EEN psalm, een lied, voor den opperzangmeester, op Neginôth.

God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aanschijn aan ons lichten. Sela.

Opdat men op de aarde Uw weg kenne, onder alle heidenen Uw heil.

De volken zullen U, o God, loven; de volken altemaal zullen U loven.

De natiën zullen zich verblijden en juichen, omdat Gij de volken zult richten in rechtmatigheid; en de natiën op de aarde, die zult Gij leiden. Sela.

De volken zullen U, o God, loven; de volken altemaal zullen U loven.

De aarde geeft haar gewas; God, onze God, zal ons zegenen.

God zal ons zegenen; en alle einden der aarde zullen Hem vrezen.

Lees in Bijbel met uitleg (BMU)Nederlandse uitleg bij de Statenvertaling · met BMU-abonnement

Statenvertaling