EEN psalm van David, voor den opperzangmeester; om te doen gedenken.

Haast U, o God, om mij te verlossen, o HEERE, tot mijn hulp.

Laat hen beschaamd en schaamrood worden, die mijn ziel zoeken; laat hen achterwaarts gedreven en te schande worden, die lust hebben aan mijn kwaad.

Laat hen terugkeren tot loon hunner beschaming, die daar zeggen: Ha, ha!

Laat in U vrolijk en verblijd zijn allen die U zoeken; laat de liefhebbers Uws heils geduriglijk zeggen: God zij grootgemaakt.

Doch ik ben ellendig en nooddruftig; o God, haast U tot mij; Gij zijt mijn Hulp en mijn Bevrijder; HEERE, vertoef niet.

Lees in Bijbel met uitleg (BMU)Nederlandse uitleg bij de Statenvertaling · met BMU-abonnement

Statenvertaling