zich hun eigen woorden moeten herinneren. Wat onnozel en slordig is het dat ze het huwelijk tooien met de naam ‘sacrament’, maar het vervolgens onreinheid, besmeuring en vleselijke smerigheid noemen! Wat is het absurd dat ze priesters een sacrament verbieden! Misschien zeggen ze dat ze priesters niet het sacrament verbieden, maar alleen de wellust van seksuele gemeenschap. Maar daarmee ontsnappen ze niet. Want ze leren dat ook seksuele gemeenschap zelf onderdeel is van het sacrament en dat juist dat de eenheid afbeeldt die wij hebben met Christus, net als in de natuur. Want man en vrouw worden pas door seksuele gemeenschap één vlees. Sommigen vinden trouwens twee sacramenten: het ene van God en de ziel, in bruidegom en bruid. Het andere van Christus en de kerk, in man en vrouw. Hoe dan ook, seksuele gemeenschap is een sacrament. Daar mag je geen christen van afhouden. Of passen de sacramenten van de christenen zo slecht bij elkaar dat ze niet samen kunnen bestaan?

Er is nog iets anders absurd in hun dogma’s. Ze beweren dat in een sacrament de genade van de Heilige Geest gegeven wordt. Ze leren dat seksuele gemeenschap een sacrament is. Maar toch zeggen ze dat in seksuele gemeenschap de Heilige Geest nooit aanwezig is.

Roomse verzinsels

En wat hebben de roomsen, om niet slechts op één punt een spelletje te spelen met de kerk, een lange rij van dwalingen, leugens, bedrog en misdaden aan deze ene dwaling vastgeknoopt! Je zou haast zeggen dat ze, toen ze van het huwelijk een sacrament maakten, alleen maar een schuilplaats zochten voor weerzinwekkende daden. Want toen ze dit eenmaal voor elkaar hadden, trokken ze het onderzoek in huwelijkszaken naar zich toe. Iets geestelijks mag immers niet door wereldlijke rechters behandeld worden. Vervolgens hebben ze wetten gemaakt waarmee ze hun tirannie bevestigden, maar die voor een deel goddeloos zijn tegenover God en voor aan deel heel onrechtvaardig tegenover de mensen.

Bijvoorbeeld dat huwelijken tussen jonge mensen, gesloten zonder goedkeuring van hun ouders, geldig blijven. Dat huwelijken tussen bloedverwanten in de zevende graad onwettig zijn en, als ze toch gesloten zijn, ontbonden moeten worden. Die graden verzinnen ze echter zelf, in strijd met de wetten van alle volken en zelfs in strijd met de regeling van Mozes. Leviticus 18 Dat een man die zijn vrouw verstoten heeft wegens overspel, geen andere vrouw mag trouwen. Dat peetouders niet met elkaar mogen trouwen. Dat je geen bruiloft mag vieren van de zevende week vóór tot de achtste dag na Pasen, in de drie weken vóór de geboortedag van Johannes de Doper en van Advent tot Driekoningen. En ontelbaar veel meer van zulke wetten.

Het zou te lang duren om ze allemaal op te sommen. En uiteindelijk moeten we ons toch een keer lostrekken uit hun modder. Mijn woorden hebben er al langer in vast gezeten dan ik wel gewild had. Maar toch geloof ik dat ik wel iets nuttigs gedaan heb, door die ezels in zekere zin hun leeuwenhuid af te stropen.

Voetnoten

  1. 718

    Augustinus, In Ioannis euangelium tractatus, 80,3.

  2. 719

    Augustinus, Epistulae,54,1.

  3. 720

    Augustinus, De doctrina christiana III, 9,13.

  4. 721

    Leo I, Epistulae, 39.

  5. 722

    Leo I, Epistulae, 77.

  6. 723

    Gratianus, Decretum (De consecratione) III, 5.

  7. 724

    Gratianus, Decretum (De consecratione) III, 5,1-6.

  8. 725

    Gratianus, Decretum (De consecratione) III, 5,3.

  9. 726

    Petrus Lombardus, Sententiae IV, 7,2.

  10. 727

    Gregorius de Grote, Epistulae IV, 26.

  11. 728

    Augustinus, De baptismo contra Donatistas III, 16,21.

  12. 729

    Augustinus, De baptismo contra Donatistas V, 23,33.

  13. 730

    Cyprianus van Carthago, Epistulae 62,1.

  14. 731

    Cyprianus van Carthago, Epistulae, 16,2.

  15. 732

    Gratianus, DecretumII, 26,6.

  16. 733

    Petrus Lombardus, Sententiae IV, 22,2.

  17. 734

    Augustinus, De diversis quaestionibus, 43.

  18. 735

    Augustinus, Sermones, 272.

  19. 736

    Augustinus, De baptismo contra Donatistas V, 24,34.

  20. 737

    Augustinus, Quaestiones in heptateuchum III. 84.

  21. 738

    Augustinus, De peccatorum meritis et remissione et de baptismo parvulorum I, 11,30 en II, 27,44.

  22. 739

    Fulgentius van Ruspe, De fide ad Petrum diaconum, 30,73.

  23. 740

    Sigisbert van Gembloers († 1112), benedictijner monnik en kroniekschrijver.

  24. 741

    Het eerste is de opvatting van Hugo van Sint-Victor, het tweede van Willem van Parijs.

  25. 742

    Isidorus († 636), aartsbisschop van Sevilla.

  26. 743

    Isidorus van Sevilla, EtymologiaeVII, 12, geciteerd in: Gratianus, Decretum I, 21-23.

  27. 744

    Gratianus, Decretum II, 12,1.

  28. 745

    Petrus Lombardus, Sententiae IV, 24,2.

  29. 746

    Petrus Lombardus, Sententiae IV, 14,1.

  30. 747

    Gratianus, Decretum I, 23,21.

  31. 748

    Augustinus, De opere monachorum, 31,39-33,41; Augustinus, Retractiones II, 21.

  32. 749

    Petrus Lombardus, Sententiae IV, 24,3-9.

  33. 750

    Petrus Lombardus, Sententiae IV, 24,9; Gratianus,Decretum I, 21,1.

  34. 751

    Petrus Lombardus, Sententiae IV, 17,4; Gratianus, Decretum I, 27,2; Petrus Lombardus, Sententiae IV, 33,2; Gratianus, Decretum I, 32,2.

Voetnoot 718

Augustinus, In Ioannis euangelium tractatus, 80,3.

Voetnoot 719

Augustinus, Epistulae,54,1.

Voetnoot 720

Augustinus, De doctrina christiana III, 9,13.

Voetnoot 721

Leo I, Epistulae, 39.

Voetnoot 722

Leo I, Epistulae, 77.

Voetnoot 723

Gratianus, Decretum (De consecratione) III, 5.

Voetnoot 724

Gratianus, Decretum (De consecratione) III, 5,1-6.

Voetnoot 725

Gratianus, Decretum (De consecratione) III, 5,3.

Voetnoot 726

Petrus Lombardus, Sententiae IV, 7,2.

Voetnoot 727

Gregorius de Grote, Epistulae IV, 26.

Voetnoot 728

Augustinus, De baptismo contra Donatistas III, 16,21.

Voetnoot 729

Augustinus, De baptismo contra Donatistas V, 23,33.

Voetnoot 730

Cyprianus van Carthago, Epistulae 62,1.

Voetnoot 731

Cyprianus van Carthago, Epistulae, 16,2.

Voetnoot 732

Gratianus, DecretumII, 26,6.

Voetnoot 733

Petrus Lombardus, Sententiae IV, 22,2.

Voetnoot 734

Augustinus, De diversis quaestionibus, 43.

Voetnoot 735

Augustinus, Sermones, 272.

Voetnoot 736

Augustinus, De baptismo contra Donatistas V, 24,34.

Voetnoot 737

Augustinus, Quaestiones in heptateuchum III. 84.

Voetnoot 738

Augustinus, De peccatorum meritis et remissione et de baptismo parvulorum I, 11,30 en II, 27,44.

Voetnoot 739

Fulgentius van Ruspe, De fide ad Petrum diaconum, 30,73.

Voetnoot 740

Sigisbert van Gembloers († 1112), benedictijner monnik en kroniekschrijver.

Voetnoot 741

Het eerste is de opvatting van Hugo van Sint-Victor, het tweede van Willem van Parijs.

Voetnoot 742

Isidorus († 636), aartsbisschop van Sevilla.

Voetnoot 743

Isidorus van Sevilla, EtymologiaeVII, 12, geciteerd in: Gratianus, Decretum I, 21-23.

Voetnoot 744

Gratianus, Decretum II, 12,1.

Voetnoot 745

Petrus Lombardus, Sententiae IV, 24,2.

Voetnoot 746

Petrus Lombardus, Sententiae IV, 14,1.

Voetnoot 747

Gratianus, Decretum I, 23,21.

Voetnoot 748

Augustinus, De opere monachorum, 31,39-33,41; Augustinus, Retractiones II, 21.

Voetnoot 749

Petrus Lombardus, Sententiae IV, 24,3-9.

Voetnoot 750

Petrus Lombardus, Sententiae IV, 24,9; Gratianus,Decretum I, 21,1.

Voetnoot 751

Petrus Lombardus, Sententiae IV, 17,4; Gratianus, Decretum I, 27,2; Petrus Lombardus, Sententiae IV, 33,2; Gratianus, Decretum I, 32,2.

Johannes Calvijn, Institutie — Onderwijs in de christelijke godsdienst. Nederlandse bewerking door Gerrit Veldman. Bron: de aangeleverde PDF, samengesteld door Matthijs voor de Institutiekring van Depositum Custodi.