EEN psalm van David, voor den opperzangmeester.Ik betrouw op den HEERE; hoe zegt gijlieden tot mijn ziel: Zwerft heen naar ulieder gebergte als een vogel?
Want zie, de goddelozen spannen den boog, zij schikken hun pijlen op de pees, om in donker te schieten naar de oprechten van hart.
Zekerlijk, de fundamenten worden omgestoten; wat heeft de rechtvaardige bedreven?
De HEERE is in het paleis Zijner heiligheid, des HEEREN troon is in den hemel; Zijn ogen aanschouwen, Zijn oogleden proeven de mensenkinderen.
De HEERE proeft den rechtvaardige; maar den goddeloze en dien die geweld liefheeft, haat Zijn ziel.
Hij zal op de goddelozen regenen strikken, vuur en zwavel; en een geweldige stormwind zal het deel huns bekers zijn.
Want de HEERE is rechtvaardig, Hij heeft gerechtigheden lief; Zijn aangezicht aanschouwt den oprechte.