EEN lied Hammaäloth.Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE.
Heere, hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen.
Zo Gij, HEERE, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan?
Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.
Ik verwacht den HEERE, mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn woord.
Mijn ziel wacht op den Heere, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.
Israël hope op den HEERE; want bij den HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing.
En Hij zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden.