EEN lied Hammaäloth.Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.

O HEERE, red mijn ziel van de valse lippen, van de bedrieglijke tong.

Wat zal u de bedrieglijke tong geven, of wat zal zij u toevoegen?

Scherpe pijlen eens machtigen, mitsgaders gloeiende jeneverkolen.

O wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars woon.

Mijn ziel heeft lang gewoond bij degenen die den vrede haten.

Ik ben vreedzaam; maar als ik spreek, zij zijn aan den oorlog.

Lees in Bijbel met uitleg (BMU)Nederlandse uitleg bij de Statenvertaling · met BMU-abonnement

Statenvertaling