HALLELUJAH. Zingt den HEERE een nieuw lied; Zijn lof zij in de gemeente Zijner gunstgenoten.
Dat Israël zich verblijde in Dengene Die hem gemaakt heeft; dat de kinderen Sions zich verheugen over hun Koning.
Dat zij Zijn Naam loven op de fluit; dat zij Hem psalmzingen op de trommel en harp.
Want de HEERE heeft een welgevallen aan Zijn volk; Hij zal de zachtmoedigen versieren met heil.
Dat Zijn gunstgenoten van vreugde opspringen om die eer; dat zij juichen op hun legers.
De verheffingen Godes zullen in hun keel zijn, en een tweesnijdend zwaard in hun hand;
Om wraak te doen over de heidenen, en bestraffingen over de volken;
Om hun koningen te binden met ketenen, en hun achtbaren met ijzeren boeien;
Om het beschreven recht over hen te doen. Dit zal de heerlijkheid van al Zijn gunstgenoten zijn. Hallelujah.