EEN psalm, een lied, voor den opperzangmeester, op Neginôth.
God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aanschijn aan ons lichten. Sela.
Opdat men op de aarde Uw weg kenne, onder alle heidenen Uw heil.
De volken zullen U, o God, loven; de volken altemaal zullen U loven.
De natiën zullen zich verblijden en juichen, omdat Gij de volken zult richten in rechtmatigheid; en de natiën op de aarde, die zult Gij leiden. Sela.
De volken zullen U, o God, loven; de volken altemaal zullen U loven.
De aarde geeft haar gewas; God, onze God, zal ons zegenen.
God zal ons zegenen; en alle einden der aarde zullen Hem vrezen.