EEN lied Hammaäloth.Als de HEERE de gevangenen Sions wederbracht, waren wij gelijk degenen die dromen.

Toen werd onze mond vervuld met lachen, en onze tong met gejuich; toen zeide men onder de heidenen: De HEERE heeft grote dingen aan dezen gedaan.

De HEERE heeft grote dingen bij ons gedaan; dies zijn wij verblijd.

O HEERE, wend onze gevangenis, gelijk waterstromen in het zuiden.

Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien.

Die het zaad draagt dat men zaaien zal, gaat al gaande en wenende; maar voorzeker zal hij met gejuich wederkomen, dragende zijn schoven.

Lees in Bijbel met uitleg (BMU)Nederlandse uitleg bij de Statenvertaling · met BMU-abonnement

Statenvertaling